Wil Baaijens: Beste LPG-raadsfractie.

GraverMaat: Onze eigen Graafse fact-checker Wil Baaijens stuurde vanmorgen deze e-mail naar raadsleden en anderen. Hij dook in de wettelijke regels in het Besluit Begroting en Verantwoording en citeert wijlen Piet Vollenberg over inhuur externen. 

Verbonden partijen.

1). Per 1 januari 2017 zijn er gewijzigde (wettelijke) regels in het ‘Besluit Begroting en Verantwoording’ (BBV) geïntroduceerd (zie bijlage2).

De gewijzigde BBV-regeling geldt voor de jaarrekeningen en begrotingen van decentrale overheden.

Een belangrijk aspect van de wijzigingen was om een beter en transparanter inzicht te verkrijgen in de vaak hoge (verscholen) overheadkosten in  begrotingen en jaarstukken van decentrale overheden.

2). Decentrale overheden zijn; provincies, gemeenten, waterschappen maar ook verbonden partijen (gemeenschappelijke regelingen)  als die zijn opgericht in overeenstemming met de ‘Wet gemeenschappelijke regelingen’.

Het BBV en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) definiëren het begrip ‘verbonden partijen ’als: “privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft”.

Het zijn openbare lichamen en zelfstandige rechtspersonen met eigen bevoegdheden en eigen financiële jaarstukken waarvan de balans van de activa, passiva, baten en lasten niet opgenomen (hoeven te) worden in de gemeentelijke begrotingen en jaarstukken (artikel 5 van het BBV).

Een voorbeeld van een verbonden partij is de sinds 1 januari 2014 opgerichte ambtelijke CGM-werkorganisatie

3). De VNG stelt vast dat  gemeenten steeds meer taken uitbesteden aan verbonden partijen maar wel verantwoordelijk zijn en blijven voor de bestuurlijke en financiële uitvoering ervan:

“De gemeenteraden (volgens de VNG), moeten daarom goed in beeld hebben welke bijdragen verbonden partijen leveren maar ook welke kosten en welke risico’s  (financiële/bestuurlijke/organisatorische) daarmee gepaard gaan”.

Met andere woorden de raad als controlerend toezicht- en budgetrecht houdend orgaan, dient grip op de knip te houden (citaat oud-wethouder Joon) wat betreft de kosten van verbonden partijen.

Een substantieel deel van die kosten zijn de kosten voor inhuur van externen (o.a.: interim-managers, adviesbureaus, consultants e.d.). Deze inhuurkosten werden/worden vaak niet als ‘overhead’ verantwoord, wat ze wel zijn, maar in jaarstukken en begrotingen (verborgen) weggeschreven onder de noemers van project-, programma- of proceskosten.

Piet Vollenberg en “inhuur externen

4). Piet Vollenberg, een van de oprichters van de LPG, plaatste op 28 augustus 2003 in ‘De Gelderlander’ de volgende kanttekeningen (Zie bijlage 1.):

Hij schreef dat; “ de verborgen kosten van inhuur externen voor raadsleden obstakels waren om het college van burgemeester en wethouders te controleren! Hij kon zijn werk als raadslid niet goed doen zolang het college geen lijst met ingehuurde adviseurs en bureaus kon produceren”.

Wat Piet Vollenberg 14 jaar geleden schreef, is nog steeds actueel.  Nog steeds worden die kosten van ingehuurde externen in de jaarstukken van de gemeente en de CGM-werkorganisatie angstvallig geheim gehouden.

5).De CGM-werkorganisatie  baseert op basis van urenafname (het uurtje- factuurtje – principe) zijn kosten bij de gemeenten. Dat houdt in dat met de daarbij horende urenadministratie de  ‘externe inhuur’ als onderdeel van de totale overheadkosten, gemakkelijk  verstrekt kunnen worden en er geen belemmeringen zijn om de kosten ‘inhuur externen’ te specificeren en in de gemeentelijke en CGM-jaarstukken openbaar te maken.  Temeer omdat ingehuurde externen vaak dure adviseurs/consultants zijn (€110 tot €350 per uur)  die ingezet worden voor (mede)aansturing/ begeleiding van beleidsgevoelige politieke processen. Dat zet vraagtekens bij de competentie van het ruime aantal van hoog opgeleide en hoog gesalarieerde ambtenaren binnen het CGM-management en de politieke ambtsdragers in raad en college.

Daarom is voor de geïnteresseerde (belastingbetalende) burger de vraag van Piet Vollenberg nog steeds actueel: hoe hoog zijn voor Grave de (gespecificeerde) kosten van ‘inhuur externen’?

CGM-werkorganisatie .

6). Op 1 januari 2014 fuseerden de ambtelijke organisaties van Cuijk, Grave en Mill en werden een publiekrechtelijke verbonden partij: de CGM-werkorganisatie.

Voor de Graafse ambtelijke bureaucratie betrof het een personeelsovergang van 89,5 fte’s ( ca. 7fte’s per duizend inwoners) met een totale loonsom (salarissen en sociale lasten) van ca. € 5.380.000, wat een gemiddelde loonsom geeft van € 60.249  per ambtenaar per jaar ( bijlage 3).

7). In bijlage 4, “CGM Implementatieplan ambtelijke fusie” en bijlage 5, “Werkorganisatie CGM Bedrijfsplan”  worden de doelstellingen, beloften en toekomstverwachtingen van de ambtelijk fusie uitgebreid beschreven, waarbij besparingen op de formatie (10%),

inhuur externen (10%) en op de exploitatie (o.a. huisvestingskosten) als doel stellende speerpunten vanzelfsprekend en haalbaar werden geacht (Blz.6, bijlage 4.).

Bij de nieuwe ambtelijke opzet bleek dat de colleges van de drie CGM-gemeenten:  eigenaren van, toezichthouders op  en opdrachtgevers aan de CGM-organisatie zijn.

Wat zou kunnen betekenen dat er tussen de CGM-colleges een (ongezonde?)  ‘opdrachtgever-opdrachtnemer’ relatie is ontstaan die kan leiden tot een troebele bestuursdynamiek die in strijd is met de in de politiek alom gepredikte transparante en open bestuurscultuur.

Misleidende  informatie?

8). Dat de doelstellingen, beloften en de toekomstverwachtingen van de ambtelijke fusie niet zijn uitgekomen is al enkele jaren duidelijk. Maar als in de gemeentelijke jaarstukken 2017 door portefeuillehouder Roolvink de CGM-werkorganisatie zonder enige onderbouwing van feiten of cijfers euforisch wordt aangeprezen met:

  • de werkorganisatie is een organisatie die ’staat’,
  • CGM dient als voorbeeld voor andere werkorganisaties in het land,
  • werkorganisatie CGM is een compacte organisatie met een kleine overhead tegen lagere kosten dan gemiddeld,
  • de geplande reductie van de formatie 2017-2020 ligt op koers,

dan is er zo langzamerhand sprake van een zorgelijke en tot politiek nadenken gestemde ontwikkeling.

9). Op blz. 39 van het “CGM  Implementatieplan ambtelijke fusie” (bijlage 4) staat te lezen: “De drie gemeentesecretarissen van nu verdwijnen. In plaats daarvan komen er drie lichtere secretarisfuncties, maar ook een directeur van de werkorganisatie”.

Geen reductie van de formatie dus maar een uitbreiding van het hoger management met een extra directeur die op jaarbasis een extra kostenverhogend effect geeft van ca. € 171.800: een bezoldiging (salaris + sociale lasten) van € 126.325 plus een overheadtoeslag van € 45.777 (36%).

Wat in de CGM-jaarrekening  2017 wel vermeld werd,  was de functie ‘manager bedrijfsvoering’  met een geschatte bezoldiging + overheadtoeslag  van  € 162.000.

Volgens de jaarrekening 2017 was de ‘manager bedrijfsvoering’  van 1 mei tot 17 september 2017 plaatsvervangend directeur van de CGM-werkorganisatie en werd hij per 18 september aangesteld  als ‘manager bedrijfsvoering’.  Werd de tijdelijke functie van plaatsvervangend directeur omgezet in een nieuw gecreëerde definitieve functie of bestond de functie ‘manager bedrijfsvoering’ al?

10).  De drie voormalige gemeentesecretarissen met hun gedevalueerde/ lichtere secretarisfunctie mogen wat betreft hun bezoldiging ook niet klagen. De bezoldiging van de Graafse gemeentesecretaris (geen directeur meer, maar een hoog gesalarieerde werknemer van de CGM-werkorganisatie)  kan als voorbeeld dienen voor het ruimhartig financieel beleid van de CGM-colleges als het de beloning van de hogere ambtelijke functies betreft. Zie onderstaande tabel. De gegevens zijn niet  in de CGM-jaarrekeningen te vinden, maar in de gemeentelijke jaarrekeningen  2014 t/m 2018  op de pagina’s: Wet Normering Topinkomens. Ook dat is opmerkelijk omdat de gemeentesecretaris in dienst is van de CGM-werkorganisatie is en niet bij de  gemeente Grave.

Wat we kunnen aflezen uit de tabel is dat, ondanks de gedevalueerde secretarisfunctie, er in vijf jaar tijd toch sprake is van een bezoldigings-/loonsomverhoging van 44%.

Tabel: Bezoldiging gemeentesecretaris van Grave.

Jaar Functiebenaming Bezoldiging
2014 B&W Secretaris     € 71.788
2015 B&W Secretaris      € 84.332
2016 B&W Secretaris      € 87.539
2017 Gemeentesecretaris      € 97.473
2018 Gemeentesecretaris    € 103.171

 

11). De urenreductie van de Boa’s in Grave, van 3500 uren (ca.2 fte’s) naar 1500 uren (ca.1 fte) geeft aan dat de geplande formatiereductie voor deze lagere ambtenaren wel op koers ligt.

Dat dit een negatieve invloed heeft  op het handhavings- en veiligheidsbeleid (portefeuillehouder Roolvink)  en oorzaak zou kunnen zijn van de bovengemiddelde kleine criminaliteit in Grave (denk ook aan de autobranden) met de daaraan gerelateerde hoge kosten en de mindere veiligheidsbeleving van de burgers zou op zijn minst een politiek discussiepunt moeten gaan worden. De politieke stellingname zou b.v. kunnen zijn: Gezien de toename van criminaliteit met de daarbij horende aantasting van het (sociale) veiligheidsgevoel bij veel burgers zal er een toenemende inzet van handhaving moeten zijn. Het huidige aantal fte’s aan BOA’s is daarvoor onvoldoende.

12). De ambtelijke CGM-organisatie is te vergelijken met de ambtelijke organisatie van een gemeente met ca. 48.100 inwoners (gezamenlijk inwonertal van Cuijk, Grave en Mill).

Volgens Roolvink (alinea 8) zou “ de CGM-werkorganisatie een compacte organisatie zijn met een kleine overhead tegen lagere kosten dan gemiddeld” en “ als voorbeeld dient voor andere werkorganisaties in het land”.

In de CGM-jaarstukken 2018 (blz. 6) wordt de huidige  personeelsformatie gesteld op 7,2 fte’s per 1000 inwoners. Daaruit valt af te leiden dat omvang van de CGM-organisatie bestaat uit (afgerond) 346 fte’s.

Voor gemeenten met een omvang van 20.000-50.000 inw. is de gemiddelde ambtelijke formatie echter 6,3 fte per 1000 inwoners. Omgerekend zijn dat 303 fte’s.  (Bron: personeelsmonitor gemeenten 2017).

De CGM-werkorganisatie heeft dus 43 fte’s meer in dienst dan een gemiddelde ambtelijke organisatie van een qua inwonertal gelijke gemeente. Wij hebben het dan over kosten van € 3,400.000 – € 3,700.000 boven het gemiddelde. Omgerekend voor Grave ligt dat bedrag tussen

€ 952.000 tot € 1.036.000.  Wat Roolvink in de jaarrekening 2017 suggereert is mijns inziens dan ook niet waar.

13). Ik durf dan ook te stellen dat de CGM-euforie van Roolvink over: de op koers liggende formatiereductie,  de compactheid van de organisatie, de kleine overhead, de lagere dan de gemiddelde kosten, een werkorganisatie die als voorbeeld zou dienen voor andere werkorganisatie in het land en een werkorganisatie die ‘staat’ schromelijk overdreven en merendeels niet waar.

Dat de werkorganisatie er ‘staat’ is geen nieuws. Maar gezien de politieke ontwikkelingen in het land van Cuijk niet als een huis maar meer als een reus op lemen voeten.

14).

Op blz. 6 van de CGM-jaarrekening 2018 staat voor ‘ inhuur externen’  een kostenpercentage van 10% genoteerd. Volgens de ‘personeelsmonitor 2017 ’ liggen die kosten voor gemeenten met 20.000 – 50.000 inwoners op een gemiddelde van 17%.

De inhuur van externen voor de CGM-werkorganisatie, maar ook voor de raad en het college zijn in het kader van de daarbij horende urenadministratie makkelijk te specificeren en te openbaren (denk aan Piet Vollenberg) . Door er geheimzinnig over te doen wekt dat bij de (geïnteresseerde) burgers wantrouwen op.

Opmerkingen.

15).  Voor de loonsom wordt gerekend: salaris + toeslagen + uitkeringen + vergoedingen + wettelijke- en niet wettelijke sociale lasten + werkgeversbijdrage in de pensioenpremie.

16). Als er sprake is van personele inzet wordt vaak de afkorting ‘fte’  van het woord fulltime-equivalent gebruikt. Het is een rekeneenheid waarmee de omvang van de personeelssterkte wordt uitgedrukt in voltijdse banen met een werkweek van 36 uur.

Wordt vervolgd.

Met vriendelijke groet,

Wil Baaijens.

www.gravepolitiek.nl

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: