De Graafse Bestuurlijke crisis no. 8: Ben Bongaards (Gravepolitiek)

Machteloos en frustratie
‘Raadsleden in paniek spreken soms onbedoeld en onpolitiek de waarheid. Zo reageerde Ben Peters (CDA) als door een adder gebeten. Dat interpellatiedebat (over mogelijke valse voorlichting van de raad) kon niet doorgaan. Letterlijk zei hij: ‘Ik wil mijn wethouder uit de wind houden!’ Kennelijk was hij zich er in de gauwigheid niet van bewust dat hij zich hiermee indirect liet ontvallen dat er wel degelijk iets aan de hand is. Waarom anders zou hij zijn wethouder uit de wind moeten willen houden?’*1) Fractieleider Peters van het CDA wilde zijn wethouder uit de wind houden. Hoe nobel! 
Voor de lieve vrede
Onze burgemeester was te zeer uit het veld geslagen om er de vinger op te leggen maar Peters had door hem tot de orde moeten worden geroepen. ‘Kan niet, raadslid Peters, het hoort niet tot uw taak om de (niet: uw) wethouder uit de wind te houden; als raadslid is het uw taak om hem mede aan te sturen en te controleren. En nu ik het er als burgemeester toch over heb; het is eveneens strijdig met de letter en de geest van de regelgeving, dat u steeds ter voorbereiding van de raadsvergadering als fractie op de schoot van uw wethouder kruipt, zoals ook de andere collegefracties graag doen om elke discussie in de raad tegen te houden, te frustreren of ongezien te sturen.’ Voor de goede orde; dit citaat heb ik onze burgemeester in de mond gelegd. Als hij het al zou durven, zou hij het nog niet zeggen. Hij huilt liever met de wolven in het bos, is het waarschijnlijk niet met haar eens maar bevestigt de coalitie steeds in haar gedrag. Voor de lieve vrede, om den brode en omwille van kilo’s boter op eigenhoofd. Minstens even eigengereid en archaïsch als de gemeenteraad en gepokt en gemazeld in de ambtenarij in plaats van de maatschappij.
Ritselen in plaats van regelen
Door als coalitiepartijen en college-(leden) steeds bij elkaar te kruipen voor vooroverleg, worden beider macht en bevoegdheden ondergraven en wordt in feite de democratie ondermijnd omdat het bestuursproces voor een belangrijk deel aan het oog van de burger wordt onttrokken. Bezoekers en toehoorders van een raadsvergadering zijn getuige van rollenspelletjes in plaats van echte politieke beraadslaging. En, we voelen het in Grave aan den lijve en al zeker in onze portemonnee, het kost klauwen geld voor de burger en bergen geloofwaardigheid en doorzettingsmacht voor onze gekozen politici. Ze spelen voorgekookte en voorgekauwde machtspelletjes in plaats van hun kiezers te vertegenwoordigen en te denken, te spreken en te handelen namens hen. Ze ‘ritselen’ zaken met elkaar in plaats van ze ordentelijk en integer samen te regelen, in overleg tussen raad en college, tussen raadsleden (-fracties) onderling. En in alle openheid.
De koehandel van het ritselbare
Deze gang van zaken is de hond in de pot van de Graafse politiek. Het spel van coalitie en oppositie en dat van politici met hun burgers wordt vals gespeeld; met gestoken en doorgestoken kaarten waar open kaart hoort te worden gespeeld. Met geheime overleggen waar dit onder de ogen van de kiezer hoort plaats te vinden. Politiek, de kunst van het haalbare, wordt de koehandel van het ritselbare, van ‘do ut des’, ‘ik geef jou iets opdat jij mij er iets voor terug geeft’, politiek kwartetten in plaats van besturen. Kind van de rekening zijn de burgers. En de oppositie. De acht zeven verhouding was op 29 september opeens heel confronterend zichtbaar. In feite was de opstapklucht  het op de spits drijven van de werkelijke verhoudingen zoals ze al jaren voortwoekeren. Astrid Floor (LPG) was kennelijk de enige die deze eeuwige politieke en bestuurlijke patstelling wilde vermijden maar vond enkel een gezelschap van ontredderde en herkauwende coalitiegenoten in haar gelederen. Het enige wat de oppositie nog in kon brengen was de ultieme uiting van frustratie, weglopen. Een machteloos gebaar; vooral ook omdat de coalitie kennelijk te bot is om welk democratisch signaal dan ook op te pikken. Het lijkt ze geen reet te kunnen schelen. Onze burgemeester, weer eens niet in zijn hum, kon of wilde er ook niets aan doen. Voor zover er van een credo sprake kan zijn bij de man, luidt dat: ‘Ik zit en ik zit confortabel; dus wat zal ik me daar aan een dood paard gaan trekken!’
Race to the bottom
Het komt echt niet uit de lucht vallen dat nog slechts 8% van alle burgers vertrouwen heeft in hun gemeentelijke overheid en het zit in het ‘systeem’ ingebakken dat het volgend jaar 4% wordt en het jaar daarop 2%. Die 2% is een optimistische inschatting van het percentage landgenoten dat zich nog met politiek bezig houdt. Die ‘race to the bottom’ gaat er geheid komen. Het levert een schouwspel zoals ik me herinner van mijn prilste jeugd. Grootvader, Gradoom en Janoom aan de keukentafel, ieder met een indrukwekkende hoorn naast de jonge klare met suiker. Om elkaar te kunnen horen. Samen luidruchtig ‘klazinerend’ over vroeger en nu. De toeters maakten indruk; van de rest van het tafereel ontging me alles, behalve dat ik grootvader de liefste vond van het trio. 
Ben Bongaards; www.gravepolitiek.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: