Gastcolumn Ben Bongaards 90: Honderd dagen Lex Roolvink

Het is een slordige honderd dagen geleden dat Lex Roolvink Sjoukje Haasjes afloste als burgemeester van Grave. Het is de laatste jaren een gewoonte geworden om na die eerste honderd dagen op de nieuwe post een voorlopige balans op te maken. Voor Grave en Roolvink is dat overigens uiterst voorlopig; de wittebroodsweken zijn in belangrijke mate samengevallen met de zomervakantie, politiek en bestuurlijk niet de meest productieve periode van het jaar.
 
Een heel welkome trendbreuk was dat onze nieuwe burgemeester onmiddellijk in ons stadje is komen wonen en meer nog, dat hij zichtbaar hier was, ons leven met ons deelde, niet alleen als er iets feestelijks of plechtigs aan de hand was maar ook bij de genoegens en ergernissen van alledag. 
 
Niet dat het wezenlijk is voor het functioneren van een burgemeester maar er zijn, en vooral het er willen zijn, geeft hem een voorsprong. Het klinkt wat pathetisch, maar we hebben weer een burgemeester die uit de eerste hand weet wat het inhoudt en hoe het voelt om Gravenaar te zijn.
 
Zodoende kan hij, meer dan zijn voorgangsters, opsnuiven wat er hier gebeurt, hoe zaken hier beleefd worden, waar de gevoeligheden liggen en waarom.
 
Rondwandelend voelt hij de trots van Grave op de stad en haar rijkdom en cultuur en vooral ook op de mensen die haar bevolken. Mensen die hun cultuur en hun stad koesteren en, soms tegen de stroom op, uitdragen als iets heel bijzonders. Onze burgemeester heeft dat uitstekend aangepakt. Een bestuurder kan niet dicht genoeg bij de mensen staan die hij bestuurt en in zekere zin ook vertegenwoordigt. Misschien is het in dit kader ook wel een zegen voor hem geweest, die komkommertijd.
 
Het echte politieke leven was in die honderd dagen in zomerslaap. Ook daar is het wellicht een zegen dat Roolvink het de eerste maanden van enige afstandje heeft kunnen meemaken. Heeft hij rustig kunnen bekijken wat de kracht en wat de zwakte is van onze plaatselijke politiek en rustig op een rijtje kunnen zetten wat er anders kan en moet. Zonder de waan van de dag die in zijn nek hijgt.

Onze burgemeester zal zich hopelijk rot geschrokken zijn van alle geheimen op het stadhuis. De bekende lijken in de kast, de zaken die decennia achtereen voortslepen, bij gebrek aan bestuurskracht en moed om keuzes te maken. De ellende als gevolg van de bestuurlijke armoede van onze gemeente waardoor het een heksentoer geworden is om voldoende deskundigheid in te zetten om degelijk te kunnen besturen. Dat heeft zich vooral gewroken bij ’t Wisseveld waar in feite alle tekortkomingen op één stapel geraakt zijn: geen visie, geen geld, geen kennis van zaken, geen bestuurlijke intuïtie,slecht gerichte ambitie, geen administratie, weinig gevoel voor integriteit. 

Onze burgemeester zal zich rot geschrokken zijn en zal voor zichzelf een lijn getrokken hebben; dit kan zo niet langer. Geen geheime beraadslagingen meer, geen gehannes meer met agenda’s en stukken. Geen tweedeling meer tussen ingewijden en niet-ingewijden; transparantie in wat wel en niet mogelijk is; beëindiging van cliëntelisme en de tegenpool dat er mensen zijn wie niets gegund  wordt. Enkel besturen zoals er bestuurd hoort te worden…

De eerste honderd dagen zijn, zonder dat we hem er zelf op aan mogen kijken, gelopen, zoals ze voor alle nieuwe bestuurders zouden moeten verlopen: piano. Dat betekent wel dat hij, na zijn lange rustige aanloop ook verwachtingen heeft gewekt: een burgemeester die in de stad rondloopt en kijkt en luistert. Hij had het in mijn ogen niet beter kunnen doen. Dat op zich belichaamt een belofte. Hij zal er een hele kluif aan hebben om die in te lossen. Het zij hem en ons gegund dat dat gaat lukken en voortvarend wordt opgepakt. Na ‘piano’ zal nu ‘forte of zelfs ‘fortissimo possibile moeten volgen.
Succes!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: