Brandbrief Greaft Voort aan raad en college.

Geacht college, geachte raad

De Stichting Graeft Voort heeft zich sinds de oprichting mogen verheugen in de gunst van
het gemeentebestuur. De toenmalige burgemeester, de heer Gerrits, speelde bij de 
oprichting zelfs een leidende rol. Achtereenvolgende colleges en raden hebben 
daar vervolg aan gegeven.

Wij memoren dat de stichting naast het feit dat mocht worden gerekend op een jaarlijks
subsidie ook vrijwel nooit vergeefs een beroep op college en/of raad heeft gedaan waar 
het ging om incidentele bijdragen voor bijzondere aankopen. In het bijzonder memoreren 
wij dat u een goede permanente locatie in de Hampoort faciliteerde, die vervolgens 
ondersteunde via een genereuze subsidie voor een depot op de bovenverdieping, en 
tenslotte nog gelden beschikbaar hebt gesteld voor een nieuwe vleugel achter de 
bestaande bouw.

Het museum, vanouds een van de brandpunten van de activiteiten van de stichting, 
heeft door dit alles steeds verder kunnen groeien en bloeien met als resultaat o.a. 
de her-opening van vrijdag 24 juni j.l. Wij menen dat dit gemeente en burgers 
alleen maar tot voordeel kan strekken in velerlei opzicht. Uw burgemeester, 
mevrouw Haasjes heeft een en ander in haar speech bij de her-opening 
nog eens ten volle onderschreven.

Naast haar museale activiteiten heeft de stichting vanaf het begin ook altijd hard 
gewerkt aan de onderbouwing van die museale activiteiten. Wij doelen hier op het 
vergaren van steeds meer, steeds grotere en steeds gedetailleerdere kennis 
over de geschiedenis van Grave. Tezelfdertijd kon de stichting vooral dankzij uw f
inanciële steun tal van belangrijke aankopen doen, met name prenten. 
Nog onlangs kreeg de stichting van u uw eigen historische collectie in bruikleen. 
En zeer recent verwierf de stichting de historische collectie van Koninklijke
Visio (voorheen St. Henricus en De Wijnberg) in bruikleen.

De heer Martien Koolen, die u welbekend is als amateurarcheoloog, 
heeft inmiddels heel zijn rijke collectie van vele jaren ook aan de stichting 
beschikbaar gesteld. Dit alles is de basis voor de presentaties van het museum. 
Zonder een collectie van voldoende omvang kan een museum niet bestaan.
Maar zonder research is een museum ondenkbaar. Wij hebben sterk de indruk dat 
U ons kenniscentrum, tot nu toe niet voldoende benut. Het zou, in onze ogen, een
vanzelfsprekendheid moeten zijn dat, wanneer de gemeente zich op terreinen 
begeeft met een historische component, de Stichting Graeft Voort als 
vanzelfsprekend wordt ingeschakeld om de historische onderbouwing te leveren. 
Het zou logisch zijn, want de stichting werkt op dit terrein en een deel van haar 
subsidie wordt daar ook voor benut.

Op dit moment komen de meeste nota’s en andere beleidsstukken van de gemeente 
tot stand zonder dat in het voortraject de stichting is ingeschakeld. Dat is jammer, 
maar natuurlijk niet bezwaarlijk als het zonder de stichting ook goed blijkt te 
kunnen gaan. Maar dat is nu juist niet het geval. Vaak blijken er in die nota’s 
en beleidsstukken allerlei onjuistheden te staan, die voorkomen hadden kunnen 
worden als men de expertise van de stichting te hulp had geroepen. Dat kan kleinigheden 
betreffen, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het meestal om grote fouten en zelfs 
om elementaire fouten gaat.

Nog onlangs heeft de stichting dit gebrek moeten constateren bij de organisatie, 
belast met hetvoorbereiden van de cultuurhistorische waardekaart. Veel voor die kaart 
benodigde kennis was bij die organisatie niet beschikbaar en Graeft Voort werd niet 
ingeschakeld. Het gevolg kan zijn, en dat is in het verleden ook al gebeurd, dat 
informatie naar buiten wordt gebracht die de toets der kritiek niet kan doorstaan . Uw 
burgemeester heeft in de reeds gememoreerde speech bij de opening beschreven dat het
vanzelfsprekend moet zijn dat Graeft Voort als expertisecentrum fungeert voor 
de gemeente.

De agenda van de a.s. raadsvergaderingen vormt de concrete aanleiding voor deze brief.
U gaat besluiten over de nieuwe welstandsnota en een nieuwe verordening voor de 
ruimtelijke kwaliteitszorg. Het is de stichting opgevallen dat in de a.s. samenstelling 
van de commissie RKZ geen expertise is voorzien op het gebied van de lokale 
geschiedenis. De stichting beschikt over gedetailleerde kennis over de 
vestinggeschiedenis en over de meeste panden in de Graafse binnenstad. Zoals 
het er nu naar uitziet, wordt die kennis niet en zeker niet structureel benut. 
Wij bedoelen niet per se dat onze stichting onderdeel uit zou moeten maken
van de commissie RKZ. Maar wij zijn wel van oordeel dat gewaarborgd en 
vastgelegd zou moeten zijn dat de expertise van de stichting effectief en structureel 
wordt ingezet.

U gaat ook besluiten over een nieuwe structuurvisie voor de gemeente Grave en het
raadsvoorstel spreekt in dat verband over een analyse van de geschiedenis van Grave, 
naar wij aannemen met inbegrip van de kerkdorpen. Wij maken ons daar zorgen over.
Vorig jaar heeft onze stichting moeten constateren dat het concept Beeldkwaliteitsplan
Binnenstad dat richtinggevend, zoniet directief moet worden voor de toekomst van de
binnenstad, vol fouten stond over de geschiedenis van Grave. Fouten waar vervolgens, 
en dat zal u niet verbazen. verkeerde conclusies uit werden getrokken. Erg jammer, 
immers ook hier had de stichting volop gegevens beschikbaar, welke een belangrijke 
bijdrage zijn voor een juiste besluitvorming.

De stichting Graeft Voort is van ganser harte bereid u, college en raad, op tal van punten 
van dienst te zijn. Voor recreatie en toerisme is dat sinds jaar en dag vanzelfsprekend.
Voor ons kenniscentrum, toch ook al van eerbiedwaardige leeftijd, geldt dat helaas niet!
Wij nodigen u dringend uit om op korte termijn met ons in overleg te treden om de voor 
een aloude vestingstad als Grave zo onontbeerlijke historische inbreng integraal onderdeel 
te laten zijn van het gemeentelijk beleid. In het bijzonder stellen wij ons voor dat in elk geval 
de stichting vanaf het begin adviseert over de historische onderbouwing van de structuurvisie 
en dat het college bij de aanstaande bezetting en het daadwerkelijk functioneren van de
commissie RKZ de inbreng vanuit het kenniscentrum van Graeft Voort afdoende en 
bestendig regelt. Over de concrete invulling van een en ander treden wij graag met het 
college in overleg. De raad roepen wij op om, mocht dat nog nodig zijn, het college daar 
opdracht toe te geven.

Hoogachtend,
Harry Peppinck
Namens de Stichting Graeft Voort


P.S. KEERPUNT 2010 heeft vandaag tijdens de opening van de tentoonstelling van twee Graafse kunstenaars van de inhoud van deze brief vernomen. De brief is nu integraal op deze site geplaatst. We nodigen bestuursleden uit om op het fractieoverleg a.s. maandag over een week een korte toelichting te komen geven. We onderschrijven de teneur van deze brief!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: