ARENA: Jan Verhaaren, moe maar tevreden. Alweer 4 jaar geleden. Ode aan alle Alpe d’Huez beklimmers!

‘Mijn God, wat was het afzien’

Jan Verhaaren, moe maar tevreden terug in Grave

9-6-2015 om 17:08 – Door Freddy Klooté

GRAVE – Afgelopen maandag (8 juni) sprak Arena met Jan Verhaaren. De Gravenaar was zaterdagavond terug gekomen van zijn bewonderenswaardige prestatie, de beklimming van de Alpe d’Huez. Op de sociale media stortregende het complimenten aan zijn adres. Na zijn vreselijke valpartij tijdens een training gaf niemand hem nog een schijn van kans om zijn droom te verwezenlijken. Maar zie, de gevallen held perste alle moed uit zijn lijf en vertrok met zijn kleindochter Femke Janssen en schoonzoon Dirk Engelaar naar Frankrijk.

 

Jan vertelt: “Het was vreselijk warm die donderdag. Er werd gesproken van een gevoelstemperatuur van 45 graden. Het klonk me niet als muziek in de oren. Maar ik was er gekomen om te fietsen en niets kon me meer tegenhouden. Hoopte ik. Om drie uur ’s ochtends waren we al op, want schoonzoon Dirk was van plan om zes keer de Alpe te beklimmen. Alleen van het idee al, kreeg ik verhoogde hartslag! Femke zou de rit bij me blijven. Dat was wel grappig als ik bedenk dat ik haar als kleuter met mijn handen aan de kraag van haar jasje heb leren fietsen en zij nu moest zorgen dat ik fietsend boven kwam. Jawel, met de handen aan mijn kraag.”
‘Niet vooruit te branden’
“Om 10 uur zijn we vertrokken”, gaat Jan verder. “Eerst een half uur met de lift en toen nog drie kwartier met de bus omlaag, want ik durfde niet meer af te dalen. Om 12 uur startten we, gelijk met Dirk zijn derde beklimming. Het eerste stuk was al meteen keimoeilijk. Ik was niet vooruit te branden, ik blokkeerde volledig! Dirk had al naar Angelique, mijn dochter, op de berg gebeld: “Dit gaat het niet worden met je vader”. Na een poosje gefietst te hebben was ik al gaan lopen en snakte naar de voor mij eerste rustpauze bij het bord 21. De eerste bocht dus. Het zweet gutste al van mijn hoofd. En de beklimming moest nog beginnen. Gesteund door mijn kleindochter gingen we langzaam bergopwaarts. Af en toe wel een stukje te voet, soms even rusten. En ja, daar kwam Dirk al naar beneden. Langs de kant stonden mensen met frisse hapjes. Komkommer met zout erop, niet te vreten. Normaal moet ik dat allemaal niet, maar nu was het om te overleven. Ik had ook van die gezonde koekjes bij me, waar ik geen liefhebber van ben, maar het moet en ze waren op een gegeven moment toch welkom. En daar kwam Dirk weer langs. Naar boven. Hij informeerde hoe het ging en reed, na ons kleine leugentje, gerustgesteld verder. Naarmate we verder kwamen begon ik steeds meer af te zien. En Femke begon voor de eerste keer op me te foeteren: “Opa stel je nou niet zo aan. Die andere mensen hebben het toch ook moeilijk”. Ik antwoordde dat die geen 74 jaar oud zijn. De eindjes rijden werden korter, de pauzes langer. De bidons met water raakten op. Ik raakte even in paniek en dacht dat ik zonder water beter meteen af kon stappen. Langs de kant zag ik mensen die met flessen water bezig waren. Ik hoefde niet eens wat te vragen. Ze vroegen om de lege bidons en vulden die. Het was toch al één en al vriendschap en medeleven langs de route. Af en toe was het gewoon emotioneel, maar ja als je gaat janken verlies je nog meer vocht. Toch heb ik gejankt. Maar het was vooral afzien. Mensen nog aan toe. Nog nooit in mijn leven heb ik zo afgezien. Op een gegeven moment wilde ik weer op de fiets stappen en kreeg ik de trappers niet meer rond. Maar ik wilde per se. Ik moest het gewoon. En zo pepte ik mezelf op. En Femke was er natuurlijk steeds voor me. Ja, Dirk ook. Die zagen we met enige regelmaat, omlaag en omhoog voorbij rijden. Hij vroeg steeds hoe het ging en geloofde ons op het laatst ook niet meer. Hij bleef de laatste kilometers bij ons. Met Femke die naast me aan een riem trok en Dirk die me duwde zijn we uiteindelijk over de streep gekomen. Dat moment was onvergetelijk. Het gejuich van de mensen aan de finishlijn bezorgde me kippenvel. Mijn gedachten gingen op dat moment ook uit naar die mensen voor wie ik het gedaan had en naar het lied “Dichter bij de hemel kom ik niet” van Maarten Peters en Margriet Eshuijs. Maar mijn God, wat was het afzien. En toch had ik het gehaald. Ik had ook geen keus. Ik kon niet thuis aankomen, met de mededeling “Ik heb het toch geprobeerd”. Nee, opgeven was geen optie”.
‘Streefbedrag gehaald’
Jan ziet er vanochtend ontspannen en goed uit: “Ik heb nergens pijn. Ik heb alleen een enorme vermoeidheid in heel mijn lijf. Maar ik ben vooral blij dat het gelukt is. Blij dat Femke en Dirk er zo voor me waren. Ja, Dirk is vijf en een halve keer naar boven gereden. Zonder mij had hij de zes makkelijk gehaald. Ik denk dat we het streefbedrag wel gehaald hebben. (Dat was 7.500 euro, red.).”

 

Een nichtje, petekind Noortje, komt hem feliciteren. Terecht. Jan heeft het ‘m maar mooi geflikt. Jan Verhaaren op weg naar de top heeft laten zien wat een topper hij is.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: