Column Grave actueel. Pasen.

Uitgegeven: 29 maart 2013
                                                                              Pasen



Grave: Door een berichtje in de Provinciale Zeeuwse Courant, moest ik
weer terugdenken aan mijn jeugd in het mooie stadje Aardenburg. In
West-Zeeuws-Vlaanderen, op een boogscheut van de grens met België.
Godsdiensten tierden er welig. Katholiek, Hervormd, Gereformeerd en
Doopsgezind. Ruime keuze dus. 
Ik groeide op bij het katholieke deel en
vooral tijdens de feestdagen betekende dat frequente bezoeken aan de
kerk waartoe ik hoorde. Witte Donderdag, Goede Vrijdag, Paaszaterdag,
het Hoogfeest van Pasen en Tweede Paasdag. Namen die je met eerbied
uitsprak. Op Witte Donderdag moest je met de hele klas gaan biechten.
Nou ja, je liep er met z’n allen naar toe. Eenmaal binnen werd je
willekeurig gesplitst. De ene helft moest linksaf en de andere rechtsaf.
Links zetelde achter de donkere gordijntjes de pastoor, aan de
overzijde ontmoette je, gescheiden door een verschuifbaar plankje met
kleine gaatjes, in het halfdonker, de kapelaan. Eerstgenoemde, een oude,
door de wol geverfde strenge geestelijke in de kerk, maar daarbuiten
iemand die zich graag door de rijke boeren liet verwennen met spijs en
drank. De man op rechts was iemand met een onzekere baan. Na een paar
jaar moest hij, God en de Bisschop wisten waarom, naar een andere
parochie. De kapelaan was meestal een jonge(herders)hond, die door zijn
directe meerdere werd gekneed tot zijn beeld en gelijkenis. Hij nuttigde
zijn eenvoudige maaltijden meestal samen met de maakster ervan, de meid
op de pastorie. 

Onderweg naar het Godshuis bad je al om toch maar bij de kapelaan van je
zonden af te komen. Wie richting pastoor werd gestuurd, kon er nog een
laatste vloek bijbiechten. En dat simpelweg omdat de oude baas veel
nieuwsgieriger was en zijn straffen strenger. Kwam je tevreden uit het
kapelaanshok, dan was het leed met drie Weesgegroetjes al weer geleden,
terwijl de anderen soms een hele rozenkrans moesten bidden. 
Toch waren het mooie tijden. Het verhaal dat bij het feest hoorde werd
op een manier verteld, dat je ’s nachts nog wel eens wakker schoot. Het
was toch niet echt leuk, maar wel spannend, om te horen dat er iemand,
en dan nog wel Jezus, die tot dan toe een soort Batmanrol had vervuld in
de verhalen, aan een kruis werd vastgespijkerd. Af en toe kreeg hij,
tegen de dorst een soort spons op een lange stok aangereikt. En die
spons was in de azijn gedrenkt. Nou, dat was in die tijd net zo erg als
aan dat kruis. Azijn!  

Tegenwoordig is het heel wat stiller in de kerk. Dorpen die geluk
hebben, beschikken nog over een pastoor, al dan niet in deeltijd.
Bovendien zijn er nog steeds dapperen te vinden die vrijwilligerswerk
doen, en de pastoor helpen. Ze mochten zelfs aan het altaar staan en als
plaatsvervanger van de plaatsvervanger van de Grote Baas, de dienst
leiden. Tot ik het bericht in de digitale versie in de Zeeuwse krant
las. De bisschop had verboden dat die zogenaamde pastoraal werkers nog
langer de mis leidden. Ze werden gewoon afgedankt! Dus, dan verkeer je
al niet in de luxe dat er iemand in de kerk is om het werk te doen,
stuur je de hulpen ook nog weg. Eerlijk, ik heb het bericht drie keer
gelezen. Hoe zou zo’n bisschop daar nu opkomen? En waarom? Dus met Pasen
is er parttime een pastoor en de rest van de dagen is de zaak gesloten.  
De volgende gedachte die me dan bekruipt is, of het hier in Grave anders
is. Of hebben wij ook een bisschop die geen vrijwilligers achter het
altaar lust? Laatst sprak ik een ouder iemand in één van de kerkdorpen,
die vertelde over zijn hobby. Het meehelpen in de kerk. Hij vertelde me
toen ook dat hij ontslagen was. Ik lachte en vond het een leuke mop. Het
bericht over mijn geboortestadje gelezen hebbend, begin ik te
twijfelen. Zou het geen mop geweest zijn? Misschien is het wel in heel
Nederland zo. Misschien willen de pastoors dat vreemde volk ook wel
niet? We kennen toch allemaal de regel dat de kapitein als laatste het
zinkend schip verlaat? 
Ja, dat zal het zijn. 

Categorie 
 Human Interest

Auteur


Freddy Klooté

Bron: www.mooilandvancuijk.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: