Gastcolumnist Ben Bongaards: Een duttende raad en een slapende rekenkamer

Een gemeenteraad krijgt de rekenkamer die zij verdient
Rekenkamers zijn bedoeld om het beleid van gemeente en gemeenteraad te
controleren. Door de analyses die ze achteraf maken van het gevoerde beleid,
wordt de vinger gelegd op fouten en tekortkomingen. Dat gebeurt door de
onderdelen van het beleid op een rijtje te zetten en te analyseren. Gemeentes
zijn al een jaar of wat verplicht over zo’n rekenkamer te beschikken maar zoals
bij veel wetgeving zijn er ook hier achterdeurtjes en mazen om zich aan de
werking te onttrekken.
 
Bovendien moet een gemeentebestuur in staat zijn – daar
ligt het probleem van Grave – om überhaupt beleid te voeren dat geanalyseerd
kan worden. Als er maar wat gedaan wordt en er bij gevolg nauwelijks sprake is
van beleid, valt er voor een rekenkamer weinig te analyseren en beoordelen.
 
De
twee rekenkamerrapporten over Grave laten dat ook zien. Het ene rapport gaat
over het Trefpunt in Velp; het andere over het Wisseveld. Beide zitten vol
hiaten. Verslagen ontbreken, besluiten zijn niet of gebrekkig vastgelegd. Graafse
bestuurders lijken vaak maar wat te doen. Het instrumentarium ontbreekt om
beleid te maken en zeker om het uit te voeren. Ontbreekt door gebrek aan menskracht
maar meer nog door gebrek aan aansturing van de beschikbare menskracht. Wie is
daar toch voor verantwoordelijk?
De rekenkamerrapporten zijn incompleet bij gebrek aan te
onderzoeken beleid. Maar het is wel belangrijk daarbij vast te stellen dat de Graafse
politiek (college en raad) en niet de rekenkamer daar debet aan is.
In het
geval van het Wisseveld heeft de gemeenteraad de rekenkamer alles behalve
voldoende speelruimte geboden om een gedegen onderzoek te doen.
Onderzoek is kostbaar,
is politiek niet sexy en … is bloedlink voor slechte bestuurders. Niets of
onvoldoende op papier zetten is vanouds een beproefde methode om geen slapende
honden wakker te maken. Stonden er nu 450 woningen in het Wisseveld (dat lag
tot 2009 in de lijn van de verwachtingen) dan waren die slapende honden ook nooit
gaan blaffen. Nu is dat wel het geval en loopt zo’n rekenkamer aan tegen lege
archiefmappen en gaan wij burgers vervelende vragen stellen. Vragen waarop ons
bestuur geen antwoord heeft. De bevolking uitleggen dat je met lege handen
staat, is voor bestuur en politiek geen optie. Dus heet het dat de
onderhandelingspositie geschaad wordt als er opening van zaken wordt gegeven.
Dat
het college al meer dan een jaar op basis van dit argument zichzelf de mond
snoert, is een lachertje. De onderhandelingen die er uiteindelijk toe moeten
leiden dat de werkrelatie tussen GBB en gemeente beëindigd wordt, zijn nog
gaande maar betekenen feitelijk niet veel meer dan dat de gemeente op gezette
tijden met de pet in de hand bij GBB langs geweest is of nog gaat.

De pijn voor ons gemeentebestuur ligt in de aanloop waarin van alles en nog wat
gebeurd is zonder dat gereconstrueerd kan worden wat. De pijn ligt er vooral
ook in dat de gemeente niet kan aantonen dat ze oog heeft gehad voor de adders
onder het gras bij de samenwerking tussen een overheid en een private
ondernemer. College en raad lijken in de verste verte niet nieuwsgierig. Het
college of liever nog de genoemde rekenkamer had bijvoorbeeld gewoon bij een
nauw bij de zaak betrokken oud-wethouder zijn licht kunnen opsteken. Dat is
kennelijk niet gebeurd, cq. daar is geen opdracht toe vergund. Om het wat bot
maar wel duidelijk samen te vatten, is een instrument als een rekenkamer voor
Grave als paarlen voor de zwijnen (Mt 7,6).

Dat Louis Sparidans en Leo de Vreede nul op het rekest kregen,
toen ze openheid van zaken (Wob, Wet openbaarheid bestuur) vroegen over het
Wisseveld, komt, dat voel je aan je water, omdat het college die niet kan bieden. De papieren zijn er niet of
zijn onvindbaar. Het argument van het college, dat de raad maar wat graag voor
zoete koek slikt, raakt immers kant noch wal, het schaden van de
onderhandelingspositie.

We moeten met de dag pijnlijker vaststellen dat onze
gemeenteraad hier geen oog voor heeft of wil hebben en dat er bij gevolg geen
enkele ambitie bestaat om iets te doen aan dit fundamentele probleem. Het is
schier ondenkbaar dat de gemeenteraad niet waarneemt dat hier een enorm
probleem ligt dat Grave niet opgelost krijgt. Dus mag de conclusie
redelijkerwijs zijn, dat er iets anders speelt of, wat rustiek uitgedrukt, dat
er serieus stront aan de knikker is. We zien onze coalitie zich onderdompelen
in zelfgenoegzaamheid en de loftrompet steken over haar eigen verrichtingen. Problemen
die niet te ontkennen zijn, worden doorgeschoven. Naar volgend jaar maar liefst
tot sint juttemis (en in ieder geval tot na de verkiezingen). Verder heet het
rozengeur en maneschijn in en rond de raadszaal. Mooi meegenomen rond
Sinterklaas aan wiens bestaan sommige kinderen trouwens ook lijken te
twijfelen.
De raadsmeerderheid
heeft besloten de rekenkamer slapend te maken. Een schoolvoorbeeld van een
zwaktebod en van struisvogelpolitiek. Het is als mijn kleine zusje dat mee
verstoppertje mocht spelen en dacht dat ze niet gezien werd wanneer ze haar
handjes voor de ogen hield.  Als
beleidmakers zijn genoemde raadsleden niet bij machte beleid te voeren dat de
toets der kritiek kan verdragen. De rapporten waren beide uiterst kritisch daarover.
Het waren daardoor twee indringende uitnodigingen of opdrachten tot verandering.
Daar kunnen ons college en onze raad kennelijk geen boodschap aan hebben en bij
gebrek aan beter steken ze dan maar de loftrompet de eigen exploten. De
boulevard of broken dreams, bijvoorbeeld. Het college broedt al ruim een jaar
op zijn reactie op het rekenkamerrapport en zal nog wel even door blijven
broeden. Onze raad is maar wat blij dat het college daarmee voorziet in een alibi.
Jammer dat bezwaarmakers dan roet in het eten komen gooien…
Zonder het zelf in de gaten te hebben(?), geeft de raadsmeerderheid zich een
fenomenaal brevet van onvermogen wanneer ze besluit de rekenkamer slapend te
maken. Het onvermogen om de werkelijkheid onder ogen te zien en alleen al
daardoor het onvermogen om er iets aan te doen. Het onvermogen voorts tot ook
maar de geringste introspectie (nadenken over het eigen handelen), laat staat
zelfkritiek.

Per saldo heeft onze raad(-meerderheid), samen met het college, maar één waarneembare echte ambitie: blijven zitten. Daarvoor hebben wij
mensen sinds Adam en Eva het instrumentarium standby, de vingers om in de oren
te stoppen en de oogleden die we toe kunnen houden. Dat trio wordt zoals bekend
gecompleteerd door het mondje dat gesloten moet blijven en daar lust de Graafse
raad ook wel pap van. Een vierde politiek instrument is al even oud en
beproefd, de boodschappers van slecht nieuws om zeep helpen.

 
De Rekenkamer, Sparidans,
De Vreede… Alle drie op grond van invalide argumenten. Ik zou graag ook de
oppositie toevoegen. Die wordt inderdaad zoveel mogelijk onwetend gehouden maar
lijkt zelf in meerderheid ook wel erg genegen om het ‘leuk te houden’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: