Gastcolumn Ben Bongaards: een referendum…..

Opgepikt van deze site; het idee om een referendum te houden
over het voortbestaan van Grave als zelfstandige gemeente of als onderdeel van
een groter, levensvatbaarder geheel.
Op zich een heel aantrekkelijk idee; de inwoners van de gemeente kunnen zich
zelf uitspreken over hun toekomst.

In 1968 was ik toevallig in Parijs tijdens de revolte die de geschiedenis
ingegaan is als de mei-revolutie. De Gaulle was politiek bijna aan het eind van
zijn Latijn en maakte de vlucht naar voren door een referendum voor te stellen.
Ik was zo groen als gras, ook politiek. Een dorpsjongen, vers van kostschool.
Het rauwe leven viel als het ware bovenop me, adembenemend spannend maar ook
een tikje beangstigend. En leerzaam! Parijs was ‘the place to be’ en door een
soort van Godswonder was ik er. Ook als jongen had ik al niets met grote
massa’s en hier liet ze dan ook nog eens luidkeels en niet mis te verstaan
horen dat ze boos en gefrustreerd was. Ik zie het spandoek nog voor me: ‘Le référendum; qu’on dit oui, qu’on dit non, il (De Gaulle) fera de
nous des cons’. Het is geen tekst van de Académie Française,
maar als slogan zo helder als heerlijk Heineken. ‘Of we nu ‘ja’ of ‘nee’
zeggen, uiteindelijk maakt het geen reet uit.’ De tekst is alle jaren daarna
een paar grijze cellen in mijn hoofd blijven vullen en flitst uit mijn geheugen
wanneer ik het woord ‘referendum’ hoor.

De protesterende studenten en
arbeiders waren de vrucht van de jaren zestig. Overal in maatschappij en kerk
leefde het gevoel: ‘we kunnen niet meer verder op de oude manier.’ Dat was
vooral een gevoel; ‘het moet anders’. Maar hoe anders, dat moest nog
uitgevonden worden. Dat gebeurde dan ook naar hartenlust in de sixties en
seventies, jaren van ongekende vrijheidblijheid. Uit die jaren zestig stamt ook
het idee van het referendum; D’66 trok de kar politiek. Het concept kwam uit
Zwitserland waar het al eeuwen in gebruik was als een politiek instrument om
altijd alles bij het oude te laten. Dat kon de pret van de politieke
vernieuwers niet drukken.
Uit bovenstaande anekdotische
beschrijving mag u opmaken dat ik niet zo’n hoge pet op heb van referenda. De
intuïtie van de protesterende studenten en arbeiders was een heel juiste in
mijn ogen en de Zwitserse voorgeschiedenis wijst in dezelfde richting.
Bestuurders, politici, komen op het idee op momenten dat ze er zelf niet
uitkomen of bang zijn om positie te kiezen. Als je tegelijkertijd weet dat kiezen,
keuzes maken, de essentie is van politiek en politicus zijn, zie je in een adem
ook dat het concept rammelt. Politici, wier beroep het is om keuzes te maken,
kiezen ervoor de keuzes neer te leggen bij de kiezer. Het concept van het
referendum heeft daarmee iets van een ‘contradictio in terminis’, er huist een
innerlijke tegenstrijdigheid in. Politici zijn gekozen om te kiezen; niet om
(lastige) keuzes terug te geven aan de kiezers.
 
Die studenten en politici voelden
feilloos aan wat er gebeurde. De Gaulle in paniek, een staatsbestel, de Vijfde Republiek,
dat ook toen al veel te autoritair was, zocht naar een uitweg uit de impasse
door het referendum. Niet gek dat Frankrijk uiterst wantrouwig reageerde. De
Gaulle had na de oorlog Frankrijk tamelijk geruisloos van de schande van Vichy
in het glorieuze kamp van de geallieerden gemanoeuvreerd, was daarmee voor
links en rechts de held van het ‘Verlichte’ Frankrijk, maar hij was in zijn
hart de oerconservatieve en autoritaire ‘democratische’ generaal gebleven. De
Fransen hadden een haat-liefdeverhouding met hun général. Hij kon een potje
breken maar balanceerde tegelijk op het slappe koord van de volksluim.
Punt bij referenda is dat
politici in de kern best weten welke kant ze uit willen. Vaak zijn ze onderling
verdeeld over de te kiezen weg. Vaak zoeken politici in een referendum een
middel om de kiezers medeplichtig te maken of bij riskante keuzes voor zichzelf
de angel uit het vlees te halen. Dan komt het dicht in de buurt van een
afleidingsmanoeuvre.
De essentie van het probleem zit
in de vraagstelling. Bij referenda gaat het doorgaans om lastige en
gecompliceerde vragen. Om die reden luistert het heel nauw hoe mensen
geïnformeerd worden en vooral welke vragen er worden gesteld. Het referendum
over Europa (2005) bijvoorbeeld was het resultaat van jarenlange slechte, laffe
en incomplete informatie van de respectieve achterbannen en de angst om de weg
van eenwording in te slaan tegen de stroom in van de populisten en andere
angsthazen. Na een halve eeuw lak aan de kiezers moesten die opeens het
verlossende jawoord geven en Europeanen worden.
Een referendum over Grave…
Politiek Grave dat met de moed der wanhoop probeert te vluchten voor de
werkelijkheid dat er eigenlijk geen keuze meer is. Politiek Grave heeft de
keuze de facto al lang gemaakt door de schatkist te versnoepen en te gaan
zitten suffen rond het Wisseveld. Verblind door de zak met goud aan het eind
van de regenboog van de vastgoedbubbel. Met een referendum zou je dan vooral
tegen de kiezer zeggen: ‘zoek het nou zelf maar uit!’
En… zie je politiek Grave van
vandaag de vragen formuleren die aan de kiezers zouden moeten worden
voorgelegd? Dus moet er eerst weer zo’n wegwerpambtenarenbureau worden
ingeschakeld om de klus te klaren.
Een referendum is ook compleet overbodig. Het antwoord is helder als kristal.
Grave heeft, zoals het nu bestuurd wordt, een toekomst van hooguit twee tot
drie jaar. Daarna gaat de wal het schip keren. De vraagstelling zou hooguit
kunnen zijn: nu op een manier waarop Grave nog iets in de melk te brokkelen
heeft of over een paar jaar met een pennenstreek van de minister of de
provincie? Geen ingewikkelde keuze, lijkt me. Het verschil is ook een miljoen
of wat van ons spaargeld meer door de goot.

De andere columnist schrijft op de website van Marco van den Broek.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: