UPDATE: STAVAZA Uitspraak van de Hoge Raad in de rechtszaak curator Scheepswerf Grave/Gemeente Grave is aangehouden tot 18 december!

GraverMaat:

Via Graafse bronnen vernam ik dat de uitspraak van de Hoge Raad inzake Scheepswerf Grave is aangehouden tot 18 december.

Op  8 juli plaatste ik dit bericht hieronder:

De afgelopen dagen kreeg ik informatie via diverse bronnen. Ik wil dit graag delen.

  • In een voorgestelde motie van het CDA trof ik dit aan.
  • Op de CDA website lees ik.
  • Opmerkingen n.a.v. de openbare werkbespreking met de huisadvokaat van de Gemeente Grave.
  • Opmerkingen van Wil Baaijens n.a.v. berichten in de media over de miljoenenclaim.

In een voorgestelde motie van het CDA trof ik dit aan:

De raad van de gemeente Grave in vergadering bijeen op 7 juli 2020,
Gehoord de beraadslaging;
Constaterende dat:

  • de gemeente Grave vorig cassatie heeft ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof te ‘s-
    Hertogenbosch;
  • de advocaat-generaal de Hoge Raad adviseert om het cassatieberoep te verwerpen;
  • de Hoge Raad op 13 november aanstaande arrest wijst;
  • het college het risico dat de gemeente schadeplichtig is inmiddels schat op 80 tot 100 procent;
  • het college hiermee ernstig rekening houdt met het overeind blijven van de uitspraak van het Gerechtshof.
  • Overwegende dat:
  • het wezenlijk is dat de lokale overheid betrouwbaar is en verantwoordelijkheid neemt en daartoe over de noodzakelijke middelen beschikt.
    Draagt de griffie op:

een algemene verordening raadsonderzoeken (conform artikel 155a lid 8 van de Gemeentewet) op te stellen die de raad uiterlijk op 3 november aanstaande vastelt, zodat hij na de
bekendmaking van het arrest van de Hoge Raad kan besluiten tot het instellen van een onderzoek.

En gaat over tot de orde van de dag.

Op de CDA website lees ik:

De CDA-fractie in de gemeenteraad van Grave wil dat het college van burgemeester en wethouders bereid is tot excuses voor het faillissement van de Graafse scheepswerf en de grote gevolgen daarvan voor heel veel mensen. Ook wil het CDA dat een raadsenquête de onderste steen bovenhaalt. Dat heeft fractievoorzitter Alex van Megen bij de algemene beschouwingen gezegd.

Excuses maken weg vrij naar oplossing

Vorig jaar is Grave in cassatie gegaan, nadat het Gerechtshof in Den Bosch de gemeente veroordeeld had. Volgens het Hof heeft de gemeente onrechtmatig gehandeld. Daarom moest Grave schade vergoeden. Het precieze bedrag moest in een aparte, zogenaamde ‘schadestaatprocedure’, nog worden bepaald. De advocaat-generaal adviseert de Hoge Raad om het cassatieberoep te verwerpen. Het CDA vindt dat de gemeente nú verantwoordelijkheid moet nemen door bereid te zijn excuses aan te bieden. Daarmee wordt de angel uit de persoonlijke verhoudingen gehaald en kan worden gezocht naar een gezamenlijke oplossing. Afwachten en jarenlange procedures kosten handen vol geld. De wettelijke rente is fors, de advocaat niet goedkoop en de curator kost iedere dag geld. Waarop wethouder Lemmen de kosten rondom de ton en later tussen de 0 en 500.000 euro baseert, is niet duidelijk geworden.

Betrouwbare overheid moet met billen bloot

Alex van Megen (CDA): Wij roepen het college op niet te wachten tot het arrest van de Hoge Raad. De zeebeving is geweest, de vloedgolf reëel. Het is tijd om de schade zoveel mogelijk te beperken – niet alleen financieel. Dat kan door bereid te zijn publiekelijk excuses aan te bieden aan allen die direct of indirect getroffen zijn door de handelswijze van het gemeentebestuur. Alleen dan hebben oplossingsgerichte gesprekken hetzelfde vertrekpunt en een gemeenschappelijk doel. Rechtvaardigheid is geen voer voor juristen, maar moet je – als betrouwbare overheid – aanbieden door verantwoordelijkheid te nemen. Wacht hier niet mee!”

Alleen raadsenquête met direct-betrokkenen van toen doet recht

Het CDA is van mening dat er lessen getrokken moeten worden uit het verleden. Verantwoording afleggen doe je evenzeer door een diepgravend onderzoek in de stellen. Alleen als je de onderste steen bovenhaalt, alle informatie verzamelt en in het openbaar betrokkenen (onder ede) verhoort, doe je recht aan hetgeen er is gebeurd. Het volstaat niet om het huidige college aan de tand te voelen. Het CDA wil dat de verantwoordelijken van toen getuigen en dat de raad ook kritisch is op zichzelf en de eigen rol in besluitvormingsprocessen of wat betreft zijn controlerende taak. Het raakt immers ook de bestuurlijke integriteit. Het onderwerp is groot en belangrijk genoeg voor een onderzoek door de raad. De meerderheid van de raad vond het te vroeg om te besluiten tot een dergelijk onderzoek, maar heeft de eerste stap gezet. In november, nog voordat de Hoge Raad uitsluitsel geeft, stelt hij een onderzoeksverordening vast.

Opmerkingen n.a.v. de openbare werkbespreking met de huisadvokaat van de gemeente:

Paar opvallende zaken:

– alle schade vanaf 1.25 miljoen is voor rekening van gemeente. In het bedrag wat nu circuleert van 2.1 miljoen is GEEN rekening gehouden met de wettelijke rente ( = 8% per jaar).

– Advocaat Zeilmaker is nog steeds hoopvol ( maar waarom?).

– Coalitie maakt zich meer druk om het bedrag dat de gemeente zou moeten betalen dan dat als gevolg van handelwijze gemeente meer dan 60 mensen hun baan zijn kwijtgeraakt.

Op vrijdag 13 november 2020 uitspraak van de HR.

– Nog geen schadeclaim van andere partijen ( bv aandeelhouders) Naar de mening van de advocaat van de gemeente zijn ze te laat.

– Kosten van de gemeente inzake advocaatkosten e.d. blijven maar oplopen.

Opmerkingen van Wil Baaijens n.a.v. berichten in de media over de miljoenenclaim.

Beste Allemaal,

1). N.a.v. de berichten in de plaatselijke media over de miljoenenclaim van de Scheepswerf (het zou over tientallen miljoenen gaan) heb ik enkele opmerkingen.

Dat er een miljoenenclaim van de curator van de failliete scheepswerf bij de gemeente ter betaling op tafel zal komen is inmiddels wel duidelijk. Of er in het kader van het eigen vorderingsrecht van de eigenaar van de scheepswerf een mogelijke miljoenenclaim ingediend gaat worden  zal de toekomst moeten uitwijzen. Maar dat risico zit er voor de gemeente wel in.

2). Wat betreft de hoogte van de claim van de curator verwijs ik naar de vertrouwelijke notitie die bij de raadsleden bekend is (bijlage1). Het advies van de gemeenteadviseur is gebaseerd op een tussentijds financieel verslag van 29 november 2018. Niet erg recentelijk dus.

Op pagina 1 schrijft de adviseur: Omdat de scheepswerf failliet is en de curator namens de gezamenlijke schuldeisers procedeert, is het maximale risico in de schadestaatprocedure het faillissementstekort ( volgens de openbare faillissementsverslagen € 2,1 miljoen).

In paragraaf 19 wordt voor de schadeclaim een exact getal van € 2.111.167,88 ingevuld (tot 2 cijfers achter de komma zelfs).

In paragraaf 20 van de notitie staat; “Daarbij merken wij op dat het faillissementstekort nog zal wijzigen, omdat de algemene faillissementskosten nog zullen oplopen.”  Deze kosten (ook wel boedelschuld genoemd) zijn onbekend en de definitieve kosten van de preferente en concurrente vorderingen moeten nog worden vastgesteld in een te houden verificatievergadering. M.a.w.: aan de € 2.111.167,88 kan nog  een extra X-bedrag worden toegevoegd. Wat betekent dat het eerder genoemde bedrag van  2.111.167,88 niet definitief is.

Er zou in het financiële  verslag geen specificatie zijn opgenomen van de concurrente crediteuren à € 1.749.500,62 maar wel van andere concurrente verplichtingen à € 561.331,62. De vraag is dan ook: zijn deze cijfers (samen: € 2.310.000)  verwerkt in het faillissementstekort of zijn dit cijfers die buiten het faillissementstekort vallen maar in de verificatievergadering nog bij het faillissement tekort geboekt kunnen worden? Met andere woorden: De hoogte van de schadeclaim van de curator zal pas na de verificatievergadering  vastgesteld zijn.

3). Een ander onderwerp in de juridische afwikkeling van het faillissement kan een eventueel het eigen vorderingsrecht van de werfeigenaar zijn. Volgens de media zou de eigenaar van de werf overwegen (binnen het eigen vorderingsrecht) bij de gemeente een miljoenenclaim in te dienen.

De adviseur geeft in zijn notitie dat het nog maar de vraag is of de eigenaar van de werf die claim kan indienen (paragraaf 22 in bijlage 1). Hij geeft dan drie redenen op wanneer een aandeelhouder wel of niet schadevergoeding kan vorderen in paragraaf 23. sub (i), sub (ii) en sub (iii).

In paragraaf 24 staat te lezen: “Vooralsnog (niet met zekerheid dus- W.B) ziet het ernaar uit dat de situatie sub (i) zich hier voordoet: Van Kessel is als aandeelhouder weliswaar middellijk getroffen door het faillissement van de scheepswerf, maar de vordering op de gemeente berust alleen bij (de curator van) de vennootschap. Dat zou anders zijn kunnen zijn indien Van Kessel gronden heeft om te betogen dat de gemeente ook jegens hem een zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden”.

De vraag is dus of de werfeigenaar op grond van de regel in paragraaf 23. sub (ii) wel degelijk gronden heeft om een persoonlijke claim bij de gemeente in te dienen. Paragraaf 23. Sub (ii) zegt namelijk dat: “als er óók een specifieke zorgvuldigheidsnorm jegens de aandeelhouder zelf is geschonden, heeft de aandeelhouder in beginsel een vorderingsrecht naast de vennootschap”.

In dat kader schreven wij (www.gravepolitiek.nl) al eerder  dat ruim voor het faillissement van de werf er aanwijzingen waren dat de gemeente om politieke redenen en op aanvechtbare wijze de uitbreiding van de werf blokkeerde. ( zie e-mail aan raad en college op 28 maart 2019. Een deel uit de e-mail, is in bijlage 5 bijgevoegd). In (schijnbaar niet openbare) afspraken zijn er tussen de gemeente en GBB in de periode van hun PPR-relatie (Publiek Private Samenwerking oftewel ‘De samenwerkingsovereenkomst: Koninginnedijk’ , 2015) afspraken gemaakt die de wens van de Scheepswerf om schepen langer dan 135 mtr. te bouwen geblokkeerd hebben. Dat blijkt uit de correspondentie tussen de ambtelijke organisatie en het college (wethouder Daandels) die in bijlage 2 is bijgevoegd, waarvan hieronder een samenvattend detail is weergegeven. Duidelijk is dat daarmee een zorgvuldigheidsnorm door de gemeente is overschreden.

 

In een Niet Openbaar B&W voorstel van 30 Januari 2012 (Afdeling /cluster: Ruimte en wonen/Cluster Ruimtelijke ontwikkeling . Portefeuillehouder: H.A.W.M. Daandels. Onderwerp: Beëindiging samenwerkingsovereenkomst Koninginnedijk) blijkt duidelijk dat binnen het overleg van GBB en de gemeente de werf wel degelijk onderwerp van beleidsdiscussie is geweest.

Op blz. 3:  Argumenten beslispunt 1 – Niet instemmen met de voorstellen zoals GBB die wenst op te nemen in de beëindigingensovereenkomst, wordt onder punt 1.5 het volgende geschreven:

“In het verleden gemaakte afspraken tussen gemeente en GBB welke GBB terug wenst te zien in de beëindigingensovereenkomst. Het gaat hier met name om zaken die opgenomen zijn in een brief van de gemeente aan GBB verzonden op 9 januari. Onderwerpen zijn:

  • maximum aantal sociale huurwoningen in het plangebied,
  • het project Prinsenstal mag geen concurrentie vormen voor Wisseveld,
  • geen uitbreiding scheepswerf,
  • inspanningsverplichting voor gemeente tot het verkrijgen van subsidies.

 

 

 

4). Of de werfeigenaar een claim gaat indienen is een kwestie van gissen. Wat wel voor de burgers van Grave duidelijk zal moeten zijn is dat de bij de integriteit van het  Graafs politiek bestuur vraagtekens gezet kunnen worden.

Geen uitbreiding scheepswerf, op order van een private projectontwikkelaar die zijn concurrentiebelang veilig stelt binnen een PPR-overeenkomst  met de gemeente (Business as usual?) stelt het faillissement van de werf in een ander daglicht en geeft voeding aan het idee dat het met de integriteit van ons politiek bestuur slechter gesteld is dan het college en de meerderheid van de raad ons willen doen geloven. Ons college (burgemeester en wethouders) en een meerderheid in de raad verwarren schijnbaar  de begrippen integriteit en integritisme. Integriteit is een kwestie van doen, integritisme is een kwestie van erover praten. Daar zit een duidelijk verschil tussen, tenminste als ik de Oratie (redevoering) van Prof. dr. Huberts goed interpreteer/begrijp (bijlage 6).

5). Nog een citaat uit de e-mail van 28 maart 2019 (bijlage 5): “Gezien het vonnis van het Gerechtshof, de strenge juridische regels bij het toekennen van surseance van betaling en de afwikkeling van het faillissement van de werf is er geen sprake geweest  dat de eigenaar vanuit oneigenlijke motieven dan wel wanbeleid (slechte ondernemer) doelbewust aangestuurd zou hebben op een faillissement van de werf zoals indertijd door een deel van de raad en het college publiekelijk gesuggereerd werd. Over de door het gerechtshof aantoonbare schuld van de gemeente aan de teloorgang van de werf en daarmee het verlies aan werkgelegenheid voor ca. 60 medewerkers, om over schade bij de toeleveringsbedrijven in Grave en de regio, nog maar te zwijgen, is een hele slechte zaak. De door raad en college publiekelijk gesuggereerde verdachtmakingen van wanbeleid en oneigenlijke motieven zijn te scharen onder de begrippen laster en smaad. Politieke bestuurders met enige ruggengraat zouden nu, in plaats van laf stilzwijgen, openlijk hun excuses aan moeten bieden voor de doelbewuste aansturing op een koude sanering van de werf. Om over financiële compensatie nog maar te zwijgen”.

M.v.g. Wil Baaijens.

www.gravepolitiek.nl

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: