Oorlog in de raad.

Foto gemaakt op de weekmarkt tijdens de campagne voor de raad. Toen nog in de CDA kleuren vlakbij het Historisch Stadhuis en Stadhuis. “Wensenlijstje invullen via aantal spijkers die bij wensen werden verzameld.”

Grimmige sfeer in gemeenteraad fnuikend voor lokaal bestuur.

Volgens een nieuwe analyse scoort de helft van de gemeenteraden ondermaats.

Zullen nieuwe raadsleden dat na de verkiezingen in maart 2018 veranderen? Waarschijnlijk niet.

Er heerst een democratische wanboel, er is een verrotte cultuur, de raadsvergaderingen zijn grimmig, er is sprake van een smeulende puinhoop, kruitdampen, vuurhaard, grove taal, tumult, woede, beerput.

Hoogleraar bestuurskunde Arno Korsten van de Universiteit Maastricht had nog wel even door kunnen gaan met zijn opsomming van kenmerken die in verschillende cultuuranalyses worden toegeschreven aan gemeenteraden in Nederland.

Maar feitelijk komen ze op hetzelfde neer. Ingevlogen specialisten schrikken zich doorgaans dood als zij als buitenstaander de sfeer van een raad-in-de-problemen moeten schetsen.

Die zijn vaak in zichzelf gekeerd, er heerst ruzie, de omgangsvormen staan onder druk en de verhouding tussen die raad en het college is vaak niet optimaal.

Dat ontgaat burgers ook niet. In De Staat van de Gemeente uit 2014 waarin kiezers een cijfer aan hun gemeente mogen geven, scoren er ruim veertig een onvoldoende.

De Nijmeegse hoogleraar Michiel de Vries sprak op basis van een inventarisatie in 2011 van ‘oorlogen’ in maar liefst een derde van de gemeentehuizen.

Oorlog in de raad

Maar dat zijn slechts twéé onderzoeken. Aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2018 leek het Korsten een goed idee om eens álle gegevens, rapporten, onderzoeken en crisisinterventies bij elkaar te vegen om te komen tot één doorwrochte analyse.

Korsten kon daarbij ook putten uit zijn eigen praktijk. Hij is meerdere malen formateur geweest, adviseert Commissarissen van de Koning en is gemeentelijk troubleshooter: zijn er ergens problemen, dan geeft Korsten raad. Hij kreeg bij het analyseren hulp van Klaas
Abma, die promoveerde op ‘bestuurskracht’. Samen schreven ze het boek ‘Gemeenten in rapportcijfers.’

Korsten en Abma signaleren dat de schaalgrootte van een gemeente niets zegt over de kwaliteit van de raad. Oorlog in de raad kan plaatsvinden in het landelijk Stein, maar net zo goed in de Gelderse provinciehoofdstad Arnhem.

Daarnaast zien ze dat de overlap gering is tussen gemeenteraden die slecht scoren op het lijstje van burgers en raden die externe deskundigen moeten inroepen om de boel te sussen.

Met andere woorden: er zijn veel méér gemeenteraden die slecht scoren dan de ruim veertig op het lijstje van de Staat van Nederland.

Korsten durft zelfs zo ver te gaan dat de helft van de 388 raden onvoldoende functioneert, al verschillen ze in de mate waarin. De harde kern bestaat uit zo’n vijftien bestuurlijke risicogemeenten die bijvoorbeeld opeenvolgende ‘waarnemend’ burgemeesters hebben, omdat de Commissaris van de Koning het niet aandurft in die beklemmende sfeer een sollicitatieprocedure te starten.

In de ring daaromheen bevinden zich de gemeenten die nog wel een burgemeester hebben, maar deskundigen van buiten inschakelen om de crisis in de raad te beteugelen.

Daarbuiten weer liggen de gemeenten die Korsten en Abma beschrijven als ‘vulkanen in rust’, maar waar wel een voortdurend gerommel hoorbaar is.

Saharagemeenten

En dan is er nog de groep gemeenteraden waar het tijdelijk goed lijkt te gaan. De auteurs trekken de vergelijking met de Sahara, waar af en toe best een verkwikkende bui kan vallen, wat niet wegneemt dat er nog steeds sprake is van een droog gebied.

Met die gesignaleerde armoede in een groot deel van de gemeenteraden, is het misschien niet verwonderlijk dat het landelijke opkomstpercentage bij de raadsverkiezingen in 2014 op 54 procent bleef steken.

Maar een positievere vraag is of de aankomende verkiezingen in maart volgend jaar een opschooneffect kunnen hebben. Volgens Korsten en Abma nauwelijks. Hoewel de doorstroming van gemeenteraadsleden de afgelopen tien jaar versneld is, blijven ‘cultuurproblemen’ hardnekkig. Die zijn op vier manieren aan te pakken.

1. Om te beginnen “passief’, met wat zij noemen een ‘politiek-ecologische verandering’. Is het vruchtbare land woestijn geworden dan zullen zich daar uiteindelijk (via verkiezingen) nieuwe en andersoortige planten vestigen.

Maar dit “nietsdoen’ vinden de auteurs te cynisch.

2. Gemeenteraden kunnen beter naar de hei, om onder leiding van deskundigen te werken aan meer kwaliteit en een beter debatklimaat.

3. Pas bij grove taakverwaarlozing kan een Regeringscommissaris worden ingevlogen – zoals voor de laatste keer gebeurde in Finsterwolde in 1951 – die de functie van de raad tijdelijk overneemt. Dat is een paardenmiddel.

4. Laatste mogelijkheid is de harde toon en de slechte sfeer te accepteren, maar wie wil nou ‘Cowboycity’ genoemd worden, een eer die de Limburgse gemeente Echt te beurt viel.

Bron: Ibabs; Hans Marijnissen– 10:37, Trouw, 28 november 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: