Gastcolumn Ben Bongaards: 89; Besturen met gestoken kaarten… Foutje bedankt!

Als je goed kijkt naar het vergunningenbeleid over de
laatste, zeg maar, kwart eeuw, bekruipt je het unheimische gevoel dat er, zeker
naar bedrijvig Grave toe, bijna systematisch gepokerd is met gestoken kaarten. Inzet
zijn daarbij steeds de (grote) zakelijke belangen van ondernemers die een
bouwvergunning aanvragen of, in het geval van de Prinses Margriet, toestemming vragen
voor een ligplaats voor de ark. Met die belangen wordt omgesprongen alsof ze er
niet zijn en alsof de te vergunnen zaken niet gegund worden. Wat waarschijnlijk
ook zo is. 
Naar de motivering kunnen we slechts gissen; betrokken ambtenaren hebben vrij
spel, zijn kennelijk alleen aan God verantwoording schuldig en krijgen er, je
kunt bijna geen andere conclusie trekken, alleen maar meer en meer plezier in
om hun bestuur en de burgers een oor aan te naaien.
U bent er inmiddels getuige van geweest dat onze
gemeenteraad een keer of vijf opgedragen heeft om de aanvraag van de ark af te
ronden door de vergunning te verlenen of het bestemmingsplan in orde te brengen.
Alle vijf die keren gebeurt dat niet; ‘lukt het niet’. Op ambtelijk niveau
wordt het besluit namelijk op zo’n manier uitgevoerd dat de provincie er
elementen in vindt die voor haar niet door de beugel kunnen. Ze horen er echter
niet in te staan, omdat er niet om gevraagd is en omdat ze in feite nergens op
slaan. We hebben bijvoorbeeld na kunnen wijzen hoe voormalig ambtenaar, later PvdA-raadslid,
Leon Kamps, die destijds ook een van die raadsbesluiten moest uitwerken,
elementen in het plan schreef waar niemand om gevraagd had. Althans niet de
aanvrager; er valt namelijk niet naast te kijken dat en passant derden zijn
gematst wier belangen moesten prevaleren boven die van de aanvrager van de
vergunning. 

Het compensatiegebied voor de beoogde aanleg van de wildwaterbaan werd
opzettelijk en onnodig zo ruim bemeten dat de steiger van de ark er binnen kwam
te liggen. Inspelend op zogenaamde grootschalige horeca waar het volgens de
bekende appellanten over zou gaan, werden er parkeerplaatsen en een soort
evenemententerrein ingetekend waar niemand om gevraagd had. Al zeker niet de
schippers van de ark. Intussen werd ook het informele circuit, zeg maar de
achterklap, gevoed met cowboyverhalen over prostitutie en seksfeesten en werd
dat item, ‘de rooie lempkes’, voorwerp van besmuikte humor rond carnaval.
Schrijnend, dat (kringen rond) ons gemeentebestuur zich verlagen tot dit niveau
om draagvlak te creëren voor wat ze zouden moeten herkennen als uiterst bedenkelijk.
Even schrijnend dat Kamps methode school gemaakt heeft en één op één
overgenomen lijkt te zijn door zijn opvolger(-s).

Onze raad heeft dat (op z’n gunstigst) allemaal gewoon laten
gebeuren en is nooit toe in staat gebleken om er de vinger op te leggen. De
reden van die onmacht ligt waarschijnlijk in een mixture van onkunde, onmacht, onwil,
opportunisme en verborgen agenda’s. Onze raad bewijst de burgers al jaren
vooral lippendiensten en leest haar stukken niet. 
Een maand geleden nam ze
bijvoorbeeld een bestemmingsplan Buitengebied aan, waarvan ze grote stukken niet
eens heeft kunnen lezen
, omdat ze nog niet beschikbaar waren. Hoe
serieus durf je jezelf dan nog te nemen. Ze hebben dus ook niet kunnen
vaststellen dat het plan bol staat van de onvolkomenheden en regelrechte
fouten. En dan hebben we het nog niet eens over de tante-Betje-achtige wijze
waarop het in de raad behandeld is.
Bestuurlijk methodologisch zou de spreekwoordelijke
geitenfokvereniging het stukken beter gekund hebben. Ze zijn met z’n allen ook
niet nagegaan of er weer, zoals in vorige versies, elementen in het plan ingeschreven
zijn die niemand wil. Ze hebben dat niet gedaan, omdat ze die al die eerdere
keren ook niet vastgesteld hebben en er nu dus ook niet alert op konden zijn. 
‘Op hoofdlijnen besturen’ heet dat eufemistisch en de meest amateuristische en
onbeholpen versie daarvan vind je bij onze gemeenteraad. Ze hebben zich in een
positie gerommeld waarin ze zelfs onderdoen voor de ezel, er niet op bedacht
dat er stenen op hun pad kunnen liggen. Nog eens: hoe serieus durf je jezelf dan
nog te nemen? Het antwoord: helaas serieus genoeg om te gaan voor prolongatie
van de ellende door de zogeheten intergemeentelijke samenwerking. ‘Ken uzelf!’,
een aforisme uit de Griekse oudheid, is aan ons gemeentebestuur niet besteed. En
integriteit is een moeilijk woord.
De affaire van de Prinses Margriet is wijd en zijd bekend
als ‘hoofdpijndossier’ van ons gemeentebestuur. Het is bij lange na niet het
enige. De zaak Litjens is een vrijwel parallel dossier waar ambtelijk  parallelle wegen bewandeld zijn om de
opdracht van gemeenteraad en college de das om te doen. Elementen in een
bestemmingsplan inschrijven waardoor de aanvraag bij de provincie (of de Raad
van State) op bezwaren moet stuiten. Zo zijn er bijvoorbeeld ‘abusievelijk’
houtwallen ingetekend die nooit bestaan hebben en worden naar believen
‘verbeeldingen’ (kaartjes in het bestemmingsplan) op het gewenste effect
toegesneden. 
En het wordt erger dan Kafka omdat we sterk moeten vermoeden dat
er ‘familiaal ambtelijk’ overleg plaats vindt tussen gemeente en provincie, om
de boobytraps zo effectief mogelijk in te bouwen. Blijkbaar een koud kunstje in
onze gemeente en een inspirerend spel voor ambtenaren die zich bestuurders
wanen. Het moet overigens ook machtig interessant zijn om na te gaan of en zo
ja welke politici in de luwte van de politieke kleuterschool aan welke touwtjes
getrokken hebben om de ambtelijke poppetjes te laten dansen zoals ze hebben
gedanst. De affaire Kamps wijst in een richting maar of het de enige is?
Hoe dan ook, kennelijk smaakt het onze ambtenaar/ambtenaren nog
altijd naar meer om burgers op zo’n wijze te bejegenen dat je er niet aan
ontkomt aan corruptie te gaan denken. In Grave lijkt het schering en inslag dat
vergunningaanvragen, zeker als er een zakelijk belang op het spel staat, met
gestoken kaarten gepareerd worden. Het heeft iets van de pokeraar die ongezien een
aas uit de mouw schudt. De arbiter, de raad, heeft soep in de ogen om de minder
welriekende variant maar niet te gebruiken. Het college? Het college holt met
de tong op de schoenen achter de feiten aan en vaart blind op lieden die het
niet zou moeten vertrouwen.
Een vergelijkbaar verhaal kan verteld worden over de
Scheepswerf. De wethouder speelt blufpoker maar heeft in de verste verte niet
in de gaten dat hij achter zijn rug ook belazerd wordt. Kent zijn dossiers
überhaupt niet, laat staan dat hij er kritisch doorheen gekeken heeft en
bedacht is geweest op obstructie. Ook hier lijkt gewerkt met een een-tweetje
tussen onze gemeente en onze provincie. Door tijd te rekken vooral, waardoor
termijnen verstrijken zonder dat er iets gebeurd is. Het is bepaald geen luxe
om onze gemeente eens degelijk en vakkundig te laten screenen op corruptie. 
Niet zozeer omdat er geld aan de strijkstok zou zijn blijven hangen; wel omdat
obstructie en wegkijken eveneens als corruptie te boek staan. En het kost uiteindelijk
klauwen met geld, ons geld. Maar dat is nog zo’n dimensie van besturen die onze
gemeente totaal niet blijkt te boeien. De bejegening van onze ondernemers op de
wijze van ons gemeentebestuur zorgt dat onze gemeente langzaam maar zeker de
hond in de pot vindt waar het gaat om de plaatselijke economie. Je wil hier als
ondernemer niet zijn als je er niet noodzakelijk wezen moet. Wie wil immers
zijn zuur verdiende geld weggooien door zaken te doen met Grave?
Het opmerkelijkste van het hele verhaal is wellicht dat onze
gemeente de medewerking en welwillendheid zelve is waar het gaat om haar eigen
belang of dat van een categorie partners die, afgaande op wat je ziet gebeuren,
gematst moet worden. Denk aan Maasland en de marmerellende. Denk aan ’t
Trefpunt waarvan je je eveneens met een gerust hart af kunt vragen of er wel
een (geldige) bouwvergunning verstrekt is of kan zijn. Zeker als je weet dat er
ter plaatse nooit iets bouwrijp gemaakt is en het gebouw zo’n honderd meter
verwijderd staat van de plek waar het was gepland.  En dan heb ik het nog niet over de larmoyante
staat waarin het gebouw (niet) opgeleverd is.
(Niet) opgeleverd? Behalve in boven genoemde ‘kwaliteiten’
blinkt Grave namelijk ook nog eens uit in samenwerkingsverbanden met bouwers
die op het randje van faillissement staan. ’t Trefpunt, het stadhuis, het Hart
van Grave. Veelbetekenend is verder dat die objecten door de raad afgedwongen
worden tegen de (financiële) adviezen van het college in. Als ze dan al eens op
haar strepen staat, onze raad, wedt ze op het verkeerde paard. Eens iets anders
dan een ezel, dat dan weer wel.
Saillant detail is ook nog dat een aantal transacties van
onze gemeente de toets der kritiek niet kan doorstaan omwille van het simpele
feit dat ze niet getoetst zijn aan de Europese 
regelgeving inzake het mededingingsrecht. Dat is bijvoorbeeld een van de
giftige angels in het Wissevelddossier. De gemeente staat tegenover haar
partner met haar handen op de rug gebonden, omdat ze extreem onprofessioneel
aan het werk geweest is. Daardoor is het uiterst riskant om slapende honden
wakker te maken. Slapende honden zijn de ontwikkelaars die destijds ook de
gelegenheid hadden moeten krijgen om mee te dingen naar het partnerschap en
daarmee naar de mogelijkheid om woningen te bouwen in het plan. Dit facet is
tot nu toe zorgvuldig onder de tafel gehouden; alleen de raadsleden hebben er
weet van als ze ten miste het (top secret) juridisch advies hierover gelezen
hebben. Daar heb ik een hard hoofd in maar misschien is het in een van de talloze
geheime conclaven aan de orde geweest. 

Hoofdzaak lijkt voor onze politici, dat wij er geen weet van hoeven te hebben.
Interessant als u straks gaat stemmen. En wil er ooit iets veranderen in Grave,
dan heeft het de allerhoogste prioriteit, dat u het niet gewoon allemaal laat
gebeuren maar zich uitspreekt. De gelegenheid bij uitstek zijn de
raadsverkiezingen.

Bron: Ben Bongaards

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: