Ingezonden brief van oud CDA bestuurder Leo de Vreede over de Scheepswerf.

In de krant van Grave stond dinsdag weer een kort stukje over de scheepswerf in Grave. De aanleiding was deze keer dat een gesprek over de toekomst van die werf niet door kon gaan en dat Keerpunt 2010 het daarom hoog tijd vond om er over in de gemeenteraad te spreken. Dat “gesprek” tussen gemeente en werf zou overigens plaatsvinden in het kader van een bezwarenprocedure. Dus niet samen over een probleem praten (laat staan samenwerken), maar tegenover elkaar; dit keer voor een bezwarencommissie en de volgende keer dus bij de rechter. Hieruit blijkt weer eens hoe merkwaardig het gemeentebestuur van Grave besluiten voorbereidt. Normaal is dat met belanghebbenden overleg wordt gepleegd en daarna een standpunt wordt ingenomen. Afhankelijk van de bevoegdheid neemt het college dan een besluit of legt het standpunt aan de raad voor. In Grave gaat het anders. 
Voor de problemen met de scheepswerf zijn drie mogelijkheden: verplaatsen, aanpassen of verdwijnen. De optie verplaatsen is verlaten en dus heeft de scheepswerf een plan ingediend om aanpassingen te doen. Daarvoor moet wel het bestemmingsplan binnenstad worden gewijzigd. Nu heeft het college op 14 december het besluit genomen daar niet aan mee te werken. Ik schrijf met nadruk besluit omdat het zo letterlijk in de besluitenlijst van het college staat. Ook staat er dat het besluit/standpunt aan de scheepswerf kenbaar wordt gemaakt. De scheepswerf resteerde dus niets dan daar bezwaar tegen te maken. Nu achteraf zegt het college dat de scheepswerf gelijk heeft en dat niet het college maar de raad bevoegd is al of niet het bestemmingsplan te wijzigen. Het besluit is daarom geen echt besluit en dus kan er geen bezwaar tegen worden gemaakt. Allemaal waar, maar daar schiet de zaak niet op, want het college heeft ook alvast bepaald dat in het ontwerpbestemmingsplan een zogenaamde conserverende bestemming voor de scheepswerf wordt opgenomen. Eigenlijk staat er dat het college van plan is de raad voor te stellen het bestemmingsplan voor de scheepswerf niet te wijzigen. En dat betekent weer dat de scheepswerf geen maatregelen kan treffen om aan milieueisen te voldoen. Het gevolg daarvan is een snelle of minder snelle ondergang van het bedrijf. Het enige dat de scheepswerf dan rest is t.z.t. bezwaar te maken tegen dat bestemmingsplan. 
Keerpunt wil op korte termijn over deze problematiek in de raad spreken. Over het probleem zelf praten heeft in dit stadium geen zin, want het enige dat de raad zou kunnen doen is uitspreken dat wel wordt meegewerkt. Maar dan handelt de raad even merkwaardig als het college. De ligging van de werf is nu eenmaal zodanig dat belangen van werf, omwonenden en de rest van Grave op veel punten botsen. De enige manier om daar uit te komen is in overleg een manier te zoeken waarop met elkaar kan worden geleefd. Ook hier geldt dat een half ei beter is dan een lege dop. 
Als de raad wil praten dan moet het gaan over de wijze waarop het bestemmingsplan binnenstad wordt voorbereid. Het is niet alleen de scheepswerf waarmee niet wordt gepraat. Er is met niemand overleg gaande. En met het bestemmingsplan is wel haast. Zo dreigt dat het college, net als bij het bestemmingsplan voor Escharen dat onlangs door de raad is vastgesteld, weer moet zeggen dat voor degenen die met de voorschriften niet gelukkig zijn de bezwarenprocedure rest. De raad mort dan wat maar gaat vervolgens met de rug tegen de muur door de knieën. Het is allemaal juridisch in orde, maar dat is een zeer schrale troost. Samenwerken met andere gemeenten is een nobel streven, maar laat het gemeentebestuur, raad en college, maar eens beginnen met samen te werken met de eigen inwoners, ondernemers en organisaties. 
Leo de Vreede 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: