Commentaar via de Correspondent op de aanslagen in Parijs.

De Franse president François Hollande noemt de aanslagen van 13 november ‘oorlogshandelingen.’ Lees hier wat Hollande nog meer over de aanslagen zei.Met Allah’s zegen hebben frontsoldaten van het kalifaat toegeslagen in Parijs, ‘hoofdstad van verdorvenheid en perversie.’ Bekijk hier de bron van dat citaat.Frankrijks betrokkenheid bij de westerse bombardementen van Islamitische Staat werd zo gewroken, als de partij die de aanslagen heeft opgeëist er ook daadwerkelijk verantwoordelijk voor is.
Islamitische Staat (IS) dwingt Frankrijk zo de oorlog op eigen grondgebied te voeren. Het antwoord zal ernaar zijn. Impitoyable, genadeloos, belooft de president na de zware aanslagen in Parijs en Saint-Denis. Zijn woorden klinken onontkoombaar, maar hebben ook een beperkte overtuigingskracht na de moorden bij Charlie Hebdo, begin dit jaar. Ook toen werden ultieme maatregelen beloofd.
Oorlog. Waar hebben we dat woord eerder gehoord, na aanslagen op eigen grondgebied? Precies, negen dagen na de aanslagen van 11 september 2001, toen de Amerikaanse president George W. Bush de ‘war on terror‘ lanceerde. Een maand na nine eleven vielen de Amerikanen Afghanistan binnen, zonder Bin Laden, de opdrachtgever van de aanslagen in New York en Washington, te vinden.
De ‘war on terror’ was de ideologische opvolger van de ‘war on drugs.’ Beloften van totale uitroeiing van de tegenstander. Verbeten strijd tot aan de overwinning. Oorlogen die meer schade dan succes hebben opgeleverd.
Het illustreert het gevaar van het verbale oorlogspad dat François Hollande nu is ingeslagen. Kennelijk is het gevoel van machteloosheid zo groot, dat de Franse regering zich gedwongen ziet te radicaliseren.

Waarom deze aanslagen niet alleen schokkend, maar ook schokkend vertrouwd zijn

Onbegrijpelijk is die greep naar de overtreffende trap niet. Frankrijk is al sinds de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw gewend aan moorddadige aanslagen. Toen was het de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog. Later volgden anti-joodse en algemener radicaal islamistische aanslagen, waarvan de aanslagen op het satirische weekblad Charlie Hebdo in 2011 en januari dit jaar de bekendste zijn.
Frankrijk is terreur als politiek strijdmiddel gewend
Frankrijk is terreur als politiek strijdmiddel gewend. Dat heeft er mede voor gezorgd dat men een hoger niveau van politieaanwezigheid op straat als gewoon ervaart. Het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat aan het hoofd van de politie en veiligheidsdiensten staat, heeft een traditie van stevig optreden bij verdachte situaties of periodes van verhoogde dreiging. Met nu en dan geruststellende gevallen van Louis de Funès-achtig optreden.
Zoals dit keer is gebleken, hebben ook al die diensten de gecoördineerde aanslagen van 13 november niet kunnen voorkomen. Volgens berichten opgevangen door het Franse dagblad Le Monde staan intussen 11.000 mensen op de geheime lijst met personen die in de gaten gehouden moeten worden als potentiële daders van dit soort terreurdaden.
Een onmogelijke taak. Zeker als de verschillende diensten elkaar niet op de hoogte stellen van de meest acute informatie waarover zij beschikken. Ook dat bericht in Le Monde doet sterk denken aan wat in Washington duidelijk werd in de nadagen van nine eleven. De veelheid aan signalen, de concurrentie tussen de diensten, het zijn vertrouwde geluiden in een bureaucratische en democratische omgeving die geen politiestaat wil zijn.

Het strak gespannen koord waarop Hollande moet balanceren

President François Hollande moet dus op een strak gespannen koord balanceren de komende tijd. De angst van zijn landgenoten erkennen: wat dat betreft waren zijn optredens tijdens de eerste nachtmerrieuren voorbeeldig – vol compassie en vastberadenheid. Daarnaast moet hij nationaal en internationaal zodanig handelen dat de kans op de al aangekondigde herhaling inderdaad zo klein mogelijk blijft. Zonder te vluchten in woorden of wettelijke maatregelen die vooral burgers van hun fundamentele vrijheden beroven.
Een van de schietpartijen van afgelopen vrijdagavond, in de Rue de Charonne, riep griezelige herinneringen op aan een van de pijnlijkste episodes uit de Algerijnse bevrijdingsoorlog. In diezelfde Rue de Charonne ontstond in februari 1961 een bloedbad door toedoen van de politie, die negen demonstranten verpletterde in het metrostation Charonne.
Na duizenden doden in Algerije en tientallen bij aanslagen in Frankrijk had de politie die dag een linkse demonstratie verboden die gericht was tegen het rekken van de oorlog door de Frans nationalistische terreurgroep OAS. Hoofdverantwoordelijke voor het bruut neerslaan van de manifestatie was de Parijse politiecommissaris Maurice Papon, die in 1998 werd veroordeeld wegens het helpen deporteren van 1.690 Franse Joden tussen 1942 en 1944.
Geweld is gewoner in Frankrijk dan de overheid wil toegeven.

En nu?

Dat was toen. Nu staat Frankrijk opnieuw voor de taak de gevolgen van dat kolonialisme onder ogen te zien. In de banlieues, de betonnen voorsteden van Parijs en andere steden, wonen honderdduizenden tweede, derde en vierde generatie immigranten uit Noord-Afrika, gemengd met economische voorspoedzoekers uit wat enigszins koloniaal liefkozend ‘France Afrique’ wordt genoemd.
Nu staat Frankrijk opnieuw voor de taak de gevolgen van dat kolonialisme onder ogen te zien
In die wijken is de werkloosheid hoog, de opleidingsgraad laag en zijn de uitzichten op meedoen aan het bruisende Franse leven beperkt. Dat is al decennia zo. Afgezien van rellen, auto’s in brand steken en de politie met bakstenen bekogelen, gebeurt er niet zoveel aan. Frankrijk leeft er zo veel mogelijk langs.
Tot die voedingsbodem voor onvrede verse zaden van terreur uit het kalifaat ontvangt. Dat levert het explosieve mengsel op dat mede verklaart waarom IS de oorlog naar Franse bodem heeft kunnen verplaatsen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: