Mevrouw de voorzitter: Scheepswerf voorlopig gered???

Inleiding
Vriend en vijand zijn het er over eens dat de scheepswerf nu niet mag verdwijnen en dus in ieder geval toestemming zou moeten krijgen 2 schepen van 135 m te bouwen. Daarmee zou ruimte ontstaan om voor de werf een structurele oplossing te vinden. Reanimatie met het oog op algehele genezing.

De gemeenteraad heeft gesproken en toch zet met name de scheepswerf vraagtekens bij de gekozen oplossing.

Laten we eerst maar eens naar dit laatste kijken. Dat de gekozen oplossing geen 100% zekerheid biedt is geen nieuws. Er moet nog een procedure worden doorlopen en er moet nog worden gewerkt aan een definitieve oplossing. Wat je ook over het raadsbesluit denkt, en ik denk er heel wat over, het is een stap in de goede richting. Niet zo’n grote stap als mogelijk, maar aan de andere kant mede dank zij het unaniem aangenomen amendement niet zo’n kleine als aan het begin van de vergadering.

Als je moeilijk een keuze kunt maken tussen twee mogelijkheden, moet je altijd kiezen voor de mogelijk die ruimte laat om later naar de andere over te stappen. De gemeente doet dat ook. Grave volledig zelfstandig kan niet lang meer. De keuze is fuseren met buurgemeenten of ambtelijke apparaten samenvoegen. Gekozen is voor het samengaan van de ambtelijke apparaten. Gemeenten samenvoegen kan altijd nog. Zo is het ook bij de scheepswerf. Het raadsbesluit is niet ideaal, maar kan wel als uitgangspunt dienen voor een samenwerking van alle partijen om een toekomst voor de werf uit te stippelen, al of niet in Grave. Hoe kan dat?

De vraag nu.
Die vraag is heel eenvoudig: mag de werf nu twee schepen bouwen met een lengte van 135 m? Meer is er nu eigenlijk niet aan de orde. Het is als bij een reanimatie; in zo’n situatie vraag je je niet af of de crisis niet had kunnen worden voorkomen en of de patiënt nog wel levensvatbaar is. Dat komt later wel.

Het college heeft de raad echter een voorstel voorgelegd dat al een aantal elementen bevatte waarin de toekomst van de werf werd vastgelegd. De pleitbezorger van de werf noemde dat uitstel van executie. Hij bedoelde daarmee dat een nieuwe datum van executie werd vastgesteld: 1 januari 2015 zonder mogelijkheid van overleven. Laten we wel wezen. Nu de scheepswerf redden heeft inderdaad alleen zin als er kans is op en wordt gewerkt aan een overlevingskans voor langere termijn. Nu de raad via het amendement in ieder geval “de bevestiging van het doodvonnis” uit het besluit heeft verwijderd is er in ieder geval de bereidheid van de raad om open met elkaar naar de best mogelijke oplossing voor alle partijen te zoeken. Die oplossing moet wel op redelijke termijn haalbaar zijn; het gaat dus om de best mogelijke en realiseerbare oplossing.

De beschikbare tijd.

De bouw van deze twee schepen duurt 2 jaar en mag van de gemeente in ieder geval uitlopen tot 1 januari 2015. Omdat we er van uitgaan dat de scheepswerf dan hier of elders doorgaat moeten er zo half 2014 nieuwe opdrachten zijn. Met het binnenhalen van opdrachten is zo’n 2 jaar gemoeid. Dat lijkt lang, maar kijk maar eens naar gemeentelijke projecten. Onderhandelen over een opdracht terwijl je geen zekerheid kunt geven is natuurlijk onzinnig.
Ook voor het vinden van een structurele oplossing van de scheepswerf zal tijd nodig zijn. En dan zal een éénmaal gevonden oplossing nog moeten worden uitgevoerd.

Het heeft geen zin nu nog op te merken dat er eigenlijk al lang –en dan systematisch- door scheepswerf en gemeente samen aan een oplossing had moeten gewerkt. Het elkaar wederzijds van nalatigheid beschuldigen is niet productief en schiet niet op.

Structurele aanpak.

De gemeente is bezig met het opstellen van een structuurvisie en wordt daarbij geholpen door DHV. Ik formuleer dit met opzet zo. Het mag niet zijn dat DHV de visie opstelt en de gemeente daarbij helpt. In die structuurvisie worden de diverse wensen van de gemeente (afkomstig uit idops, toekomstvisie en wat dies meer zij) ruimtelijk gerangschikt. Dat is de gelegenheid om ook te bepalen of de scheepswerf nog een plek in Grave kan houden of krijgen en zo niet wat er dan moet gebeuren.
Ik neem daar nu geen voorschot op en beperk me tot het “levensreddende besluit”dat de raad heeft genomen; de reanimatie dus..

De reanimatie zoals de raad heeft vastgesteld
Wat de werf wil, schepen bouwen van 135 m mag van het bestemmingsplan niet. Ook de gemeente moet zich aan het bestemmingsplan houden. De oplossing volgens het boekje is dat het bestemmingsplan wordt gewijzigd. Nu is de gemeente bezig met het bestemmingsplan opnieuw vast te stellen en daar zou die wijziging kunnen zijn meegenomen. Dat is niet gebeurd. Over het hoe en waarom daarvan kom ik nog terug. Maar ook als die wijziging wel was meegenomen had het nog zeker een half jaar geduurd voordat de vergunning gegeven had kunnen worden.
Nu is er een mogelijkheid dat de gemeente niet ingrijpt als de werf de regels van het bestemmingsplan overtreedt door toch 135 m te bouwen terwijl 110 is toegelaten. De gemeente kan dat niet zomaar toelaten, het leidt tot rechtsongelijkheid. De overtreding wordt daarom gedoogd. Ook de rechter accepteert zo’n handelwijze. Er moet dan wel aan voorwaarden zijn voldaan
• Er moet uitzicht zijn op legalisatie. Simpel gezegd als iets vandaag niet mag, maar het is voldoende zeker dat het morgen of volgende week wel mag dan kan vandaag al een oogje worden dichtgeknepen: gedoogd dus. Ook daar is weer een procedure voor dus vandaag zal wel niet helemaal lukken maar niet iedere afwijking wordt geconstateerd.
• Als er sprake is van een groot maatschappelijk belang en als uit de afweging blijkt dat ingrijpen meer kwaad doet dan de overtreding (135 ipv 110), ook dan kan de afwijking worden gedoogd. Maar ook dan moet de afwijking worden gelegaliseerd tenzij die afwijking van tijdelijke aard is.

Omdat van het eerste bolletje nog geen sprake is heeft het college de weg van het tweede bolletje gekozen. Door de bemoeienis van de minister van economische zaken is het grote maatschappelijk belang wel aangetoond en kan de gemeente gedogen. De eerste stap in het voorstel van het college was dan ook op die basis te gedogen tot 1 januari 2015. Die gedoogbeschikking moet nog een procedure doorlopen met het risico van intrekken. Gezien het grote maatschappelijke belang zal dat risico wel meevallen. Het alsnog legaliseren levert meer problemen op. In de oorspronkelijke opzet van het college zou zelfs per 1 januari 2015 weer worden teruggevallen op de huidige ruimte voor de werf. Waarschijnlijk omdat een zonder meer gedogen tot 1 januari 2015 wat lang is heeft het college nog een vervolgstap gepland. De werf moet een formele aanvraag doen voor een vergunning om tijdelijk af te wijken van het bestemmingsplan. Die aanvraag moet aan allerlei voorwaarden voldoen en natuurlijk ook weer een procedure doorlopen. Maar ook op basis van die vergunning is het na 1 januari 2015 voor de scheepswerf afgelopen. Tenzij de raad natuurlijk opnieuw reanimeert.

Hiermee zou de werf voorlopig uit de voeten kunnen en was er tijd om gezamenlijk aan de toekomst van de werf te werken. Het college legde in het ontwerp-besluit die toekomst al vast: “De gemeente Grave zal na afloop van deze termijnen geen nieuwe planologische medewerking verlenen aan het afwijken, dan wel wijzigen van het dan geldende bestemmingsplan”. Omdat naar het inzicht van het college dat bestemmingsplan geen 135 m zou toelaten betekent dit einde scheepswerf. Het is immers niet te verwachten dat de markt weer naar kleinere schepen zal gaan. Terecht dus dat de raad deze bepaling uit het besluit heeft gehaald.

Zoals het besluit nu luidt betekent het dat deze twee schepen mogen worden gebouwd, maar dat daarmee het voor de werf wel is afgelopen in Grave. Logisch dat de vraag rijst of je niet net zo goed nu de stekker eruit kunt trekken.

Ik ben geen jurist maar zwak vind ik dat op deze wijze het “grote maatschappelijke belang” van tijdelijke aard wordt geacht. Ik denk dat kenners van de schepenmarkt daar anders over denken. De gemeente volgt hier weer twee sporen. Aan de ene kant deze gedoogconstructie en aan de andere kant het nu in procedure zijnde bestemmingsplan waarin dezelfde gemeente die 135 m gedoogt vastlegt dat het 110 moet zijn. Die sporen wijken van elkaar af en als je ze alle twee volgt leidt dat tot een spagaat en dat is een pijnlijke zaak. Als troost dient wel het gegeven dat de raad altijd nog anders kan beslissen maar ook dat is onzeker.

Had er iets anders gekund?

Volgens de wethouder kon de gemeente geen andere weg kiezen. Zo stelde hij dat die 135 m niet in het ontwerpbestemmingsplan kon worden opgenomen omdat het om een conserverend bestemmingsplan gaat. Wel zou de raad het bij de vaststelling alsnog kunnen doen. Waar hij die stelling op baseert heb ik niet kunnen vinden. De term “conserverend” of “beheersmatig” bestemmingsplan heb ik in de Wet Ruimtelijke Ordening niet kunnen vinden. Wel is er een mogelijkheid een bestaand bestemmingsplan dat aan alle eisen voldoet volledig ongewijzigd te verlengen. Maar dat is op het huidige zwaar verouderde bestemmingsplan niet van toepassing. Bovendien heeft het college in het ontwerpbestemmingsplan ook enkele zaken verwerkt die in het oude niet voorkomen. Een ander bezwaar van de 135 m pas bij de vaststelling te regelen is dat eventuele tegenstanders van de 135 m ook pas in een later stadium aan bod kunnen en zullen komen. Ik vind dat niet netjes en bovendien werkt het vertraging in de hand.

Door in het ontwerpbestemmingsplan al 135 m op te nemen wordt de gedoogconstructie naar mijn idee een stuk sterker en bovendien is als alles gladjes verloopt de 135 m over een goed half jaar gelegaliseerd en dat is een basis voor de continuïteit van de scheepswerf.

Het tweede argument van de wethouder was dat er geen formele aanvraag voor een bestemmingsplanwijziging ligt. Het gaat in de huidige procedure niet om een bestemmingsplanwijziging maar om een “opnieuw vaststellen”. Dat doet uiteindelijk de raad, maar de raad kan daarvoor van het college een ontwerp gebruiken en in dat ontwerp kan het college zich weer baseren op wat in de samenleving leest en zelfs ambtenaren kunnen goede ideeën aandragen. Er lag dan wel geen formele aanvraag, maar wel een formele opdracht van de raad in de vorm van de motie van 20 december 2011!

De werkelijkheid is natuurlijk dat het college eigenlijk wil dat de werf verdwijnt, desnoods via koude sanering als verplaatsen op korte termijn niet mogelijk is. Dat ligt ook vast in het besluit van het college van 14 december 2010. Daarin staat:

1. Er wordt geen medewerking verleend aan een mogelijke planologische uitbreiding van de Scheepswerf op de huidige locatie aan de Maaskade 28 te Grave;

2. Aan Scheepswerf Grave B.V. wordt meegedeeld, dat het college bereid is de huidige locatie van de Scheepswerf in het nieuwe bestemmingsplan ‘Centrum, Grave’ op te nemen en conserverend te bestemmen (zonder verdere uitbreidingsmogelijkheden), waarbij rekening wordt gehouden met de verleende bouwvergunning van 1981, de milieuvergunning van 1995 en de uitspraken van de Raad van State van 1985 en 2009;

Dit besluit heeft wel tot enige discussie geleid omdat de raad bepaalt wat er in een bestemmingsplan komt en niet het college. Ik meen dat de scheepswerf ook bezwaar tegen dit besluit heeft gemaakt. Hoe dat alles is afgelopen is mij onbekend

De motie van VPGrave en Keerpunt om alsnog de 135 in het ontwerpbestemmingsplan op te nemen was nog niet zo gek, maar zou wel een hernieuwde procedure betekenen.

Maar door nu 135 op te nemen neem je toch ook een voorschot op de toekomst van de werf hetgeen ik de gemeente in het voorgaande juist verweet? Ja, maar het voorschot is beperkt en is planologisch nauwelijks van betekenis. Het betekent niet dat daarmee de toekomst van de werf in Grave is verzekerd. De werf heeft zelf al een aanvraag ingediend om een constructie in de rivier te mogen bouwen en dat wordt een heel ander verhaal.

Slot
Naar mijn mening had het besluit van de raad sterker kunnen zijn met als enige aanwijzing voor de toekomst dat er naar zou worden gestreefd begin 2015 een voor alle partijen oplossing op lange termijn operationeel te hebben. Het huidige besluit is een weg naar het einde van de werf, zij het dat die weg alsnog kan worden verlaten.
Hopelijk is dit voor de werf een uitdaging het toch te proberen.

Bron: weblog Leo de Vreede/”Graafse ombudsman”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: