Antwoord op vragen Piet V. over geheimhouding enz.

Geachte heer Vollenberg,

Naar aanleiding van uw vragen over de schending geheimhouding het volgende:

Net als U, ben ik ernstig ontstemd over de wijze waarop wederom de geheimhouding is geschonden.

U stelt mij de vraag wat de voorzitter doet n.a.v. de schending van de geheimhouding en wat dat voor consequenties heeft.

Ik heb in eerste instantie wethouder Opsteegh gevraagd naar het gebeurde en de wethouder heeft mij geïnformeerd over de gang van zaken.

-Het is niet in eerste instantie wethouder Opsteegh geweest die de geheimhouding heeft geschonden. De journalist heeft bij de wethouder geïnformeerd of het waar was dat er zaken speelden rondom de verplaatsing van het AZC . De journalist was op dat moment blijkbaar al op de hoogte van het geen in een besloten vergadering was besproken.

-Wethouder Opsteegh heeft vervolgens de journalist te woord gestaan en verteld dat verplaatsing tot de mogelijkheden zou kunnen behoren, zich daarbij niet realiserend dat e.e.a. in een besloten vergadering, ter kennisname, aan de orde was geweest. Ik heb de wethouder hier vervolgens op aangesproken. Wethouder Opsteegh heeft zijn excuses aangeboden en zal dit ook dinsdag, 22 september in de openbare vergadering nogmaals herhalen.

Ik spreek ook de hoop uit dat in navolging van de wethouder, ook diegene die de vertrouwelijkheid geschonden heeft zijn of haar excuses zal aanbieden.

Vanzelfsprekend is het zo dat voor collegeleden dezelfde regelingen gelden als voor raadsleden.

-De communicatieafdeling ondersteunt het college daar waar nodig ter voorbereiding op interviews, journalistieke vragen, representatie. Vanzelfsprekend houdt een ieder een eigen verantwoordelijkheid voor wat betreft de reacties richting de media. De meeste vragen komen dan ook via de afdeling communicatie bij de wethouders binnen. Maar het kan ook zo zijn dat tijdens het weekend de journalist eigenstandig college- of raadsleden via de GSM vragen wil stellen.

-Als voorzitter van de raad heb ik reeds meerdere malen mijn zorgen uitgesproken over de wijze waarop zaken die in een besloten vergadering aan de orde zijn geweest in de openbaarheid komen.

Het middel wat mij ter beschikking staat bij schending van de geheimhouding, is het doen van aangifte en het instellen van een (strafrechterlijk) onderzoek. In onderhavig geval heb ik de afweging gemaakt géén aangifte te doen, omdat de gemeentelijke belangen niet direct geschaad zijn. Mocht dit in de toekomst wel aan de orde zijn dan zal ik mij beraden.

P.S. 1. Het vet afdrukken is door mij gedaan om accenten te kunnen leggen. Morgenavond wordt de affaire “Lekkende wethouder en andere ongemakken” vervolgd.

P.S. 2. Enkele minuten na het plaatsen van het onderstaand artikel uit NRC kreeg ik per e-mail het antwoord van de burgemeester op vragen van Piet V.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: