Financieel toezicht provincie oordeel begroting 2019: oranje; “voldoet met kanttekeningen”

Begroting 2019

Geachte raadsleden,
Door erop toe te zien dat de lokale overheden hun maatschappelijke taken goed uitvoeren, dragen we bij aan een bestendig en veilig Brabant met een sterk openbaar bestuur. Een bestuur waar de inwoners op kunnen vertrouwen. Respect voor de eigen verantwoordelijkheid van besturen en raden is het uitgangspunt.

Financieel Toezicht

In deze brief informeren wij u over onze toezichtbevindingen vanuit financieel toezicht.

Uw gemeente heeft de verantwoordelijkheid om een begroting vast te stellen die structureel en reëel in evenwicht is. Ieder jaar besluiten wij, op grond van artikel 203 van de Gemeentewet, voor 1 januari of uw gemeente voor het komende begrotingsjaar onder repressief of preventief toezicht valt. Hiermee dragen wij bij aan het voorkomen dat uw gemeente een structureel tekort op de begroting krijgt, wat u mogelijk zelf niet kunt oplossen.

Criteria waaraan wij toetsen
Wij hebben uw begroting 2019 beoordeeld volgens de methodiek van risicogericht en proportioneel financieel toezicht. In onze factsheet ‘financieel toezicht’ is hier meer over te lezen. Hierbij hebben wij ook de uitkomsten van de jaarrekening 2017 betrokken. Over een aantal belangrijke toetsingsaspecten en ontwikkelingen over het financieel toezicht hebben wij u in de brief van 11 april 2018, kenmerk C2225139/4343738, geïnformeerd.

Oordeel
De door u vastgestelde begroting 2019 en de bijbehorende meerjarenraming 2020-2022 hebben wij tijdig ontvangen. Wij zijn van oordeel dat de begroting 2019 niet structureel en reëel in evenwicht is. Het is echter voor ons voldoende aannemelijk dat dit evenwicht uiteindelijk in het laatste jaar van de meerjarenraming tot stand zal worden gebracht. Voor uw gemeente is daarom voor het begrotingsjaar 2019 het normaal geldend repressief toezicht van kracht.

Hierbij behoort dat u begrotingswijzigingen 2019 binnen twee weken na vaststelling alleen ter kennisname aan ons inzendt.

Op basis van de criteria in ons Beleidskader IBT 2016-2019 beoordelen wij uw begroting als ‘voldoet met kanttekeningen’. Uw gemeente krijgt de kleur ‘oranje’ op de kaart, die wij in april 2019 op onze website www.brabant.nl/financieeltoezicht zullen publiceren.

Toezichtbevindingen
Uit ons onderzoek blijkt dat uw meerjarenraming 2020-2022 voldoet aan het wettelijk criterium van structureel en reëel evenwicht. Naar aanleiding van ons onderzoek merken wij het onderstaande op. Deze opmerkingen zullen belangrijke aandachtspunten zijn bij het onderzoek van de begroting 2020.

Structureel begrotingssaldo
Volgens artikel 189 van de Gemeentewet moet u erop toezien dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. U heeft de begroting vastgesteld inclusief de begrotingswijziging ombuigingsvoorstellen. Om inzichtelijk te maken wat de vastgestelde structurele begrotingssaldi zijn, verzoeken wij u ook bij een begrotingswijziging de structurele begrotingssaldi te presenteren. Daartoe voegt u de wijzigingen die betrekking hebben op incidentele lasten of baten toe aan een totaal overzicht van incidentele baten en lasten (nu alleen per programma gepresenteerd). Naar ons oordeel geldt dit voor de wijzigingen “terugdraaien storting gebouwenbeheer” en “kapitaallast N324”. Uit de primaire begroting zijn naar ons oordeel de onttrekking aan de algemene reserve en onderuitputting kapitaallasten nog niet als incidentele baat in de begroting opgenomen. De kwaliteit en volledigheid van het overzicht van incidentele baten en lasten is van essentieel belang. In de Notitie structurele en incidentele baten en lasten van de Commissie BBV (30 augustus 2018) is hiervoor een algemeen kader opgenomen en zijn diverse voorbeelden gegeven. Wij adviseren u deze notitie te verwerken in de komende (meerjaren)begrotingen.

Vermogenspositie
In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing concludeert u dat de beschikbare middelen voldoende zijn om de risico’s op te kunnen vangen. Ook brengt u in beeld dat de vermogenspositie van de gemeente afneemt. Dit als gevolg van uitnamen uit de algemene reserve o.a. voor de vorming van dekkingsreserves kapitaallasten en het dekken van het negatieve begrotingssaldo 2019. Hieruit blijkt dat u aandacht heeft voor uw reservepositie en het weerstandsvermogen. Wij adviseren u oog te blijven houden voor het weerstandsvermogen bij het aangaan van nieuwe verplichtingenBeheerplannen

Wij hebben er kennis van genomen dat in februari 2019 de beheerplannen voor wegen, openbare verlichting, civiele objecten en openbaar groen aan u ter vaststelling worden aangeboden. Met het vaststellen van de beheerplannen autoriseert u het gewenste kwaliteitsniveau en de daarbij behorende onderhoudslasten. Klein onderhoud neemt u op in de exploitatie. Groot planmatig onderhoud kunt u opnemen in de exploitatie of kunt u ten laste van een vooraf gevormde voorziening (artikel 44 lid 1 sub c BBV) brengen. Wij maken u erop attent dat als u de lasten van groot onderhoud wil egaliseren dit alleen kan via een voorziening. Net als de Commissie BBV adviseren wij u voor het berekenen van de jaarlijkse toevoeging aan deze voorziening een langere planningstermijn te hanteren dan de looptijd van het beheerplan, bijvoorbeeld een periode van 10 jaar. De jaarlijkse toevoeging dient namelijk minimaal gebaseerd te zijn op de onderhoudslasten die in het beheerplan zijn opgenomen voor het begrotingsjaar plus de drie jaren van de meerjarenraming. Door een langere planningstermijn te hanteren dan de looptijd van het beheerplan, blijft het beheerplan de hele looptijd toepasbaar.

Achterstallig onderhoud wegen
Het percentage achterstallig onderhoud over het totaal van de verhardingen is 6,6%, zo is in de begroting opgenomen. Wij attenderen u erop dat u de financiële consequenties van het achterstallig onderhoud afzonderlijk van het klein- en groot onderhoud in de begroting dient op te nemen. Herstel van achterstallig onderhoud wordt aangemerkt als een verplichting waarvan de omvang, door middel van een inventarisatie en een financiële vertaling van het achterstallig onderhoud, redelijkerwijs in te schatten is. Op basis van artikel 44 lid 1a BBV wordt daartoe een voorziening gevormd. Het achterstallig onderhoud wordt vervolgens ten laste van deze voorziening gebracht. Wij verwachten dat u bij de herziening van het beheerplan wegen ook deze voorziening treft en achterstallig onderhoud ook daadwerkelijk volledig oplost binnen de looptijd van de (meerjaren)begroting 2019-2022.

Onderhoud gebouwen
Voor het planmatig onderhoud van gemeentelijke panden maakt u gebruik van een reserve. Naar wij begrepen hebben, bent u voornemens om voor het groot onderhoud gebouwen de reserve (weer) om te zetten in een voorziening groot onderhoud gebouwen.
Zoals hierboven onder Beheerplannen aangegeven kunnen de lasten voor groot onderhoud van kapitaalgoederen op twee wijzen in de begroting worden verwerkt.
Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) kent niet de mogelijkheid om de onderhoudskosten via een bestemmingsreserve te egaliseren.
Wij accepteren een redelijke termijn om deze opmerking te ‘repareren’. Wij verwachten dat u uiterlijk bij de begroting 2020 een keuze maakt voor de financiële vertaling van het beheerplan voor groot onderhoud gebouwenVoor meer informatie verwijzen wij u naar de Notitie Materiële vaste activa (december 2017) van de Commissie BBV. Wanneer u de lasten van planmatig groot onderhoud gebouwen blijft egaliseren door middel van een reserve, zullen wij de structurele begrotingssaldi negatief bijstellen.

Geraamde kapitaallasten nieuw beleid
U hanteert een systematiek waarbij de kapitaallasten na het jaar van investering op de exploitatie drukken. In het kader van het reëel ramen hoeft (volgens het BBV) in het eerste jaar niet de volle jaarlast van nieuwe investeringen te worden opgenomen. Volstaan kan worden met het ramen van de exploitatielasten die naar verwachting in het jaar van de investering op de exploitatie zullen drukken. Het deel van de volledige jaarlast dat nog niet is geraamd duiden wij aan als onderuitputting kapitaallasten. Dit bedrag merken wij aan als een incidenteel voordeel dat daarom opgenomen dient te worden in het overzicht van incidentele baten en lasten. Omdat de onderuitputting kapitaallasten niet op het overzicht van incidentele baten en lasten van uw gemeente staat vermeld hebben wij het structureel begrotingssaldo 2019 met € 85.000 neerwaarts bijgesteld.

Grondslagen begroting 20192022
Op grond van artikel 19 en 21 van het BBV dienen de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd in de (meerjaren)begroting opgenomen te zijn. In de begroting 2019 is geen overzicht opgenomen met de door u gehanteerde financieel-technische uitgangspunten, noch voor het begrotingsjaar zelf noch voor de meerjarenbegroting 2020-2022. Om de inzichtelijkheid van uw begroting (verder) te vergroten, verzoeken wij u in uw volgende begroting een dergelijk overzicht op te nemen.

Sociaal Domein
Gezien de belangrijke invloed die de drie decentralisaties hebben op de financiële positie van alle Brabantse gemeenten, adviseren wij u de ontwikkelingen binnen de drie decentralisaties goed te blijven monitoren, dat de risico’s periodiek worden herijkt en waar nodig maatregelen te treffen om financieel bij te sturen.
Onze toezichtbevindingen zijn afgestemd met onze contactpersoon van uw gemeente. Wij vertrouwen erop met onze toezichtbevindingen een zinvolle bijdrage te leveren aan de verdere optimalisering van uw begroting.

Totaaloverzicht toezichtgebieden IBT
Aan het eind van 2019 sturen wij u een totaaloverzicht van de uitkomsten van ons systematisch toezicht op de IBT gebieden Archief- en informatiebeheer, Financieel toezicht, Huisvesting vergunninghouders, Monumentenzorg, Omgevingsrecht en Ruimtelijke Ordening.

Tot slot
Voor meer informatie over het financieel toezicht door de Provincie Noord- Brabant verwijzen wij u naar het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader ‘Kwestie van evenwicht!’ en naar onze website www.brabant.nl/financieeltoezicht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: