Wil Baaijens: Graafse politiek verantwoordelijk voor teloorgang scheepswerf.

GraverMaat: Laatste ontwikkeling. Vanavond, 12 maart, heeft het college de raadsleden persoonlijk uitgenodigd voor een bijpraatssessie over  ontwikkelingen Scheepswerf in het bijzijn van de advocaat van de gemeente. De raadsleden kunnen vragen stellen. Onder de uitnodiging staat: deze bijeenkomst is dus voor raadsleden, griffie en collegeleden.

Onze fractievoorzitter zal o.a. aandringen op openbare beantwoording van de door ons gestelde vragen. Onze inwoners hebben er recht op om zo snel mogelijk geïnformeerd te worden over de laatste stand van zaken rond de uitspraak in het Hoger Beroep dat de curator instelde. In dit artikel wordt ook verwezen naar een artikel aan de hand van Frank Houtappels; journalist van de Gelderlander. Hij schreef over het besluit van de surseance.

Deze ingezonden reactie van Wil Baaijens is terug te lezen in de Tag: De zaak Scheepswerf Grave / Gemeente Grave.

Wanneer u deze tag aanklikt in de rechter kolom krijgt u een historisch overzicht van dit drama met alleen maar verliezers: werknemers,  directie, leveranciers, Graafse ondernemers, college, raadsleden, ambtelijk apparaat en Graafse burgers. 

In dit artikel wordt veel verwezen naar diverse bijlagen die ik niet kon kopiëren.

Geachte raadsleden, burgemeester en wethouders,

Woensdag  27 februari 2019 stuurde ik u een e-mail met bijlagen over de, naar mijn mening, onverkwikkelijke gang van zaken n.a.v. het faillissement van de scheepswerf. Deze  e-mail is daar een vervolg op.

Het is inmiddels duidelijk  dat de Graafse politiek verantwoordelijk gehouden kan worden voor de teloorgang van de scheepswerf. Gelet op de gerechtelijke uitspraken is door het doelgericht niet aanpassen van bestemmingsplannen door de gemeente aangestuurd is op een koude sanering van de werf waarbij de werkgelegenheid voor ca. 60 personen verloren ging. Indirecte werkgelegenheid is niet meegerekend.

Bijlage 1, 2 en 3). Indienen zienswijze m.b.t. ontwerpbestemmingplan

De drie bijlagen geven de tekst weer van de ingediende zienswijze anno 2006 betrekking hebbend op het bestemmingsplan “Partiële herziening geluidszonering”

Uit de ingediende zienswijze (namens de scheepswerf van Hekkelman Advocaten en Notarissen)  kunnen we afleiden dat in eerste instantie al in 2006 middels een Ontwerp-Bestemmingsplan “Partiële herziening geluidszonering” de gemeente de bedrijfsactiviteiten van de scheepswerf met bedenkelijke argumenten  trachtte te beperken. De curator kreeg op alle punten van de ingebrachte zienswijze namelijk gelijk.

Bijlage 4). Verplaatsing en toekomst Scheepswerf Grave.

Op 26 januari 2010, ruim voor het faillissement van de werf op 18 april 2012, stuurde dhr. Van Kessel  een email (bijlage 4) naar de raad om steun voor een noodzakelijke aanpassing van het bestemmingsplan. Dit om het ook in de toekomst mogelijk te maken schepen langer dan 110 mtr. te kunnen bouwen of te repareren. In zijn e-mail spreekt hij expliciet zijn bezorgdheid uit over de toekomst van de werf met zijn directe en indirecte werkgelegenheid voor een groot aantal Graafse gezinnen.

Bijlage 5 en 6 ). Raadsenquête of Rekenkamer.

Op 4 mei 2012 (vijf weken na het faillissement) bracht het gerenommeerde adviesbureau BRO in opdracht van de curator  het rapport:  “ SCHEEPSWERF GRAVE: Ruimtelijke motivering bestemmingswijze”  uit.

De conclusie uit het onderzoek van BRO was:

“Gezien het voormelde kan gesteld worden dat de ruimtelijke relevantie van de in het ontwerp-bestemmingsplan “Centrum Grave ”opgenomen bepaling ten aanzien

van het maximeren van het aanmeren  (en impliciet daarmee tevens het bouwen en/of onderhouden)  van schepen met een lengte langer dan 110 meter ontbreekt.

Immers is de bepaling in het bestemmingsplan niet gemotiveerd.  De bepaling is derhalve ten  onterechte  in het bestemmingsplan opgenomen en vormt een onnodige

beperking voor een doelmatige en duurzame bedrijfsvoering van de scheepswerf.

Het bouwen/onderhouden van schepen met een lengte van 135 meter is binnen de bestaande grenzen van de werf en de bestemmingen van de werf zoals aangegeven

op de verbeelding behorende bij het ontwerpbestemmingsplan “Centrum Grave “ mogelijk en daarmee komt met het voorstel tot het laten vervallen van de lengtebe-

bepaling voor het aanmeren van schepen (110 meter) het beheersmatige karakter van het bestemmingsplan “Centrum Grave ” niet in het geding”.

Note: De verbeelding zijn de drie plattegrondschetsjes van de werfomgeving zoals die in het ontwerp-bestemmingsplan waren aangegeven. In bijlage 6 heb ik die schetsjes bijgevoegd. Het geeft een beeld van het  gekunstelde lengtemaat argument om de scheepswerf dwars te zitten.

Als de toenmalige raadsleden het BRO  rapport bij de voorbereiding van de raadsvergadering van 26 juni 2012 goed bestudeerd hadden, dan hadden ze toch serieuze bedenkingen moeten hebben over de gang van zaken in het geschil met de scheepswerf. Maar op 26 junien 28 juni 2012 werd door een raadsmeerderheid  het voorstel van het college om het verzoek van de Scheepswerf tot wijziging van het bestemmingsplan af te wijzen met grote meerderheid aangenomen (zie bijlage 5).

Ben Peters, Anja Henisch en Rick Joosten waren o.a. raadsleden die tegen het behoud van de scheepswerf waren. Nu ze alle drie wethouder zijn vraag ik me af hoe, n.a.v. de uitspraak van het gerechtshof, zij nu tegen het geschil met de scheepswerf aankijken.

In bijlage 5 heb ik ook een artikeltje uit De Gelderlander van 27 maart 2013 bijgevoegd: “Geen raadsenquête over scheepswerf”.

In onze sterk monistisch ingestelde raad is een raadsenquête waar zittende raadsleden onafhankelijk zouden moeten opereren geen optie. Het zou een proces worden waar slagers hun eigen vlees keuren.

Wat momenteel wel de politieke aandacht mag hebben is de toenmalige  constatering dat: “wat betreft het faillissement, waardoor zestig werknemers hun baan verliezen, de onderste steen boven moet komen”.

Deze stellige uitspraak zie ik als een politieke belofte die door de huidige raad ingelost zal moeten worden en wel  via de democratisch aangewezen weg van een onafhankelijk onderzoek door de regionale rekenkamer.

Anja Henisch van de Lokale Partij Grave betoogde in het artikel: Er is veel onduidelijkheid. Maar als de mensen van de scheepswerf zo overtuigd zijn van hun gelijk, waarom is er dan nooit een schadeclaim ingediend bij de gemeente?”

Die duidelijkheid is er nu wel. Er ligt bij de gemeente namens de curator van de scheepswerf een miljoenenclaim en het is niet uitgesloten dat ook dhr. Van Kessel met claims zal komen die voor de gemeente Grave verdere  financiële gevolgen zouden kunnen hebben.

Bijlage 7). Politieke reactie.

Als politici geconfronteerd worden met onprettig nieuws waar zij in meer of mindere maten debet aan zijn maar daar geen verantwoording voor willen nemen dan hebben zij een reeks woorden ter beschikking om hun handen in onschuld te wassen. Zij zijn dan vaak verrast, geschokt, snappen niet waarom iets gebeurd of zouden wel weten hoe zij zelf gehandeld zouden hebben.  Maar zij voelen zich  praktisch nooit verantwoordelijk of schuldig. In Grave geldt dat ook. De twee artikeltjes in De Gelderlander van 18 april 2012 (bijlage 7)  is een leuke toetsing aan het voorgaande.

1e.) Treurnis: de werf toch dicht: (….) Werknemers waren de afgelopen weken strijdbaar, sliepen slecht, en reageerden gisteren verbijsterd. En de politiek? Die reageert verrast. Onaangenaam verrast.  Terwijl onze politieke bestuurders wisten dat het faillissement door hun afwijzende houding eraan zat te komen spelen zij voor de bühne de rol van de vermoorde onschuld.

2e,) Van links tot rechts is Grave verrast: Verrast zijn ze. Alle drie, van links tot rechts.

  • Van Geest: “Mijn eerste reactie over het gedoogvoorstel was ook: het is een sterfhuisconstructie, maar die twee schepen had de werf kunnen bouwen. Nu vraag ik me toch af: wat speelt er nog meer?”  Zou Van Geest echt niet geweten hebben wat er zich meer afspeelde? Las hij misschien de stukken niet?  In ieder geval is er wat de schuldvraag betreft nu wel duidelijkheid. De gemeente is schuldig aan het faillissement van de werf.
  • Ben Peters: “Een beetje ondernemer heeft aan een voet tussen de deur genoeg. Normaliter zeg je: ik ga ervoor. Ik had verwacht dat Van Kessel dat zou doen. Dat hij dat niet doet, is triest”.  Wat echt triest is?  De onverkwikkelijke hetze van Daandels en Peters om publiekelijk dhr. Van Kessel neer te zetten als een slechte ondernemer terwijl ze beiden een belangrijke , zo niet de belangrijkste rol hebben gespeeld om de werf met zijn werkgelegenheid failliet te laten gaan.

In 2010 was Van Kessel gekozen als ondernemer van het jaar in de regio Land van Cuijk en Noord Limburg. Het juryrapport was lovend over de manier van leiding geven, zijn innovatieve vermogen en zijn flexibiliteit omtrent de moeilijkheden die hij had met de gemeente. Het is een gotspe dat Peters en Daandels Van Kessel als een slecht ondernemer afschilderen. (Een Graafse ondernemer stuurde mij deze opmerking) 

Bijlage 8). Peters verrast.        

In bijlage 8 een artikel uit de Gelderlander van 21 februari 2019 met de kop: Uitspraak over werf verrast wethouder Peters van Grave: ‘Volledige tegenstrijdig met oordeel in 2016’  

  • Wethouder Ben Peters van de gemeente Grave zegt verrast te zijn”.   Als Peters stelt dat het oordeel van het gerechtshof hem verraste omdat het volledig tegenstrijdig zou zijn met het oordeel van de rechtbank in 2016 dan geeft hij aan niet te begrijpen dat een uitspraak van een rechtbank niet onherroepelijk is. Als wethouder moet hij toch weten dat het in hoger beroep gaan bij het gerechtshof na het vonnis van een rechtbank een normale procedure is. Dat de curator (achteraf terecht) ingeschat had dat het vonnis van de rechtbank In hoger beroep bij het gerechtshof vernietigd zou kunnen worden mag bij een professioneel (?)  bestuurder toch niet als een verrassing overkomen?
  • Het bagatelliseren van de uitspraak van het gerechtshof is stuitend. Hij stelt: “Het is dus kennelijk allemaal niet zo zwart-wit, het is een kwestie van interpretatie. De procedures zijn de afgelopen jaren niet veranderd. Wel het gevolg”. Buiten dat zijn uitspraak bij mij nogal als koeterwaals overkomt begrijp ik wel dat de kwestie van bestuurlijke interpretatie aan de orde wordt gesteld. Het probleem met interpretaties van politieke ambtsdragers en de hun ondersteunende ambtelijke bureaucratie is dat door een veelheid van regeltjes, procedures e.d. de waarheid gemanipuleerd kan worden.  In Grave vallen, naar mijn mening, gemanipuleerde waarheden zelfs binnen het domein van de eigen politieke en bestuurlijke mores. Mag ik dat zo stellen?

Peters stelt verder in het artikel:

De gemeente Grave beraadt zich op de ontstane situatie. ‘We kijken of cassatie mogelijk is’. Maar dan wordt alleen gekeken naar de vraag of de rechter de juiste procedure heeft gevolgd. Niet naar de inhoud. Daarna zullen we kijken hoe hoog het bedrag gaat worden dat Grave moet bepalen. Ook daar zullen we kijken hoe hoog het bedrag gaat worden dat Grave moet betalen. Ook daar zullen we ons als gemeente op moeten beraden en ook daar kunnen we bezwaar tegen aantekenen. Het kan een proces worden dat nog jaren gaat duren”.

  • Bij het in cassatie gaan bij de Hoge Raad gaat het er alleen om, om een oordeel van ons hoogste rechtsorgaan of  rechtsregels en/of procedures goed zijn toegepast. In beginsel gaat cassatie niet meer over feiten. Peters suggereert ten onrechte dat d.m.v. cassatie claims afgehandeld zou kunnen worden. Dat is natuurlijk niet zo. Er zullen nieuwe rechtszaken komen over komende claims. Dat de gemeente bij monde van Peters nu al aangeeft de rechtsgang op kosten van de gemeenschap zolang mogelijk te traineren is qua politieke moraal en fatsoen een zeer kwalijke zaak.
  • Voldongen feit is dat de gemeente en niet Van Kessel schuldig is aan de ondergang van de werf en verantwoordelijk is voor het verlies van werkgelegenheid van een groot aantal  werknemers uit Grave en uit de regio. Mensen die op zijn minst, zo spoedig mogelijk,  recht hebben op compensatie voor het hun door de gemeente aangedane onrecht. Ga je als politiek bestuur(der) voor die verantwoording uit de weg dan mogen we toch wel eens vragen gaan stellen over de integriteit van ons gemeentelijk bestuur.
  • Bij het faillissement van de werf verloren 60 werknemers in wezen op slag hun baan. De uitspraak van de rechter geeft aan dat de gemeente daarvoor verantwoordelijk is.  Peters vraagt zich echter af of het zin heeft hem weg te sturen. In tegenstelling tot de voormalige werknemers van de werf die mede door zijn schuld ontslag kregen, denk ik  niet dat hij bang hoeft te zijn weggestuurd te worden. Er zijn teveel mensen met boter op het hoofd in de raad en het college die dan ook hun biezen zouden moeten pakken. De door de scheepswerfmisere veroorzaakte politieke storm zal  met stoïcijns stilzwijgen worden uitgezeten. De schuldvraag? Die zal niet gesteld worden. Een rekenkameronderzoek? Vergeet het maar. Een voetbalveld a raison van miljoenen euro’s heeft momenteel meer prioriteit

Met vriendelijke groet.

W.J.Baaijens

www.gravepolitiek.nl

Een kleine samenvatting van een artikel van Frank Houtappels in de Gelderlander.

Op 12 april 2012 schreef hij: Treurnis: de werf toch dicht.

Klassieker het shot van de vlag die halfstok hangt. De journalisten  die deze dinsdagochtend voor de scheepswerf in Grave wachren, kijken even omhoog. Ook de cameraman van Omroep Brabant. De fotograaf van De Volkskrant knipt. De fotograafvan De Binnenvaartkrant ook. En raadslid/blogger facques Leurs
(Keerpunt 2010), natuurlijk.

De groene vlag met het logo van de scheepswerf Halfstok. Zegt dat niet alles?
Achter de rode gordijnen vertelt directeur Robert van Kessel zijn personeel van de Graafse scheepswerf het slechte nieuws: hij vraagt surseance van betaling aan. Wat er praktisch op neerkomt dat alle zestlg werknemers hun baan kwijt zijn. Net zoals toeleveranciers en zzp’ erg hun werk verliezen.
Wie de zaak een beetje volgt voelde het wel aankomen. Van
Kessel zei het maandag al: het zou goed kunnen dat het afgelopen zaak is. En dat is het.

Rond elfuur lopen de eerste werknemers naar buiten. De tegenwind van de Maaskade in. Met een dubbelgevouwen pakje A4-papier. Ferdi Disveld (56) uit Nijmegen haalt een leren zakje shag uit zijn blauwe overall. Vertelt over zijn werk: platen snijden. Doet-ie al jaren. Met liefde en plezier. Al 23 jaar. “Het is hier een soort tweede huis”, zegt hij kalm. “Maar och ik kook.” Hij maakt zich zorgen. Nu moet hij solliciteren. “Ik wil werken maar mag niet werken”. En erger: hij moet het zijn vrouw vertellen. In zijn andere broekzak zit een prop katoen met wit en babyblauw motief. Een zakdoek. De ijzeren deur knalt dicht!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: