Gastcolumn Ben Bongaards: Nobel en de papegaaien

Een verrassing, de toekenning van de
Nobelprijs voor de Vrede aan de Europese Unie. Er zijn allerlei argumenten te
bedenken waarom dit een goede beslissing is en evenveel argumenten om er anders
over te denken. Waarschijnlijk is het belangrijkste argument van het Noorse Nobelcomité,
overigens precies als bij al die andere Nobel Vredesprijzen, om een signaal af te
geven. En als ik goed achter de teksten luister, is die boodschap nogal simpel:
‘Europa, met al je chagrijn van dit moment, probeer nou eens je zegeningen te
tellen en in jezelf te geloven.’ 

Onze minister van Buitenlandse Zaken zette de toon; dat hoort bij zijn functie.
Heel genuanceerd, balancerend op het slappe koord. Hij is dan wel demissionair
maar zijn rechteroog speurt nog steeds de randen van zijn blikveld af, op zoek
naar de instemming of afkeuring van de Grote Gedoger. Dus het commentaar blijft
op de vlakte. ‘Aansprekender als de prijs aan één of enkele personen
wordt uitgereikt,’ daar kwam het op neer. Zurig en zuinig, een gemiste kans om het
meel in de mond na die twee jaar eens ferm weg te spuwen.

Het journalistiek orkest in z’n geheel valt
meteen in. Onheilspellend gedonder op de achtergrond, Griekenland, Spanje. ‘Hoe
halen ze het in hun hoofd! En ook nog juist op dit moment!’ Je ziet (dit tussen
haakjes) meteen dat er ook wel degelijk iets veranderd is in de ‘kritische
attitude’ van het journaille. Een maand of vier vijf geleden had de meute zich
en masse op de Grote Gedoger gestort om elke scheet op te snuiven alsof er gesprenkeld
werd met Chanel No 5. Nu heeft zijn commentaar gewoon de waarde die het heeft,
getwitter voor de vaak.
Mijn eerste gedachte bij het bekend worden van
de prijswinnaar: ‘Goede keus! Druk Europa maar eens met haar neus op haar
zwakte en spoor haar aan om weer eens te gaan geloven in haar eigen kracht.
Laat nou eens zien, Europa, dat er ergens, hoe diep weggemoffeld dan ook, nog
een sprankje van een ideaal leeft. Een ideaal, in de geest van destijds,
afgezet tegen eeuwen oorlog in het verleden, waarvan de twee laatste nog vers
in het geheugen. 
Dat ideaal is sleets geworden, omdat het decennialang niet gekoesterd en geüpdate is. Toen een
jaar of zeven geleden bij het referendum onze politici niet de politieke kloten
hadden om het werkelijke verhaal te vertellen, werd dat argument (oorlog en
vrede) ook aangedragen maar daarbij was het hun helaas ontgaan dat we niet meer
in 1950 leefden maar in 2005. De Unie is immers zo succesvol gebleken, dat
oorlog uit ons denkraam verdwenen is en dat er heel veel vrede is gebouwd. Een
gegeven dat ons allemaal ongelofelijk verrijkt heeft. Ondanks alles.

Het is een waarheid als een koe, dat Europa
steeds pijnlijker tegen haar grenzen aanloopt en die grenzen liggen niet eens
zozeer op die plekken waar de onmenselijkheid van de EU-regels botst op de
onmenselijkheid van landen die niet goed voor hun burgers (kunnen) zorgen.
Europa loopt ook op tegen de grenzen van de democratie; is niet goed bij machte
om haar instellingen voldoende democratisch gehalte te geven. 

Of dat voldoende argument is om fris van de lever het Nederlandse vingertje te
heffen… De traditie wil het zo maar er zijn ook andere tradities, al gaan we
daar slordig mee om… 


Waarom niet de veel natuurlijkere intuïtie als bij iedere prijs die gewonnen
wordt:

Proficiat Europa, een verdiende prijs, je hebt immers grote betekenis
voor ons leven, onze welvaart en ons welzijn… 
Proficiat Europa maar vergeet je
idealen niet, de stip op de horizon waar we ons met z’n allen op kunnen
richten. 
Proficiat Europa maar zorg dat je je burgers niet van je vervreemdt.’

Stel je voor, op 29 april, dat we met z’n
allen gaan lopen zieken en millimeteren over de lintjes of wat dies meer zij:
‘Proficiat met je ridderslag, maar eigenlijk vind ik je een klootzak.’ Het zijn
bij uitstek momenten om even af te zien van dit soort zurigheid en het is een
teken aan de wand dat papegaaiend Nederland niet meer de beschikking lijkt te
hebben over die intuïtie. 
Is dat misschien het grote deficit van onze
samenleving, dat we vanuit al onze welvaart, al ons welzijn en al onze vrede
alleen maar oog lijken te hebben op wat we nog niet hebben en wat er nog niet
deugt? 

Het is een spiegel, waarin gegraveerd staat: ‘Tel je zegeningen!’ Dank je wel
Nobelprijscommissie! 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: