Gastcolumn Ben Bongaards 83: Moeten we niet de Kat de bel aanbinden?

Het
heeft een hele tijd geduurd maar dan krijg je ook wat! Kort voor de
bouwvakvakantie is begonnen met het opknappen, inrichten en, zo je wilt,
restaureren van De Kat. In de loop van het laatste anderhalve decennium is De
Kat als vestingmonument gaan leven, nadat het bastion lange tijd de status had
van een verloren stukje Grave en in de volksmond als ‘Gekkenberg’ werd
aangeduid, een benaming die min of meer liefkozend gebruikt werd met verwijzing
naar de bewoners van de Rijks Psychiatrische Inrichting. Het zijn onze Graafse
historici geweest die hierin het voortouw hebben genomen en ons Gravenaren van
lieverlee bewust gemaakt hebben van wat hier aan historie en natuur te zien en
te beleven is. Na heel veel vijven en zessen van de gemeente, de genoemde
historici en nog niet genoemde natuurbeschermers is de klus uiteindelijk
aangevangen en lijkt het een mooie symbiose te gaan worden tussen een heel karakteristiek
vestingwerk, een lieflijk park en een adembenemend uitzicht (als je ver genoeg
van je af kijkt…).
Terwijl
de stratenmakers en landschapsinrichters druk doende waren met de aanleg van
paden en trappen, zagen we in korte tijd een overtuigend begin gemaakt met al
dit moois. De dagen erna was het dan ook voorwaar even slikken om te zien hoe respectloos,
onbeschoft eigenlijk, de eerste gasten omgesprongen waren met de aanwinst in
wording. Het kiezelpad gedeeltelijk vernield om er vuur te maken, opgetaste
klinkers gepikt en – dat kenden we reeds langer – alle rommel achtergelaten
voor de eerlijke vinder. In dit geval een oudere heer die de rotzooi niet kon
aanzien. Geen respect voor het werk van mensen en, in zekere zin nog triester,
voor de plek die jeugd en volwassenen hier in de schoot geworpen krijgen. Hoe
onbehouwen kun je zijn als jeugd, kennelijk niet doorhebbend dat je daarmee
vooral de eigen ruiten ingooit? Met een beetje respect moet het toch moeiteloos
lukken om hier beschaafder mee om te gaan.
Uiteraard
hebben we hier ook te maken met een handhavingprobleem. Daar kunnen we, met enig
recht en rede, de politiek op aankijken en onze BOA’s, maar vooral zou het niet
slecht zijn als wij Gravenaren elkaar eens recht in de ogen zouden kijken,
ouders hun opgroeiende jeugd, opgroeiende jongeren hun ouders, maar vooral ook
de jongeren en burgers elkaar. Hoe geloofwaardig ben je als jongeren als je het
bestuur en zijn dienaren als het ware in de uitgestoken hand bijt in plaats van
deze aan te nemen? Hoe geloofwaardig ben je als overheid als je dit soort zaken
steeds weer laat gebeuren en niet verder komt dan ach en wee roepen? Hoe
geloofwaardig ben je als vader of moeder als je dit kennelijk niet wilt of
durft te zien van je jeugd? Hoeveel voorzieningen ben je als burgerij waard als
mooie, kostbare zaken bijna reflexmatig naar de galemiezen geholpen worden nog
voordat ze in gebruik genomen worden?
Ondanks
dit alles belooft De Kat een lieflijk en aantrekkelijk stukje Grave te worden,
voor jongeren, voor ouderen, voor geliefden en toeristen, natuurbeschermers en
geschiedenismensen. Met wat betere afspraken en toezicht kan dat niet echt een
probleem zijn. Je hoeft een Gravenaar niet te leren trots te zijn op zijn stad,
daar zijn de echte en ‘minder echte’ Gravenaren het roerend over eens. Wel
mogen we elkaar gerust leren die trots ook tot uitdrukking te brengen in onze
omgang met wat ons in de schoot geworpen wordt. Is het iets om met z’n allen De
Kat de bel aan te binden en gezamenlijk te zorgen voor het respect dat daar
onlosmakelijk bij hoort?
O
ja, die prachtige trap. Ik hoop en verwacht dat die voorzien wordt van
deugdelijke leuningen. Met losse handen is het een hele hoogte… 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: