Citaten uit het onderzoeksrapport.

De Onderzoeksraad concludeert in zijn onderzoek dat het optreden van de eerstelijns crisisorganisatie van Rijkswaterstaat onvoldoende heeft geleid tot een adequate alarmering en opschaling, waardoor de hulpverlening op achterstand werd gezet. Dit laat onverlet dat uit het voorval bij Grave ook lessen geleerd kunnen worden over de werkwijze van de brandweer. Bekend was dat een schip met gevaarlijke stoffen aan boord door de stuw was gevaren. Door de mist werden eigen waarnemingen ernstig bemoeilijkt en was de schade die bij deze gebeurtenis was ontstaan aan de opbouw van het schip (die later zou leiden tot opschaling naar GRIP 1) voor de brandweer niet zichtbaar. Ook bestond het risico dat het schip alsnog zou gaan lekken, bijvoorbeeld door schade aan de onderzijde van het schip. Een professioneel oordeel over de staat van het schip kon niet bij donker en in dichte mist worden geveld. Dat de schipper bij het roepcontact met de brandweer liet weten dat er slechts sprake was van een technisch probleem ligt niet in lijn met dat wat op dat moment bij de brandweer bekend was over het voorval bij de stuw. De brandweer dient hierover tot een eigen oordeel te komen.

Het beeld dat de evacuatie van de bemanning zou zijn uitgevoerd met het oog op risico’s m.b.t. een benzeenlekkage is onjuist. De reden voor de evacuatie was dat de schipper onwel was (en niet t.g.v. een benzeenlekkage). In uw rapport wekt u daardoor ten onrechte de suggestie dat na drie uur een ander beeld zou zijn ontstaan over de inschatting van de risico’s waardoor evacuatie alsnog noodzakelijk was.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: