Inspraakreactie op Zienswijzenota over zienswijze Litjens.

Notitie in verband met inspreken in de  raadscommissie R.O. van 24 april 2018 bij de gemeente Grave

Geachte voorzitter, dames en heren

Bij deze wil ik een reactie afgeven op de Zienswijzenota van de gemeente over de zienswijze van 1 december 2017 van het bedrijf Litjens Beheer BV en de heer B.W.A.M. Litjens. Hierna te noemen Litjens.

De gemeente is al jarenlang op de hoogte, dat Litjens van mening is dat zijn bebouwingspercentage in het vigerende bestemmingsplan Buitengebied 2013 en in het bestemmingsplan Buitengebied 1998 niet correct is opgenomen.

Vóór de totstandkoming van het bestemmingsplan Buitengebied 1998 kende Litjens aan de zuidzijde van de Graafschedijk twee bedrijfsbestemmingen:

1. een recyclingsbedrijf met een bebouwingspercentage van 50% van het bouwvlak. Dit bouwvlak was ongeveer 4000 m2, zodat daarvan ongeveer 2000m2 bebouwd kon worden. Hierover gaat de huidige discussie.
2. een agrarisch-technisch hulp (ATH) annex varkenshouderij met een bebouwingpercentage van 2190 m2. Deze oppervlakte is in overleg vastgesteld op basis van de sloop van alle varkensschuren, technische werkplaats enz., die er in 1998 waren. In plaats van alle gesloopte opstallen heeft Litjens 2 nieuwe loodsen annex kantoor kunnen bouwen. Deze oppervlakte van staat in het huidige bestemmingsplan en hierover gaat het huidige verzoek niet.
Tekening:

Deze twee voormalige terreingedeelten zijn op bijgevoegde tekening aangegeven.

(bijlage 2)

De actuele zienswijze heeft dus uitsluitend betrekking op de situatie van het recyclingsbedrijf, zoals dat in 1991 (Herziening Buitengebied 1991) is vastgesteld.

Argumenten:

De gemeente wijst het verzoek van 1 december 2017 af, omdat dat al meermaals onderwerp van gesprek en procedures is geweest en motiveert dit als volgt:

Standpunt gemeente over het bestemmingsplan 1998:

Op het punt van de opgenomen maximale oppervlakte aan bedrijfsbebouwing heeft het bestemmingsplan Buitengebied 1998 standgehouden, zegt de gemeente.

Standpunt Litjens over bestemmingsplan 1998:

De realiteit is dat de Raad van State zegt bij de goedkeuring van dit plan in 2001 (EO1.98.0591, onder 2.16.1): Citaat: De gemeenteraad heeft in de Nota van wijziging bij het plan overwogen dat de term: “grondverzet-, sloop en transportbedrijf” …., geen verandering betekent ten opzichte van het vorige plan”. Einde citaat.

De voorschriften zouden identiek blijven aan de bestaande uit 1991.                      -1-

Voor Litjens betekende dit dat de regels uit het vorige plan inzake het recyclingsbedrijf, waarin de 50% aan bebouwbare oppervlakte was opgenomen, in stand zou blijven.

Conclusie: Er is in 1998 geen specifieke discussie gevoerd over het bebouwingspercentage in 1998, omdat de bestaande rechten in stand zouden blijven.

Wel is ook bij de Raad van State vastgesteld, dat de regels vóór 1998 bleven gelden ten opzichte van het bedrijfsgedeelte wat de bestemming : Grondverzet-, sloop- en transportbedrijf” had. Dit had de gemeenteraad in 1998 specifiek overwogen in de door de gemeenteraad vastgestelde Nota van wijzigingen, die onderdeel uitmaakte van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied 1998.

Het College heeft het raadsbesluit uit 1998 via de Nota van wijzigingen niet uitgevoerd.

In 2008 ben ik persoonlijk betrokken geraakt met de bestemmingsplan problemen van mijn broer Ben. Aan de toenmalige wethouder de heer H. Opsteegh heb ik een document verstrekt waarin ongeveer 50 gevallen stonden vermeld, die onjuist vermeld werden in de gemeentelijke stukken. Dit bleek mij toen ik bij archief onderzoek bij de provincie van de goedgekeurde voorschriften kennis nam.

Het argument van de gemeente was daarop: Jammer, maar het dossier met de planregels was zoek (brieven van 27 maart 2009 en 26 mei 2009 zijn bijgevoegd als bijlagen 2 en 3).  

Wethouder Opsteegh zaliger bood zijn excuus aan en wilde tot herstel overgaan. Helaas is dit door zijn vertrek niet doorgegaan.

De aan het licht gekomen feiten hebben nog steeds gevolgen voor Litjens, omdat er door de gemeente besluiten genomen zijn op basis van onjuiste feiten.

Uitgaande van de onschuld van deze fouten zou in een normale situatie de gemeentelijke reactie moeten zijn: Excuus en hoe lossen wij dit op?

Mijn ervaring is met uw gemeente is, dat er stoïcijns wordt doorgegaan op de eenmaal op onjuiste feiten ingenomen besluiten en standpunten.

Er is naar mijn mening alle aanleiding dat uw Rekenkamercommissie een onderzoek gaat instellen hoe de gemeente met Litjens is omgegaan.

 

Standpunt gemeente over het bestemmingsplan Buitengebied 2013.

De gemeente zegt dat bij de Raad van State het bestemmingsplan 2013 heeft stand gehouden met betrekking tot het maximale oppervlakte aan bedrijfsbebouwing.

 

Standpunt Litjens over het bestemmingsplan 2013.

De Raad van State heeft naar de mening van Litjens zich vergist.

De Raad stelt namelijk dat Litjens in 2001 overeenstemming heeft bereikt welke bebouwing als bestaande bebouwing (oppervlakte varkensschuren c.a.) moet worden aangemerkt namelijk 2190 m2. Dat klopt, maar dat had betrekking op het gedeelte dat van de bestemming ATH naar Bedrijf ging. Maar dat is het punt niet.

Toen ik in 2008 constateerde, dat de gemeente in procedures geen vermeldingen

                                                                                                                                  -2-

 

 

maakte naar hetgeen in het bestemmingsplan Buitengebied-Herziening 1991 was opgenomen, heeft Litjens alsnog gevraagd om herstel. Dit is in het bestemmingsplan Buitengebied 2013 geschiedt behoudens het toegestane oppervlakte aan bebouwing.

 

In 2013 is in een aantal gevallen, waarbij sprake was het overnemen van rechten voortvloeiende uit het bestemmingsplan Buitengebied 1988 en die niet waren opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied 1998, door uw gemeente wel hersteld in 2013.

Ook in het huidige voorstel wordt alsnog een fout uit 1988 hersteld (zie zienswijze nr. 4). En waarom kan dat bij Litjens niet?

Litjens heeft evenwel ook de motieven om herstel uitgebreid  met het gegeven, dat het bestemmingsplan Hof van Esteren wordt gerealiseerd. Dit is een nieuw feit, dat gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering.

Indien Litjens als gevolg van dit bestemmingsplan gedwongen wordt om bepaalde activiteiten overdekt uit te voeren en Litjens heeft daarvoor geen bouwmogelijkheid dan heeft hij een probleem.

Maar de bewoners in de naaste omgeving hebben ook een probleem. En juridische procedures inclusief een beroep op planschade is dan ook niet ver weg.

 

Litjens heeft meermalen aangeboden om nader te overleggen over dit specifieke probleem met betrekking tot de oppervlakte aan bedrijfsgebouwen.

Tot op heden heeft de gemeente geweigerd hierover overleg te plegen.

Tussen rechtens 2000 m2 bezitten en inmiddels 0 (nul) m2 meters toekennen zit nogal een groot verschil.

Dit onrecht moet een einde hebben.

 

De  tijd van 5 minuten zit er op.

Mocht een fractie een gesprek op prijs stellen dan houd ik mij daarvoor beschikbaar.

 

Namens Litjens Beheer BV en B.W.A.M. Litjens

 

Jan Litjens

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: