Ben Litjens stelde ook vragen over de kosten van raadsvragen. Binnenlands Bestuur schrijft erover!!

GraverMaat: In de laatste raadsvergadering maakte Ben Litjens kritische opmerkingen over de hoge kosten die verbonden zijn aan raadsvragen.

In Binnenlands Bestuur wordt een case uit Opmeer behandeld.

Het is een onvoorwaardelijk recht schrijven deskundigen. 

”Nooit alleen om reden van een louter financieel belang”

RAADSVRAGEN? EERST 18.000 EURO BETALEN

Als gemeenteraad moeten betalen voor beantwoording van raadsvragen is ‘volkomen ridicuul.’ Dat stelt emeritus-hoogleraar staatsrecht Douwe Jan Elzinga. ‘De gemeenteraad heeft recht op alle informatie die nodig is.’ ‘Het is een vernietigbaar besluit’, stelt hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans resoluut. ‘Dit is zo fout als het maar zijn kan.’

Openbaar belang

De enige grond om te weigeren antwoorden op raadsvragen te geven, en daar ook geen capaciteit en middelen voor vrij te maken, is als het openbaar belang in het geding is, stellen beiden. En dat is alleen in heel uitzonderlijke gevallen, verduidelijkt Voermans, ‘nooit alleen om reden van een louter financieel belang.’ Dat beaamt Elzinga.

Inhuur derden

Elzinga en Voermans reageren daarmee desgevraagd op een kwestie in Opmeer. De raadsfractie van DSV had vragen gesteld over de inhuur van derden. Gedetailleerde vragen, stelde het college in zijn raadsvoorstel, waarin het de raad vraagt 18.000 euro vanuit de algemene reserve ter beschikking te stellen, als de raad antwoord op die vragen wil.

18.000 euro

‘Met de huidige ambtelijke capaciteit is het beantwoorden van de gestelde vragen niet mogelijk’, aldus het college in zijn raadsvoorstel. Beantwoording kost naar schatting 160 uur à 90 euro per uur (‘een minimumtarief van een externe’, aldus het raadsvoorstel); totaal 18.000 euro. Vragen over externe inhuur moeten dus worden beantwoord door een externe. De raad heeft niet met het collegevoorstel ingestemd.

Schoffering

‘Het is een schoffering van de raad. Als raadslid moet je je controlerende taak kunnen uitoefenen’, stelt DSV-fractievoorzitter Mario Appelman. ‘Als onze vragen niet worden beantwoord, komt onze democratische taakuitoefening in de knel. Het is absurd dat het college überhaupt geld vraagt voor de beantwoording van raadsvragen.’

Informatierecht

De Opmeerse griffier Mark Versteeg vindt het een slechte ontwikkeling, voor de hele raad, dat het college op deze manier drempels opwerpt. ‘Door geld te vragen voor de beantwoording van raadsvragen wordt het informatierecht van de raad ingeperkt. Het gaat nu toevallig om raadsvragen van DSV, maar het kan elk raadslid treffen.’ Wat hem betreft moet het college gewoon leveren. En ja, de gemeente heeft een capaciteitstekort, maar dan moet er anders worden geprioriteerd. ‘Raadsvragen moeten worden beantwoord, daarin is de Gemeentewet duidelijk. Dan moet een verordening maar later worden gemaakt.’

Onvoorwaardelijk recht

Voor Voermans is het simpel: de gang van zaken is in strijd met de Gemeentewet. ‘Ieder lid van de raad kan het college mondelinge en schriftelijke vragen stellen. Dat is een onvoorwaardelijk recht’, aldus Voermans, daarbij verwijzend naar artikel 155 van de Gemeentewet. ‘Dan is er nog artikel 169 van de Gemeentewet dat bepaalt dat het college alle informatie moet geven aan de raad die hij nodig heeft.’

Vernietiging raadsbesluit

Het advies van Voerman aan Appelman is om een brief te schrijven aan Gedeputeerde Staten, die de brief vervolgens doorsturen naar de regering, om het raadsbesluit ter vernietiging (art. 268 Gemeentewet) voor te leggen. ‘De zaak wordt dan inhoudelijk behandeld door de rechters van de Raad van State’, aldus Voermans. Elzinga ontraadt een gang naar de rechter. ‘Dat is een verliesronde.’ Hij adviseert een extern adviseur te vragen zijn licht op de zaak te laten schijnen. ‘Die zal het college wijzen dat het op de verkeerde weg zit. Dan komt het college wel tot inkeer.’

Geen schoonheidsprijs

Zover hoeft het wat burgemeester Gertjan Nijpels van Opmeer betreft allemaal niet te komen. ‘De vragen waren zo detaillistisch en moesten binnen 30 dagen worden beantwoord dat we, vanwege een krappe bezetting, niet anders konden dan daar een externe op te zetten. Daarvoor moest de raad geld vrijmaken.’ De raad is daar zoals gezegd niet mee akkoord gegaan, en dus bleven de vragen onbeantwoord. Inmiddels wordt gewerkt aan een compromisvoorstel waarbij op een hoger abstractieniveau de kern van de vragen door de eigen medewerkers kunnen worden beantwoord, zonder dat er een enorme tijdsdruk op zit, aldus Nijpels. Het streven is om de antwoorden voor de begrotingsbehandeling te leveren. ‘Het verdient geen schoonheidsprijs, maar het is van belang dat betrokkenen elkaar hierin vinden.’

Prijskaartje

Nijpels erkent het belang van de controlerende taak van de raad, maar er zit ook een andere kant aan de medaille benadrukt hij. ‘De raad moet zich ervan vergewissen dat er een capaciteitsprobleem is.’ Hij durft er dan ook zijn hand niet voor in het vuur te steken dat er nooit meer aan de raad geld wordt gevraagd voor de beantwoording van raadsvragen. ‘De raad mag morgen vragen hoeveel kuub zand we waar hebben gestort, en wie dat heeft gedaan, maar daar hangt dan wel een prijskaartje aan. De raad moet in zo’n geval accepteren dat we met onze krappe bezetting een derde moeten inhuren om dergelijke vragen op microniveau te beantwoorden.’

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: