Leo de Vreede in de ARENA: Waarheen leidt de weg die Grave gaat?

Door Leo de Vreede

Het antwoord op deze vraag mag worden verwacht tijdens de raadsvergaderingen die op 15 juni en 2 juli worden gehouden. Dan immers leggen het college en de raad verantwoording af over het in 2018 vastgestelde en uitgevoerde beleid en geeft de raad aan het college de kaders voor 2020 en de daarop volgende jaren. De stukken zijn inmiddels gepubliceerd en op 12, 17 en 18 juni zullen ze in het openbaar in de commissies worden besproken. Daarvoor is er nog een bijeenkomst die voor gewone burgers niet toegankelijk is. De raadsleden krijgen daarin toelichting op de stukken. Van de burgers wordt kennelijk verwacht dat zij die toelichting niet nodig hebben om de raadsvergaderingen te kunnen volgen.

Op basis van mijn eerste blik in de stukken verwacht ik niet bepaald een duidelijk antwoord op de vraag bovenaan dit artikel. Natuurlijk staan er veel goede dingen in. Die passen vooral in het begrip “op de winkel passen”. Mijn aandacht gaat vooral uit naar drie thema’s:

1. De bestuurlijke toekomst van Grave
Eigenlijk heeft de raad hierover al op 16 april een besluit genomen. Nou ja: besluit kun je het niet noemen. Er zou een keuze moeten worden gemaakt uit drie onderzochte bestuursvormen van Grave te weten;
o een zelfstandige gemeente Grave met een eigen gemeentebestuur en een eigen ambtelijk apparaat;
o een zelfstandige gemeente met een eigen gemeentebestuur, maar ambtelijke ondersteuning wordt ingekocht;
o samenvoeging van de gemeenten Cuijk, Grave en MIll die nu al door één gemeenschappelijke ambtelijke organisatie worden ondersteund.
De laatst variant viel al voor de vergadering af omdat Cuijk inmiddels had besloten om per 1 januari 2022 met Boxmeer en St. Anthonis één gemeente te vormen. Een poging van D66 om de mogelijkheid alsnog bij die drie gemeenten aan te sluiten bij de discussie te betrekken faalde. De raad kwam niet verder dan het rapport voor kennisgeving aan te nemen. In een motie werd nog vastgelegd dat de raad de ontwikkelingen nauwgezet zou volgen en het college kreeg opdracht te gaan werken aan de burgerparticipatie in de vorm van kernendemocratie. Een opdracht die het college al lang had.

De jaarstukken behoren meer te zijn dan een boekhoudkundige opsomming van cijfers. Er dient ook bestuurlijk en politiek verantwoording te worden afgelegd. In de voorstellen van het college is over de huidige en toekomstige bestuurlijke organisatie geen woord terug te vinden. (sterker nog in die voorstellen is over geen enkel onderwerp iets te merken van opvattingen van het college). In de ambtelijke kadernota wordt alleen vermeld dat er eind 2020 een besluit is over de bestuurlijke toekomst van de gemeente.

Kennelijk denkt het college en ook de raad op basis van de vergadering van 16 april dat dit besluit er vanzelf komt de gemeenteraad maar geduldig blijft niets-doen. Zo is het echt niet. Bovendien heeft Grave de ontwikkelingen niet in eigen hand. Als Boxmeer, Cuijk en St. Anthonis op 1 januari 2022 inderdaad één gemeente zijn zit Grave op dat moment zonder ambtelijke ondersteuning.

Als halsstarrig wordt vastgehouden aan de uitspraak dat over één gemeente Land van Cuijk niet mag worden gesproken blijft er niets anders over dan dat Grave zelfstandig blijft met een eigen ambtelijke ondersteuning die voor een deel kan worden ingekocht. Wil je die operationeel hebben als Boxmeer, Cuijk en St. Anthonis daadwerkelijk één gemeente vormen, ook als dat wat later dan 1 januari 2022 is, moet er nu wel worden begonnen met de opzet van de eigen organisatie. Het ligt dan voor de hand dat de nieuwe gemeente, die ik nu maar met ABC aanduid, de leverancier van de ambtelijke ondersteuning wordt. Tijdig een complete eigen complete ambtelijke organisatie opzetten? Ik geloof er niet in. Zoals het er nu uitziet is het antwoord op de titelvraag dan ook:

Voor het thema bestuurlijke organisatie leidt de weg die Grave gaat regelrecht het moeras in, sterker nog we zijn daar gearriveerd!.

2. De financiële positie van Grave
Tot nu toe heeft het college, gesteund door de coalitie, bij hoog en bij laag beweerd dat de financiële positie van de gemeente gezond is. In de nu voorliggende voorstellen voor jaarrekening 2018, kadernota 2020-2023 en de eerste bestuursrapportage is haast angstvallig vermeden iets van een mening vanuit het college over de financiële positie van Grave te laten blijken. Ik mag toch hopen dat ze die wel hebben.

Er is natuurlijk een verband met de stukken uit vorige jaren. Eindsaldi van jaar x zijn beginsaldi van jaar x+1. Dit verband wordt niet gelegd. Al jaren wordt om een sluitend geheel te krijgen een
beroep gedaan op de algemene reserve. Een overzicht van de ontwikkeling van die toch niet onuitputtelijke spaarpot had daarom wel in de voorstellen gepast. Samengevat luiden de voorstellen van het college: “Raad, hier heeft u de cijfers en zoek het zelf maar uit.”. Dat laatste geldt helemaal voor geïnteresseerde burgers. Raads- en commissieleden krijgen tenminste nog een technische voorlichting.

De ambtelijke beoordeling in de jaarrekening 2018 van de financiële positie luidt:
“Samenvattend kan op basis van bovenstaande kengetallen worden gesteld dat deze, vanuit het perspectief van de jaarrekening 2018, op orde zijn, met uitzondering van de structurele exploitatieruimte. Dat betekent dat de structurele inkomsten lager zijn dan de uitgaven. De gemeente Grave kan haar inkomsten beperkt verhogen tot de belastingcapaciteit het artikel 12 niveau bereikt.”

Vertaald betekent dit: “we zijn nog niet bankroet maar in 2018 wel gevorderd in die richting”. Er moet weer € 572.000 uit de algemene reserve worden gehaald. Die is dan nog € 9.348.000.
De begroting 2019 werd sluitend gemaakt door € 648.000 bezuinigingen in te boeken en nog € 670.000 uit de reserve te onttrekken. De eerste rapportage gebaseerd op 3 maanden besturen is geeft aan dat het er naar uitziet dat er toch nog € 1.012.000 uit de reserve moet komen.

En ook volgens de kadernota 2020-2023 zetten we komende jaren weer flinke stappen in de richting van de bodem van de schatkist. In totaal zou er € 7.100.000 uit de reserves moeten worden gehaald om de tekorten te dekken.

Natuurlijk is dit een grove benadering, maar eind 2023 zou Grave wel eens minder reserve kunnen hebben dan wettelijk nodig is om risico’s te kunnen dekken en dus bankroet is.

Opvallend is dat in de voorstellen en onderliggende ambtelijke rapportages geen woord is besteed aan de plannen voor een nieuwe sportpark.

De conclusie uit het voorstel van het college voor de kadernota getuigt van een werkelijk gevoel voor galgenhumor:
“De voorliggende kadernota 2020 – 2023 geeft ruimte voor een gesprek met de raad over de prioriteiten en de daarvoor beschikbare middelen”

Voor het thema financiële positie leidt de weg die Grave gaat dus naar de ondergang.
Maar misschien vindt de gemeenteraad toch een uitweg.

NB Wel moet worden opgemerkt dat die belabberde financiële uitzichten niet worden veroorzaakt door gemeentelijk beleid, maar vooral te danken zijn aan de afschuifpolitiek door het rijk.

3. Het ontwikkelen van “kernendemocratie”
Al jaren wordt in Grave gepraat en geschreven over het nauwer betrekken van de burgers bij het besturen van de gemeente. Termen als inspraak, aan de voorkant, burgerparticipatie vliegen over tafel vliegen. Kernendemocratie is de huidige aanpak waaraan in de rest van het Land van Cuijk wordt gewerkt en in Grave nog op gewacht; nu op het visiedocument dat het college dit najaar moet presenteren.
Intussen lijkt het er meer op dat de raad de burgers liever uit de raadzaal verwijderd houdt.

Zo is de werkbijeenkomst van de raad over de jaarstukken, de kadernota en de bestuursrapportage (dus waar ik het hierboven over had) niet toegankelijk voor geïnteresseerde burgers. Je zou toch verwachten dat ook raads- en commissieleden met hun achterban zouden willen overleggen en dan is het handig als die achterban goed is geïnformeerd. Deze afhoudende houding is zelfs nog vastgelegd in de nieuwe werkwijze van de raad.
Als je naar de reden vraagt waarom werkbesprekingen per definitie niet toegankelijk zijn voor inwoners krijg je als antwoord dat er wel eens zaken aan de orde zouden kunnen komen die beter niet in de openbaarheid kunnen komen. Een huis zonder ramen en deuren is inderdaad de beste beveiliging tegen inbraak.

Onlangs een rapport verschenen waarin staat dat de gemeenschappelijke ambtelijke organisatie van Cuijk Grave en Mill het goedkoopst en meest efficiënt kan werken als de hele organisatie in
één gebouw is gevestigd. Dat is geen verrassende conclusie, maar nu blijkt dat net het stadhuis van Grave te zijn, hetgeen gerust een pikante uitkomst mag worden genoemd. Het nieuws is in de pers verschenen en ook het college van Grave heeft via een raadsinformatiebrief de uitkomst van het onderzoek openbaar gemaakt. Het rapport zelf is alleen voor raadsleden vertrouwelijk in te zien. “Het bevat bedrijfsgevoelige informatie”. Nu beschikt ook Cuijk natuurlijk over dit rapport en daar is het gewoon op de website te vinden. Die gemeenteraad heeft kennelijk wat meer vertrouwen in zijn burgers dan de raad van Grave
Geen wonder dat van Cuijk, Grave en Mill de gemeente Grave het slechts scoort op communicatie met de burgers. (De scores van die drie gemeenten zijn te zien op de gemeenschappelijke informatiepagina bij de Graafse courant)

Voor dit thema ziet het er naar uit dat we nergens heengaan.

Slot
Alles bij elkaar mag je dit best een somber stuk noemen. Maar de raadsvergaderingen van 25 juni en 2 juli moeten nog plaatsvinden en er is dus kans dat op 3 juli de weg naar een glorievolle toekomst van de Graafse gemeenschap voor iedereen duidelijk is en dat we met z’n allen samen op pad gaan.

Eerlijk gezegd heb ik daar geen vertrouwen in. Wat wel zeker is dat op 8 juli het zomerreces begint. Behalve rust ook tijd voor bezinning. Dan is het goed eens in de geschiedenis van Grave te kijken. In 1966 was er ook zo’n hopeloos uitziende situatie. Henricus was net gesloopt, de binnenstad was een puinhoop, het stadhuis gevestigd in een keet en tussen Hoofschestraat en N324 was een woestijn. Ook de gemeenteraad zag geen licht in de duisternis. Er is toen een gesprek geweest van raadsleden waaronder een collegelid en een aantal burgers. Dat heeft geleid tot een stichting “Hart van Grave”. Het sloeg aan en werd thema van de carnaval 1967. Hieruit is de woningstichting ontstaan, de stichting gemeenschapsaccommodaties en de opbouwstichting. Er kwam elan, samenwerking tussen bestuur en maatschappij en ja, ook een hoop mazzel in de vorm van werkgelegenheidsubsidies. Misschien iets dat aangepast kan worden herhaald.

Er is nog een mogelijkheid. Door de minister is aangegeven dat gemeenten zelf moeten beslissen over hun bestuurlijke organisatie. Het rijk grijpt alleen in als een gemeente aantoonbaar niet in staat is de eigen broek op te houden. Het enige dat de gemeenteraad daarvoor hoeft te doen is doorgaan met afwachten.

Ik ben benieuwd naar de komende vergaderingen.

Leo de Vreede

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: