De antwoorden op 72 vragen van de raad over het fusieplan/nieuwe sportaccommodatie.

ANTWOORDEN OP DE VRAGEN VAN HET CDA.

Algemeen

1. Het onderwerp van het raadsvoorstel is “fusie voetbalverenigingen Estria, GVV ‘57 en SCV ‘58”. De
gemeente gaat daar niet over. Daartoe beslissen immers de leden. Het voorstel behelst het
investeren in een nieuwe sportaccommodatie. Zijn deze met elkaar verbonden? Oftewel: hangt het
fusiebesluit af van het besluit dat de gemeenteraad (op zijn vroegst op 12 februari) neemt? Zo ja,
waarom?

Antwoord:

De gemeente gaat inderdaad niet over de fusie van de voetbalverenigingen.
In het raadsvoorstel, en bijlagen, wordt uitgebreid toegelicht en gemotiveerd waarom te investeren in een nieuwe sportaccommodatie. Dit is een belangrijk onderdeel van het fusieplan en hangt in die zin dan ook met elkaar samen.

2. Als de leden van één of meerdere verenigingen om hun moverende redenen afzien van fusie, welke
gevolgen heeft dit voor (de uitvoering van) het raadsvoorstel?

Antwoord:

Dan gaat de fusie dus niet door en word niet voldaan aan één van de besluiten uit het voorstel. Dan
kan het voorstel dus niet uitgevoerd worden.

3. De gemeente Grave beschikt over meerdere sportaccommodaties. Er zijn vier voetbalverenigingen:
– S.V. Estria,
– V.V. Gassel,
– GVV ‘57 en
– SCV ‘58.
Deze hebben elk een eigen accommodatie.
Drie van de vier zijn voornemens te fuseren tot (vooralsnog) ‘voetbalvereniging EGS’.
Hoe beoordeelt het college de huidige situatie (staat van onderhoud) van zowel de accommodaties
als de sportvelden van de voetbalverenigingen van Escharen, Grave en Velp? Op basis waarvan
komt het college tot dit oordeel? Welke onderbouwing / bewijslast is daartoe aangeleverd dan wel
onderzocht?

Antwoord:

De accommodaties van de 3 fusieclubs zijn in de boeken van de gemeente economisch
afgeschreven. De huidige staat voldoet niet aan toekomstige eisen en wensen wat betreft
duurzaamheid en toegankelijkheid. De exploitatievergoedingen die de verenigingen jaarlijks
ontvangen zijn primair bestemd voor het onderhoud van de sportvelden. Onze gemeente draagt niet
via een structurele jaarlijkse bijdrage bij aan het onderhoud van de gebouwen. Dit is in andere
gemeenten waar privatisering van voetbalverenigingen aan de orde is, veelal wel gebruikelijk.

Op basis van welke overwegingen is gekozen voor de beoogde locatie? Wie heeft daarin de
beslissende stem (gehad)?
Uit het onderzoek naar voorkeursvarianten door bureau Kragten kwam sportpark Kranenhof als
meest optimale en duurzame variant naar voren. Het is terrein is redelijk centraal gelegen, in
eigendom van de gemeente en biedt genoeg ruimte.
Daarom is sportpark Kranenhof de variant die het college in dit raadsvoorstel aan u voorlegt.

4. De positie van V.V. Gassel en de hockeyclub verdienen nadere duiding. Met name de laatste wordt
slechts in de aanhef vermeld. Uit de cijfers in het voorstel kan je afleiden dat zij is meegenomen. De
zinsnede over het ‘dan vrijkomende huidige terrein’ wijst daarop. Verder komt deze vereniging,
echter, niet voor in de stukken. Nergens staat de positie van de hockeyclub, uit niets blijkt dat haar
mening is gevraagd. Vervolgens vind je in de bijlagen dat de opname van een hockeyveld niet meer
aan de orde is. Daardoor ontstaat, bij het CDA, de indruk dat dat veld gedurende het proces kwam tevervallen, maar dat de stukken daarop niet zijn aangepast.

Antwoord:

De gefuseerde voetbalclubs verhuren het hockeyveld aan de hockeyclub. Dit hebben zij onderling
besproken en hierover zijn al principeafspraken gemaakt.
De hockeyclub kijkt uit naar de verplaatsing naar het nieuwe sportpark en ziet hierin een kans om de hockeysport beter te promoten.

5. V.V. Gassel kiest ervoor niet deel te nemen aan het fusieproces. Heeft het college (blijvende)
deelname van deze vereniging aan het fusieproces besproken dan wel actief gestimuleerd? Wat zijn de mogelijke gevolgen voor V.V. Gassel als de gemeente fors investeert in een nieuwe
sportaccommodatie op de grens van Escharen en Velp: is er sprake van een precedentwerking voor de buiten beschouwing blijvende voetbalvereniging (of enige andere vereniging dan wel op termijn
fuserende clubs)?

Antwoord:

De gemeente hanteert het standpunt dat de fusie vanuit de verenigingen zelf moet komen. VV
Gassel heeft tijdens gesprekken met de fusieclubs en ook afzonderlijk met de gemeente
aangegeven, om haar moverende redenen, niet mee te doen met deze fusie. Dit respecteert het
college. Zoals in het voorstel is opgenomen is aansluiting op een later moment altijd bespreekbaar/mogelijk. De fusie van de drie voetbalverenigingen, met een ledenbestand van bijna 10 % van de inwoners van onze gemeente, is uniek in onze gemeente.

6. Aangenomen dat het samengaan van de drie voetbalverenigingen niet afhangt van een volledig
vernieuwde accommodatie de vraag naar behoud dan wel aanpassing van de bestaande situatie. Is
dit onderzocht en zo ja, waarom zijn de uitkomsten daarvan niet toegevoegd aan de stukken? Zo
nee, heeft het college bij de stuurgroep aangedrongen op een dergelijk alternatief “plan b”? Zo niet,
waarom niet?

Antwoord:

Naast een nieuwe en frisse start voor de nieuwe vereniging, is ook sterk rekening gehouden met de
toekomst. Er komt nu een brede sportaccommodatie die volledig duurzaam en energieneutraal wordt.Daardoor wordt een toekomstbestendige accommodatie neergezet waarmee de betrokken
verenigingen 40 jaar vooruit kunnen. Dit prefereert het college boven de beperkte
aanpassingsmogelijkheden van de bestaande situatie(s).

7. Heeft het college met betrokken van gedachten gewisseld over een scenario waarbij eerst een fusie
plaatsvindt (met behoud van enkele huidige locaties/faciliteiten) en een verregaande verbetering van
de accommodatie als kroon op een geslaagde fusie? Zo ja, op basis waarvan houdt men vast aan de gekozen volgorde?

Antwoord:

Ja, dat heeft het college. In feite is hier sprake van een ‘kip of ei verhaal’, waarin het college samen
met de verenigingen besloten heeft om deze stap te zetten. Daarmee wordt het draagvlak vergroot
en recht gedaan aan zowel de inzet van de verenigingen als de politieke uitgangspunten van de
gemeente.

8. Heeft het college, omdat niet alleen voetbalverenigingen (en de hockeyclub) te maken hebben met
maatschappelijke verschijnselen als ontgroening, vergrijzing en krimp, een toetsingskader ontwikkeld om zowel het voorliggende, maar ook vergelijkbare of andere plannen te overzien en te beoordelen?

Antwoord:

Al jaren werkt de gemeente Grave vanuit de gedachte dat sportverenigingen zoveel mogelijk
geprivatiseerd functioneren. Dit voorstel en de wijze waarop het proces wordt vormgegeven (met de
daarbij gekozen rolverdeling) past in dit gedachtegoed. Daarnaast vormt deze lijn ook de basis van
de voorliggende structuurvisie Sociaal Domein en de in ontwikkeling zijnde sportnota.

9. Heeft het college overwogen om één centraal sportpark voor de gehele gemeente te ontwikkelen
(voetbal, hockey, tennis)? Zo niet, in hoeverre biedt de beoogde locatie (inclusief accommodatie)
daartoe mogelijkheden?

Antwoord:

Nee, dit was niet aan de orde en is niet overwogen.

10. Opvallend is dat op pagina 4 van het voorstel onder de kop “Zelfwerkzaamheid DGS/sponsoring”
sprake is van vier verenigingen. Wat te doen als die verenigingen of bijvoorbeeld de tennisclubs
achteraf alsnog om ondersteuning vragen en dan naar dit voorstel verwijzen?

Antwoord:

De 4 verenigingen betreffen hier de 3 voetbalclubs en de hockeyclub. Dit voorstel staat op zichzelf.
Met de tennisverenigingen zijn in het kader van privatisering afzonderlijke afspraken gemaakt, zij
staan daarom volkomen los van dit voorstel.

Plan (incl. totstandkoming)

12. Welke randvoorwaarden (eisen) heeft de gemeente vooraf meegegeven aan de fuserende
voetbalverenigingen? Heeft het college een financieel kader gesteld? Welke meet- en toetsingsinstrumenten
waren hen voorafgaande en gedurende het proces bekend?

Antwoord:

De gemeente is – mede naar aanleiding van het rapport van bureau Kragten – uitgegaan van realisatie op
sportpark Kranenhof en heeft daarbij een passieve rol aangenomen (enkel ondersteunend). Verder zijn alle
gebruikelijke meet- en toetsingsinstrumenten door de gemeente en initiatiefnemers gebruikt in het proces. De
gemeente zal gedurende de verdere voorbereidings- en realisatiefase van het project, door ambtelijke inzet,
controle uitvoeren op voortgang en borging van de financiële afspraken. Ook de nog op te stellen overeenkomst
biedt daar een kader voor.

12. Het college schrijft: “De kracht van samenwerken heeft geleid tot positieve ervaringen. Vanuit die
overtuiging hebben de drie verenigingen besloten om te gaan voor één vitale fusievereniging, vooralsnog onder
de naam EGS. Daarbij is men zich ervan bewust geworden dat de samenwerking het beste tot zijn recht komt
wanneer er vanuit één locatie wordt gewerkt, daarbij is gekozen voor sportpark Kranenhof. De ontwikkeling van
een nieuwe sportaccommodatie is van cruciaal belang om het project te doen slagen. Als eerste stap in het
onderzoek naar de realisatie van een nieuwe sportaccommodatie heeft EGS medio 2017 een Programma van
Eisen (PvE) opgesteld.” Het raadsvoorstel gaat in het verlengde daarvan uit van een volledig nieuwe
sportaccommodatie en nieuwe velden. Zijn er, echter, varianten op dit voorstel aan de gemeente voorgelegd?
Heeft het college om meerdere varianten gevraagd? Welke factoren zijn daarin, door de gemeente,
meegenomen voor wat betreft de weging en scoring daarvan?

Antwoord:

Uit het onderzoek naar voorkeursvarianten door bureau Kragten kwam een meest optimale en duurzame variant naar voren. Dat is de variant die het college in dit raadsvoorstel aan u voorlegt.

13. Beschikt de gemeente over een recenter overzicht van de aantallen betalende leden van de betrokken
verenigingen?

Antwoorden:

In totaal telden de clubs in 2018 circa 850 leden.

14. In het Programma van Eisen Nieuwbouw accommodatie EGS is opgenomen dat het
rapport Demografische ontwikkeling Gemeente Grave 2015-2025 stelt dat het totaal aantal inwoners naar
verwachting toeneemt met 26%. In de Structuurvisie van de gemeente Grave is opgenomen dat Grave in 2011
13.030 inwoners telde en in 2030 zijn er 13.100 voorzien (bladzijde 26). De demografische ontwikkeling van de
gemeente Grave volgens de provinciale kengetallen (2017) stelt dat Grave in 2030 12.470 inwoners heeft, als
gevolg van ontgroening en vergrijzing. Deelt het college de conclusie dat een significante groei van het aantal
inwoners tussen 2015 en 2025 daarom niet te verwachten valt?

Antwoord:

De eerstkomende 10 jaar zal er in Grave geen sprake zijn van krimp. Het aantal inwoners is redelijk stabiel.
Daarmee wordt dit complex toekomstbestendig geacht. Daarbij kan het stimuleren van ouderen tot sporten,
bijvoorbeeld via walking voetbal, tot nieuwe leden leiden.

12. Ontvangen één of meerdere voetbalclubs een vergoeding van de gemeente ten behoeve van
verplaatsing c.q. vergoeding van de verplaatsingskosten? Zo ja, hoe hoog is dit bedrag?

Antwoord:

Nee, in de nieuwe overeenkomst zal opgenomen worden dat oude afspraken vervallen.

12. Hoe verhoudt de staat van het sportpark van Estria zich tot de artikelen 4 en 7 van de
privatiseringsovereenkomst met Estria?

Antwoord:

De gemeente betaalt – zoals in artikel 7 opgenomen – jaarlijks de onderhoudsbijdrage aan Estria. Estria verricht
daarvoor het onderhoud aan de sportvelden, als vastgelegd in artikel 4. Sinds het aangaan van de
privatiseringsovereenkomst is dit zonder problemen verlopen.

12. Hoe verhoudt de staat van het sportpark van GVV ‘57 zich tot de artikelen 4 en 7 van de
exploitatieovereenkomst van GVV?

Antwoord:

De gemeente betaalt – zoals in artikel 7 opgenomen – jaarlijks de onderhoudsbijdrage aan GVV. GVV verricht
daarvoor het onderhoud aan de sportvelden, als vastgelegd in artikel 4. Sinds het aangaan van de
privatiseringsovereenkomst (bij het raadsvoorstel “exploitatieovereenkomst” genoemd) is dit zonder problemen
verlopen.

12. Hoe verhoudt de staat van het sportpark van SCV ‘58 zich tot de artikelen 4 en 7 van de
privatiseringsovereenkomst met SCV?

Antwoord:

De gemeente betaalt – zoals in artikel 7 opgenomen – jaarlijks de onderhoudsbijdrage aan SCV. SCV verricht
daarvoor het onderhoud aan de sportvelden, als vastgelegd in artikel 4. Sinds het aangaan van de
privatiseringsovereenkomst is dit zonder problemen verlopen.

Politiek-bestuurlijk proces

20. Op 4 april 2017 hebben de voetbalverenigingen S.V. Estria, GVV ‘57 en SCV ‘58 een
intentieovereenkomst gesloten met als doelstelling te komen tot een fusieplan. Sindsdien heeft er “intensief
overleg plaatsgevonden tussen de stuurgroep ‘accommodatie EGS’ en de gemeente Grave”. Waarom is het
proces niet eerder gespreksonderwerp geweest, zodat de gemeenteraad (en daarmee de inwoners van
Escharen, Gassel, Grave en Velp – inclusief degenen die niet betrokken zijn bij een van deze verenigingen)
kaders kon stellen?

Antwoord:

Geheel in de privatiseringsgedachte is het aan verenigingen zelf om te beoordelen of ze willen fuseren. Ook het
betrekken van leden en andere betrokkenen is aan de verenigingen (in dit geval is dat overigens intensief
gebeurd). Ons college heeft eerst willen beoordelen of de kredietaanvraag überhaupt haalbaar was alvorens
hierover met de raad in gesprek te gaan. In die zin staan we nog steeds vooraan in het proces. De kaders
worden met dit voorstel gesteld d.m.v. het taakstellende krediet. Inhoudelijk ligt de bal bij de verenigingen.

20. Het lijkt erop dat er druk staat op de voortgang van het proces en dat daarom de bestuurlijke
besluitvorming geen uitstel duldt. Is deze indruk juist of is er nog ruimte voor een meer op (bredere) participatie
gericht proces, gelet het grote maatschappelijke en financiële belang van het voorliggende voorstel?

Antwoord:

De raad bepaalt en kan deze ruimte nemen. Het college heeft gezien de voorgeschiedenis in meerderheid
besloten u dit raadsvoorstel voor te leggen zoals het nu voorligt. Met name vanwege de subsidieaanvraag bij het Ministerie van VWS, ingediend 2 januari 10.30 uur, was het wenselijk voortvarendhei te betrachten. Deze
regeling is namelijk nieuw en gaat uit van het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’.

20. Waarom wordt niet gewacht totdat het Rijk beschikt heeft over de subsidieaanvraag? Is dat, tenminste
vanuit het gemeentelijk perspectief, niet verstandig?

Antwoord:

Alle indicatoren wijzen er op dat het Rijk positief zal beslissen op de subsidieaanvraag. Daarbij is ook hier sprakevan een ‘kip of ei verhaal’. Met alleen de subsidie hebben de clubs onvoldoende middelen om het plan door te
zetten. Het college is echter van mening dat de subsidie niet leidend moet zijn in de beoordeling van dit plan en kredietaanvraag. Het gemeentebestuur moet er voor gaan of niet. De subsidie is in die zin niet meer dan een
unieke kans om de kosten te beperken.

Financiën (inclusief risico’s)

23. De financiële constructie die onder de voorstellen ligt, oogt enigszins complex. Kan het college vóór de
raadsvergadering een, separate, volledige en vereenvoudigde projectbegroting aanleveren met daarin een
helder overzicht van álle financiële consequenties voor de gemeente?
Anrwoord:

Ja.

23. De gemeente Grave is minstens sinds medio 2017 als gesprekspartner intensief betrokken bij de
voorgenomen fusie. Naarmate 2018 voortschreed werd duidelijk dat er eind dat jaar of begin dit jaar een voorstel naar de raad ging. Waarom is dit plan niet in de voorjaarsnota verwerkt?

Antwoord:

Dit was nog niet mogelijk omdat de financiële kaders nog niet vast stonden.

23. Heeft de gemeente een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd op de financiële situatie van de betrokken
sportverenigingen? Zo ja, wat zijn daarvan de resultaten? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:

Nee, dit is niet primair de verantwoordelijkheid van de gemeente. Wel zullen we jaarlijks met de fusievereniging
de financiële ontwikkelingen monitoren. Verder wordt – zoals eerder aangegeven – het bouwproces actief
‘bewaakt’.

23. Wat zijn de financiële gevolgen van de fusie (inclusief het voorliggende accommodatieplan) voor de
betrokken verenigingen en leden (contributie) ter verkrijging van een sluitende EGS-begroting?

Antwoord:

Dit is aan de clubs.

Mocht dit raadsvoorstel in de huidige vorm aangenomen worden, wat is de impact hiervan op de financiële
kengetallen van de gemeente Grave, zoals die te vinden zijn in de begroting en jaarverslag? Hoe typeert het
College de huidige schuldpositie van de gemeente Grave? Wat is (indicatief) de omvang van het
weerstandsvermogen (na instemming met het voorliggende plan door de gemeenteraad)? Hoe verhoudt zich één en ander tot de reactie van de provincie op de begroting 2019?

Antwoord:

Het effect op de ratio’s kan niet alleen bezien worden vanuit de in dit voorstel opgenomen financiële
consequenties, daar meerdere factoren invloed hebben op deze ratio’s. De ratio’s zoals weergegeven in de
begroting geven geen aanleiding dat de financiële consequenties niet gedragen kunnen worden.

23. Is er voorzien in een begroting ten behoeve van de aanpassingen van de toegangswegen in het kader
van de (verkeers-)veiligheid en de parkeervoorzieningen? Op bladzijde 7 van het voorstel, bij de financiële
risico’s, stelt het college dat er “in elk geval (!)” een onderzoek en beoordeling plaatsvinden. Meerkosten zijn
alleen daarom al onvermijdelijk. Waarom worden deze niet geraamd, zodat een totaalbeeld van het gehele
project ontstaan? Graag zien wij deze als onderdeel van de gevraagde projectbegroting.

Antwoord:

Omdat deze niet in het projectplan van de accommodatie vallen. Voor de raadsvergadering kan het college een
indicatie geven wat nog te verwachten kosten zijn.

23. Waarom adviseert het college de raad om, in het geval van een afwijzing van het subsidieverzoek, die
één miljoen euro voor rekening van de gemeente te brengen (bóven het investeren in bestaande locaties,
die alle – zonder onderbouwing met een rapportage – ‘verouderd’ worden genoemd.) Als je de bestaande situatie
(inclusief bebouwing) als vertrekpunt neemt, is het moderniseren (aanpassen) daarvan duurder dan het
totaalbedrag dat nu ter tafel ligt? Zo ja, uit welk onderzoek blijkt dat?

Antwoord:

Het college is van mening dat er een zeer doordacht plan voorligt dat op veel draagvlak kan rekenen. En dat wij
het wel of niet doorgaan van dit plan niet af willen laten hangen van de subsidieverstrekking.

23. “De kosten van alle investeringen zijn, vanwege economische groei en daarmee stijgende
aannemersprijzen, sterker gestegen dan de in de begroting geprognosticeerde 3%.” Het college zegt daarop:
“Hier ligt een taakstellende opdracht voor EGS die als bouwheer richting aannemers zal optreden.” Hoe
realistisch is dit, gelet ervaringen uit het verleden, ook elders in het land? Hoe hard is de taakstellende opdracht
van maximaal 5.137.372,02 euro (voor de gemeente)?

Antwoord:

Het krediet is taakstellend voor de bouwheer en dat is EGS. Dan zal er op inventieve manieren binnen dit budget bekeken moeten worden hoe het plan wel haalbaar is.

23. Kan het college, gezien het tot op de cent nauwkeurig berekende bedrag, voorbeelden geven uit de
afgelopen 10 jaar waarbij ramingen aangaande investeringen (ten laste van de algemene middelen c.q. de
gemeente) tot op de komma nauwkeurig, achteraf bezien, werkelijkheid zijn geworden?

Antwoord:

Nee, dit kan niet. De nieuwe vorm van aanbesteden geeft het college voldoende vertrouwen dat de planvorming
binnen het taakstellende budget kan.

23. In het document Financiële onderbouwing accommodatie EGS staat op bladzijde 2 een eigen bijdrage inde investering vanuit de zijde van EGS van 1.505.060,92 euro (op totaal van 7.426.053,14 euro). Na de
optimalisatieslag op de kosten die de clubs hebben doorgevoerd, is in het raadsvoorstel deze bijdrage door EGS teruggebracht tot 635.777,02 euro (op totaal van 5.773.149,04, namelijk 5.137.372,02 euro gemeentelijke
bijdrage/subsidie + 635.777,02 bijdrage EGS). Relatief daalt daarmee de bijdrage van EGS van 20% naar 11%
van de totale investeringssom t.o.v. de eerste indicatie. Is de conclusie juist dat 1,5 miljoen euro “een brug te ver”was (is) voor EGS? Zo ja, waarom? Daarnaast: Welk percentage bijdrage van EGS in de investeringen acht het
college reëel?

Antwoord:

Die conclusie is niet juist. Het college acht de huidige bijdrage zoals in het voorstel reëel.

24. Naar aanleiding van het document Financiële onderbouwing accommodatie EGS: Is de
exploitatiebegroting die is opgesteld op pagina 4 door de gemeente gevalideerd met gegevens uit voorgaande
jaren?

Antwoord: Nee, de exploitatiebegroting zoals weergegeven is opgesteld door de fuserende verenigingen. Het is niet aan de gemeente dit te valideren. Wel zullen wij in de toekomst blijven monitoren in hoeverre de opgenomen cijfers in debegroting reëel blijken te zijn.

ANTWOORDEN OP DE VRAGEN VAN  LIBERAAL LAND VAN CUIJK

Technische vragen ter voorbereiding van de commissie Inwoners & Bestuur 5 februari

Bij 8 – Fusie voetbalverenigingen

Algemene opmerking vooraf.

Liberaal LVC Grave stelt vragen bij dit voorstel om te komen tot het best mogelijke voorstel voor de inwoners van Grave, Escharen, Velp en Gassel. Dat wij vragen stellen over het een of ander betekend nog niet dat wij iets
goed of slecht vinden. Daarin hebben wij als fractie nog geen keuze in gemaakt.

Het voorstel gaat over een grote investering. Deze investering kan heel noodzakelijk zijn voor een sportieve
gemeente. Destijds hebben wij in ons verkiezingsprogramma (van Keerpunt 2010) nadrukkelijk opgenomen dat
we samenwerking tussen sportverenigingen stimuleren.

Wel willen wij dit voorstel ook in verhouding zien met eventuele keuzes die we, als we hiermee instemmen, niet
meer kunnen maken. Het is een groot bedrag en dat staat in schril contrast met de bezuinigingen die wij hebben
met pijn in ons hart hebben moeten doorvoeren in het sociaal domein.

Vragen over de (bestuurlijke) aanloop

1. Is het in zijn algemeenheid juist dat met de privatisering van de voetbalverenigingen in 2006 beoogd
werd om in 20 jaar naar een totale afbouw te komen van de subsidierelatie tussen de gemeente en de
voetbalclubs, met uitzondering van de reguliere jeugdledensubsidie en stimuleringssubsidie-regeling
zoals die nu zijn?

Antwoord: Nee, de privatiseringsbijdrage is structureel in de meerjarenbegroting opgenomen.

2. Welke strategische visie heeft college ten aanzien van de diversiteit van sporten en beschikbaarheid
van voorzieningen in de gemeente Grave en op regionaal niveau?

Antwoord:

Grave werkt al jaren vanuit de privatiseringsgedachte met betrekking tot sportverenigingen. Daarnaast
werkt ons college op dit moment aan een lokale sportnota. Deze komt o.a. voort uit de structuurvisie
Sociaal Domein.

3. Heeft het vorige college ooit in haar (wekelijks) overleg tijdens de vorige periode, bijvoorbeeld vanuit
strategische overwegingen, nadrukkelijk sportpark Kranenhof aangewezen als centrale gemeentelijke
locatie voor de voetbalsport?

Antwoord:

Nee, dit is niet expliciet in het college besloten.

4. In het voorstel staat: ‘in te stemmen met het verzoek om sportpark Kranenhof aan te wijzen als
sportlocatie voor de gefuseerde sportvereniging EGS’. Uit de presentatie van de voetbalverenigingen is
een heel ander beeld naar voren gekomen, namelijk dat de wethouder sport, destijds de heer Joon,
alleen wou praten over de locatie Kranenhof. In hoeverre is er daadwerkelijk sprake van een verzoek
om die locatie of hadden de potentiële fusiepartners eigenlijk helemaal geen keuze?

Antwoord:

Dit werd (mede op basis van het rapport van bureau Kragten) als de meest haalbare locatie geacht,
waar snel tot ontwikkeling kon worden overgegaan en waar geen extra gronden voor hoefden worden
verkregen.

5. Op welke momenten en op welke wijze heeft de wethouder sport de gemeenteraad geïnformeerd over
de keuze voor sportpark Kranenhof als beoogde locatie voor de voetbalverenigingen? (N.b.: de
voetbalverenigingen hebben voor een informatiebijeenkomst zowel het college als raad uitgenodigd, dit
was dus geen actie van het college of de wethouder)

Antwoord:

Dit is niet eerder aan de orde geweest.

6. Is het sportpark Kranenhof een doel of een middel? Het wordt hier omschreven als een doel, terwijl uit
flankerend beleid (o.a. subsidieregelingen) dat de gemeente in dit soort gevalen vooral voorziet in
middelen als die noodzakelijk zijn.

Antwoord:

Het college is bereid om dit burgerinitiatief te ondersteunen. Een onderdeel van het totale plan is een
nieuwe sportaccommodatie op de Kranenhof.

Vragen over de samenwerking tussen de gemeente en de voetbalverenigingen.

7.  Hoe moet het eerste beslispunt (de gemeente gaat met de voetbalverenigingen een fusieproces in)
worden uitgelegd? Hoe zit dat juridisch? Gaat de gemeente privaatrechtelijk onderdeel uitmaken vaan
deze samenwerking? En welke gevolgen heeft deze (niet) juridische keuze bijvoorbeeld in het geval vanaansprakelijkheid bij algehele blijvende invaliditeit opgelopen op het sportpark Kranenhof?

Antwoord:

De fusie tussen de clubs is een aangelegenheid van de clubs zelf. De gemeente ondersteunt dit initiatief, maar maakt geen onderdeel uit van de nieuwe fusieclub.

8. Welke juridische vormen van samenwerking is vanuit het college overwogen en welke afwegingen zijn
gemaakt bij welke keuzes? Welke risico’s zijn hierbij voorzien?

Antwoord:

Dit is aan de clubs.

9. Hoe typeert het college de relatie met de voetbalverenigingen t.o.v. andere sportverenigingen? Zijn de
banden met voetbal sterker of zwakker?

Antwoord:

Het college waardeert iedere sportvereniging in de gemeente, omdat zij een belangrijke bijdrage leveren aan onze maatschappij en samenleving.

10. Wat voor gevolgen heeft de mogelijke fusie voor de relatie tussen de gemeente en de voetbalclub in
Gassel? Wordt het voor die club bijvoorbeeld moeilijker om subsidie aan te vragen? Of als die club een
nieuw veld nodig heeft in de toekomst, bestaat er dan een reële mogelijkheid dat het college zegt dat er voldoende faciliteiten in Grave (op sportpark Kranenhof) beschikbaar zijn?

Antwoord:

Nee, dit heeft geen gevolgen voor de relatie tussen de gemeente en VV Gassel.

Vragen vanuit een financiële benadering

11. Als een vereniging zich bij het college zou melden omdat ze een wereldwijd immens populaire sport
beoefenen, darts, en ze vragen aan de gemeente om mee te helpen een nieuw clubhuis te realiseren –
waarbij in een notitie van de nationale bond staat dat het heel belangrijk is om een forse frituur
(voldoende vermogen!) en uitgebreide tapinstallatie te hebben i.v.m. de sociale aspecten van de sport –
zou het college dan bereid zijn om ongeveer 80% van de kosten op zich te nemen?

Antwoord:

Het college beslist hier niet over, deze keuze is uiteindelijk aan de raad.

12. Er zit een behoorlijk open einde in het voorstel: kosten voor de aanleg van parkeervoorzieningen,
waarschijnlijk te realiseren op het bedrijventerrein de Bons. Om welke ordegrootte van uitgaven hebben we het hier die nog niet gekwantificeerd zijn in dit voorstel? € 10.000? € 25.000? € 250.000? Graag bij
uw inschatting ook rekening houden met eventueel noodzakelijk verkeerskundige onderzoek, flora- en
fauna onderzoek, eventuele onderzoeken die noodzakelijk zijn vanwege een mogelijke
bestemmingsplanwijziging en ook graag meenemen gevolgen van eventueel niet meer te verkopen
grond op het bedrijventerrein vanwege de inrichting als parkeervoorziening.

Antwoord:

Er wordt uitgegaan van 150 parkeerplaatsen. Alleen op enkele piekmomenten zal dit onvoldoende zijn.
Op deze momenten (in het weekend) kan gebruik gemaakt worden van parkeerplaatsen bij
naastgelegen industrieterrein en gemeentewerf.

13. De wethouder sport heeft zich laten ontvallen dat de investering in het sportpark Kranenhof eigenlijk
maar € 320.000 zouden zijn. Dat maakt de toch al lastig te begrijpen financiële onderbouwing niet veel
meer geloofwaardig.

Om tot een oordeel te kunnen komen of de financiering van dit plan goed is vragen wij om via een
aparte notitie dit duidelijk inzichtelijk te maken

Graag zien wij een overzicht waarbij de volgende aspecten duidelijk naar voren komen:
a) wat het kost om alleen het gebouw en velden er neer te zetten met uitzondering van kosten van zaken die
later (uitsluitend) door de voetbalverenigingen wordt geëxploiteerd zoals een bar, barinstallaties, koeling, biertap, frituur, reclamebebording, enzovoorts.

Antwoord:

De kostenbegroting is nu geïndiceerd op een m2-prijs van € 1.250. Via raadsbesluit wordt dit ook maximum
bedrag. Na het opstellen van een bestek zal meer duidelijkheid komen over wat elk onderdeel kost. Er was/is
geen budget om de kostenbegroting al tot in detail te presenteren, dan had er een voorlopig krediet aangevraagd moeten worden. Daar is niet voor gekozen.

U vraagt verder een aantal scenario’s uit te werken in een afzonderlijke notitie. De essentie van het nu
voorliggende raadsvoorstel is niet om aan de voorkant diverse scenario’s op basis van “wat als” door te rekenen. We hebben met alle informatie en onzekerheden die nu bekend zijn in beeld gebracht wat de risico’s en kansen
zijn en dit vertaald in de financiële consequenties voor de gemeente Grave.

b) wat zijn de kosten van de zaken die later (uitsluitend) door de voetbalverenigingen worden geëxploiteerd?

Antwoord:

Zie voorgaande antwoord.

c) welk bedrag betaalt de gemeente (voor a en b zoals hiervoor genoemd uitsplitsen) en welk bedrag betalen de voetbalverenigingen (voor a en b zoals hiervoor genoemd uitsplitsen)? eerstkomende 10 jaar zal er in Grave geen sprake zijn van krimp.

Antwoord:

Zie pagina 2 van de financiële onderbouwing. Gemeente draagt geheel civiel/infra en de nieuwbouw clubgebouw is verdeeld.

d) Hoe gaat de gemeente in eerste instantie dat bedrag (dus op korte termijn) als antwoord op vraag c betalen?
Wordt er een langlopende lening aangegaan? Is er nog een reserve die we hiervoor mogen inzetten?

Antwoord:

Door middel van het anders inzetten van de privatiseringsbijdrage en door inzet van een egalisatiereserve. Dit
heeft géén materiële invloed op de exploitatiebegroting. De gemeente werkt volgens het principe van een
totaalfinanciering, afhankelijk van de totale financieringsbehoefte worden er wel of geen middelen aangetrokken
door middel van een lening.

e) Stel dat de drie beoogde voetbalverenigingen niet meer zouden bestaan (per direct), hoeveel geld per jaar is
de gemeente dan goedkoper uit doordat daar geen subsidie meer naar toe gaat?

Antwoord:

Dan gaat het om de som van de privatiseringsbijdrage en de jeugdledensubsidie.

f) In het voorstel staat dat ‘ter dekking’ het bedrag als antwoord op vraag e wordt gekozen. Hoe staat dit in
verhouding tot andere sportverenigingen die, naast jeugdledensubsidie, alleen aanspraak kunnen doen op de
stimuleringssubsidie?

Antwoord:

Dit zijn afspraken die in het verleden zijn gemaakt met deze clubs. Die respecteren we, maar zetten we nu wel
anders in.

14. In het voorstel en onderliggende documenten staat diverse keren te lezen dat er geen rekening wordt
gehouden met de te verwachten demografische effecten en tegelijkertijd wordt er wel een groei van 26% jeugd verwacht.

Antwoord: a) Hoe komt u aan die 26% en met welke objectieve bron kunt u dat verifiëren?
Dit komt uit het PvE van de clubs.

b) Waarom houdt u niet rekening met de duidelijke demografische verwachtingen van bijvoorbeeld het
CBS, de provincie, de woningmarktmonitor of het planbureau voor de leefomgeving?

Antwoord:

Dat heeft het college gedaan. En als je dan kijkt naar de totale populatie dan vallen de demografische
effecten t/m 2040 te verwaarlozen. (bron: bevolkingsprognose.brabant.nl)

c) Hoe verklaart u ‘groei’ terwijl hiervoor genoemde bronnen voor Grave en omstreken alleen maar
krimp voorzien, met een toenemende vergrijzing en een afname van het aantal kinderen (0-12) en
jongeren (13 -25)?

Antwoord:

Zie vorige antwoord. Ook ziet het college de nieuwe sportaccommodatie als voorziening voor alle
leeftijden en niet alléén voor de door u genoemde categorieën.

d) Is bij een krimpscenario de opzette voorlopige exploitatiebegroting door de voetbalclus nog haalbaar?

Antwoord:

In eerste instantie is dit aan de nieuwe vereniging. Wij zullen jaarlijks de exploitatie met hen bespreken.

15. In het voorstel staat dat de eventuele kosten boven € 5.137.372,02 voor rekening en risico komen van
de voetbalclubs. Uitgaande van een vrij gebruikelijke 10% budgetoverschrijding: zijn de voetbalclubs in
staat om financieel een tegenvaller van +/- € 500.000 op te vangen, bovenop hetgeen wat ze al
investeren?

Antwoord:

Via goede afspraken bij deze nieuwe vorm van aanbesteding moeten kosten in de hand worden
gehouden.

16. Waarom zijn de kosten voor de te realiseren parkeervoorziening niet meegenomen in dit voorstel?

Anwoord:

Zie antwoord op vraag 12.

AntwoordVRAGEN VPGrave

Technische vragen inzake raadsvoorstel Fusie voetbalverenigingen.

1. Is de locatiekeuze in het college aan de orde geweest? Zo ja, waarom is dit niet gedeeld met de
gemeenteraad?

Antwoord:

De locatiekeuze is integraal onderdeel van het plan. Daar het gaat om een al bestaande sportlocatie
heeft het college zich daar niet expliciet over uitgesproken.

2. Waarom zijn er geen alternatieven voorbereid inzake de nieuwbouw van het complex.

Antwoord:

Er zijn door bureau Kragten een aantal varianten onderzocht. Dit is als voorkeursvariant eruit gekomen,
onder meer vanwege de ruimte en redelijk centrale ligging.

3. Welke aanvullende kosten moeten er nog door de gemeente worden gemaakt ( qua infra).

Antwoord: Dat is nu nog niet geheel duidelijk. Het college vermoedt dat dit geen buitensporige kosten met zich
meebrengt: de infrastructuur rond de accommodatie is goed.

4. Hoe gaat u het parkeerprobleem buiten de kavel oplossen?

Antwoord:

Het plan voorziet in 150 parkeerplaatsen. Alleen op enkele piekmomenten zal dit onvoldoende zijn. Op
deze momenten (in het weekend) kan gebruik gemaakt worden van parkeerplaatsen bij naastgelegen
industrieterrein en gemeentewerf.

5. Hoe realistisch zijn de bouwkostenramingen gezien de stijgingen in den lande als gevolg van de
aantrekkende economie?

Antwoord:

Deze acht het college realistisch. Via goede afspraken bij aanbesteding moeten kosten in de hand
worden gehouden.

6. Hoe realistisch zijn de aannames als het gaat om de besparingen?

Antwoord:

Deze acht het college realistisch.

7. Hoeveel gaan de leden van de sportclubs per jaar meer betalen aan contributie?

Antwoord:

Dat is nu nog niet duidelijk en is ook aan de clubs. EGS is in staat geweest een sluitende
exploitatiebegroting op te stellen. Feit is wel dat de huidige contributies bij EGS tot de laagste van NoordOost Brabant behoren. Een kwalitatief betere accommodatie mag de leden ook iets waard zijn.
Bijvoorbeeld vanwege het hebben van een kunstgrasveld kun je in de winter makkelijker doortrainen.

8. Als het gebruikelijk is dat de gemeente investeert in sportaccommodaties waarom is dat in het verleden
in Grave dan niet gebeurd? (De Stuw / Jeu de Boule)

Antwoord: De gemeente Grave investeerde ook in het verleden in sportaccommodaties, bijvoorbeeld de bouw van
het sportcomplex, sporthal en zwembad ‘Op den Ham’. Dit is echter iets anders dan dat de gemeente
alle investeringen in sportaccommodaties betaalt.

9. Hoeveel leden hadden de drie voetbalclubs in 2008?

Antwoord:

Naar ik aanneem bedoelt u 2018, in totaal tellen de clubs circa 850 leden.

9.a. Hoe realistisch is het dat de Hockeyclub aansluit bij dit initiatief?

Door het bestuur van hockeyclub Grave is enthousiast gereageerd op de mogelijke verplaatsing naar
sportpark Kranenhof, zij zien kansen om de hockeysport daar beter te promoten. Elke sportvereniging
heeft een doorlopende vraag naar vrijwilligers, niet elke verenging heeft dit op haar site staan.

10. Op basis van de prognoses daalt het aantal inwoners van de gemeente Grave en gaat de bevolking van Grave verder vergrijzen, ontgroenen en in zijn totaliteit afnemen. ( dit in afwijking van het gesteld in het
PVE van Kragten / pag 13) Dit betekent o.a. dat de aanwas van de jeugd verminderen zal. In hoeverre
is dit complex toekomstbestendig?

Antwoord:

De eerstkomende 10 jaar zal er in Grave geen sprake zijn van krimp. Het aantal inwoners is redelijk stabiel. Daarmee is dit complex toekomstbestendig. Daarbij kan het stimuleren van ouderen tot sporten, bijvoorbeeld via walking voetbal, tot nieuwe leden leiden.

11. In de berekening wordt uitgegaan van een rentepercentage van 1%. Hoe lang mag uitgegaan worden van dit lage rentepercentage?

Antwoord:

1% betreft een omslagrente. Omdat we het systeem van totaalfinanciering hanteren maken we gebruik
van een gemiddeld rentepercentage over alle investeringen (de omslagrente). De omslagrente wordt
jaarlijks bij de kadernota vastgesteld. Conform deze systematiek hanteren we nu een percentage van
1%.

12. In het PvE Nieuwbouw wordt gesproken over berging atletiekvereniging? Welke atletiekvereniging heeft Grave?

Antwoord:

Tijdens opstellen PvE was dit aan de orde. Inmiddels is dit niet meer het geval.

Voor wat betreft het proces van voorbereiding:

1. Waarom is aan de gemeenteraad nooit een startnotitie voorgelegd?

Antwoord:

Het is aan de verenigingen zelf om te beoordelen of ze willen fuseren, waarbij de accommodatie een
belangrijke randvoorwaarde is. Met dit voorstel staan we in feite nog steeds vooraan in het proces: er
wordt een kader gesteld d.m.v. het taakstellend krediet.

2. De gemeenteraad moet te allen tijde in de gelegenheid worden gesteld om zijn kaderstellende rol naar
behoren te vervullen. Waarom is de gemeenteraad nooit gevraagd om kaders aan te geven voor wat
betreft de verdere voorbereiding van dit plan?

Antwoord:

Dit voorstel biedt u juist de ruimte om kaders te stellen, op basis van een concreet voorstel dat voor een zeer groot deel door de betrokken verenigingen is uitgewerkt.

3. Waarom zijn aan de gemeenteraad niet meerdere scenario’s voorgelegd?

Antwoord:

In feite is hier sprake van een ‘kip of ei verhaal’, waarin het college ervoor heeft gekozen om alleen deze variant aan u voor te leggen (zie ook voorgaande antwoorden)

VRAGEN D66

Financiering.

1. Er is sprake van het instellen van een egalisatiereserve t.b.v. de dekking van een deel van de investeringen.
Deze egalisatiereserve wordt, i.t.t. wat gebruikelijk is, vooraf verstrekt en achteraf gevuld met de
exploitatiebijdrage. Is dat niet een (te) risicovol beroep op de algemene reserves van de gemeente? Of moet
men het zien als een extra lening? Is de draagkracht van de vereniging dan groot genoeg? En zo ja, uit welke
financiële onderbouwing blijkt dit?

Antwoord:

Uitgaande van het solvabiliteitsratio en weerstandvermogen zoals in de programmabegroting is weergegeven
kan worden geconcludeerd dat een onttrekking van € 1,2 miljoen niet als een (te) risicovol beroep op de
algemene reserves moet worden gezien.

2. Bovendien wordt de looptijd van deze financiering nog verlengd met de duur van de kapitaallasten-verplichting.
Het duurt dan erg lang, voordat de algemene reserves weer aangevuld zijn. (Hoe) Is dat verantwoord?

Antwoord:

Ja, de onttrekking aan de algemene reserve is eenmalig. Gezien het weerstandvermogen en de solvabiliteitsratiois er geen aanleiding dit als onverantwoord te beschouwen.

3. Welke berekening voor de financiële dekking van het plan ligt ten grondslag aan het voorstel en waaruit blijkt dat de financiering gedaan kan worden voor zowel aanleg als exploitatie, waarbij een sluitende begroting 2021 van
de gemeente Grave haalbaar is en blijft, zoals voorgeschreven door de provincie Noord-Brabant?

Antwoord:

Jaarlijks wordt de vrijval van de privatiseringsbijdrage (€ 80.485) ingezet om een deel van de kapitaallasten te
dekken. Dat deel van de kapitaallast wat niet wordt gedekt door de vrijval van de privatiseringsbijdrage wordt
onttrokken aan de egalisatiereserve. Per saldo is dit dan voor het begrotingssaldo neutraal.

4. Risicobeheersing

Welke risico’s worden onderkend bij het aangaan van dit plan?

Antwoord:

Zie raadsvoorstel.

5. Welke risico wordt bij het daadwerkelijk ontstaan van dit risico gedragen door welke partij: dwz de gemeente of
de voetbalverenigingen?

Antwoord:

Dit leggen wij vast in de nog af te sluiten overeenkomst met het nieuwe bestuur van de fusieclub.

6. Is er tussentijdse monitoring door de gemeente op deze risico’s en zo ja in welke vorm?

Antwoord:

Ja, wij nemen actief deel in het bouwteam om te monitoren en bij te sturen indien nodig.

7. Hoe zijn wat betreft de financiële risico’s de (financiële) aansprakelijkheden geregeld? Is of wordt dit vastgelegd
in een overeenkomst en zo ja, welke juridisch afdwingbare overeenkomst betreft dit, en zo nee, welke
overwegingen liggen ten grondslag aan het niet vastleggen van de aansprakelijkheden?

Antwoord:

Ja, dit leggen wij nog vast in de nieuwe overeenkomst.

Doelmatigheid
8. In hoeverre is het reëel, dat er uitgegaan wordt van bevolkingsgroei, bij de plannen voor de sportaccommodatie
van de fusiegroep EGS? Overal is immers sprake van bevolkingskrimp, ook in de gemeente Grave en met name onder de jongeren.

Antwoord:

De eerstkomende 10 jaar zal er in Grave geen sprake zijn van krimp. Het aantal inwoners is redelijk stabiel.
Daarmee is dit complex toekomstbestendig. Daarbij kan het stimuleren van ouderen tot sporten, bijvoorbeeld via walking voetbal, tot nieuwe leden l

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: