Politieke democratie is te terughoudend in invloed uit handen geven”

Rob Bannink, lijsttrekker van de VVD, wil geen veranderingen. “Het gaat prima zo.” “Geen kernendemocratie. We hebben toch dorps- en wijkraden.”

Voor het beter functioneren van de lokale democratie zijn geen institutionele wijzigingen nodig. Wanneer minister en Tweede Kamer toch veranderingen willen, is het verstandig dat pas te doen door eerst goed na te denken over vragen als: welk probleem wordt opgelost en wat voor gevolgen heeft de verlangde aanpassing voor de gemeenteraad, het college, burgemeester en ambtelijke organisatie

De lijsttrekker van de LPG,Rick Joosten, heb ik in zwart-wit afgebeeld. Hij ziet er hier zo uit zoals zijn uitspraken zijn. “Financiën zijn prima op orde”. “Kernendemocratie voegt niets toe”.  Hij verviel zelfs weer in de fout om te persoonlijk te worden en Jacques van Geest te herinneren aan zijn verleden toen het ook over de cijfers ging. (Wisseveld debacle zorgde voor het vertrek van drie wethouders! En LPG kwam aan de macht). Ik had gehoopt dat deze twee waardig met elkaar zouden omgaan nadat ze samen hadden geholpen om de rolstoel van Sophie naar boven te krijgen. Ik zei nog: “Dat belooft wat voor de toekomst”.
Ben Peters gelooft heilig in de  “kernendemocratie” en het gebruik van het recht van initiatief van raadsleden.
De lijsttrekker van D’66 verwacht veel van een grote fusie.
Keerpunt 2010 wil aan de slag met kernendemocratie. Na de opiniepeiling en de verkiezing voor de gemeenteraad aan de slag met een raadsbreed gedragen raadsprogramma. Daarna gezamenlijk de beste wethouders kandidaten zoeken.
Jacques van Geest van VPGrave ziet een positieve toekomst tegemoet voor Grave na de Grote Fusie.

“De trend is helaas zo dat als een voorstel maar enigszins lijkt aan te sluiten bij populaire mantra’s als ‘minder bestuurlijke drukte’ of ‘naar een slagvaardige overheid’ verdere onderbouwing niet meer nodig is’, constateert Julien van Ostaaijen in zijn boek “Tussen eerste overheid en tweederangsdemocratie”.

Hij analyseert in deze publicatie het functioneren van de lokale democratie in Nederland. Hij heeft daarbij vooral gekeken naar hoe er verbinding wordt gemaakt tussen de leefwereld van inwoners (de maatschappelijke democratie) met de systeemwereld van het stadhuis en gemeentehuis (de politieke democratie). Hij hekelt daarom de rol van politieke bestuurders, want “de politieke democratie is nog veel te terughoudend in het daadwerkelijk invloed uit handen geven.”

Tegenmacht

De uitgesproken verpersoonlijking van de Graafse Tegenmacht Wil Baaijens wilde graag van de zes lijsttrekkers horen hoe ze over de begrippen Bestuurskracht en Bestuurscultuur denken. Ooit werd de Graafse Tegenmacht gekscherend “De Bende van 8” genoemd. Matt Cruijssen lanceerde ooit die term voor de criticasters zoals de journalisten Frank Houtappels en Freddy Kloote. Verder maakte ik ooit deel uit van die club. Hester Kruizinga, als voorzitter van de wijkraad Binnenstad was ook lid van die club. Wil Baaijens, Ben Bongaards, Hans Satter en Louis Sparidans werden ook gerekend tot de Graafse Tegenmacht.

Meer tegenmacht in het stadhuis en/of gemeentehuis van de gemeenteraad tegenover het college is wenselijk.

Van Ostaaijen constateert dat veel gemeenteraden erg terughoudend zin in het volledig gebruik maken van het beschikbare instrumentarium voor controle, het (laten) doen van onderzoek en het waarborgen van voldoende eigen budget voor onderzoek en controle. Hij stelt ook vast dat “helaas worden rekenkamers door gemeenteraden nog te weinig gezien als partners, terwijl veel rekenkamers – hoewel hun gedrag soms anders doet vermoeden – verlangen en baat hebben bij een geode verstandhouding met “hun” raad.

Kiesdrempel

Een betere verbinding tussen maatschappelijke democratie (leefwereld van inwoners) en de politieke democratie (de systeemwereld van bestuurders en politieke partijen) is volgens Van Ostaaijen wenselijk. “Een hoge(re) kiesdrempel past daar niet bij. De openheid van het systeem voor nieuwkomers is belangrijker dan de wens het aantal (kleine) partijen terug te dringen”. Volgens Van Ostaaijen is het wenselijk dat de lokale samenleving juist wordt uitgedaagd en gestimuleerd om aan de politieke democratie mee te doen. Er moet dan ook alles aan worden gedaan om te voorkomen dat inwoners gedesillusioneerd afhaken.

Ruimte voor experimenten met het overdragen van de invloed van politieke partijen naar de lokale samenleving is daarom wenselijk. Als voorbeeld voor een experiment geeft Van Ostaaijen het voordragen door de samenleving van wethouderskandidaten.

Toekomst

Wethouders, burgemeesters en gemeenteraad zouden volgens Van Ostaaijen er ook beter aan doen verder te kijken dan de waan van de dag. Meer politiek leiderschap is gewenst om “de inwoners voor te houden hoe de gemeente er over tien, twintig of vijftig jaar uit moet zien”. Het is de taak van raad, college en burgemeester om aan te geven welke stappen daarvoor nodig zijn. Daarnaast acht Van Ostaaijen het ook wenselijk dat de kennis bij (landelijke) politici wordt vergroot over de gemeentelijke autonomie en het belang daarvan voor de lokale democratie.

Bron: Raadslid.Nu

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: