Citaat uit “Democratisch geld(t)” mr. J. Steegh MIM BZK

Samenwerking (29)
(…) Wat zijn vervolgens de belangrijkste succesfactoren die de aldus gedefinieerde democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen (regio’s en andere) kunnen waarborgen?
Uit de interviews zijn de volgende (elkaar deels overlappende) ‘top tien’ factoren te onderscheiden:
1. Democratie is een houding, geen systeem. Het is vooral een cultuurvraagstuk, concentreer je daar op. Hetzelfde geldt in wezen voor samenwerking;
2. Zorg ervoor dat de gemeenschappelijke regeling en zijn organen door raadsleden als ‘van hen’ wordt gezien. Dat is een kwestie van houding, niet van regels, ofschoon goede afspraken over de representativiteit van het AB kunnen helpen (voorkom onevenwichtige representatie van politieke stromingen door de aanwijzing van vertegenwoordigers door iedere gemeenteraad afzonderlijk). Wat ook erg helpt is een aansprekende trekker van het proces;
3. Stel gemeenteraden door kwalitatief hoogwaardige en besluitvorming ondersteunende informatie in staat hun kaderstellende en toezichthoudende rol goed te vervullen;
4. Stimuleer en organiseer dat raadsleden kritischer worden op wat er in de gemeenschappelijke regelingen omgaat. Het gaat niet alleen om de jaarlijkse bijdrage, ook om de inhoud;
5. Keuzes die in gemeenschappelijke regelingen moeten worden gemaakt kunnen alleen op draagvlak rekenen als niet-dichtgetimmerde voorstellen ter bespreking en standpuntbepaling voorafgaand aan besluitvorming aan raden worden voorgelegd (bijv. in de vorm van groenboeken, zoals de Europese Unie dat doet);
6. Zorg ervoor dat de uitvoering door het samenwerkingsverband in orde is. Als gepresteerd wordt wat gevraagd is, ontleent het verband aan deze kwaliteit zijn legitimiteit. Dan hoeven we niet amechtig te blijven proberen raadsleden te interesseren voor wat goed loopt. Vervolgens zijn er enkele factoren te onderkennen die de relatie beïnvloeden tussen deelnemende gemeenten en samenwerkingsverbanden:
7. Democratische controle komt pas goed van de grond als de gemeenten zich als opdrachtgevers gaan opstellen naar gemeenschappelijke regelingen en de regeling zich als opdrachtnemer gedraagt. Als de relatie tussen samenwerkingsverband en deelnemers gemakkelijk als een van opdrachtnemer en opdrachtgever te definiëren is, is het verstandig ook uitbesteding aan de markt te overwegen;
8. Democratische controle veronderstelt kennis van zaken. Zonder opdrachtgeverorganisatie aan de kant van de gemeente verzelfstandigt het openbaar lichaam onvermijdelijk;
9. Verhoudingen tussen deelnemers aan gemeenschappelijke regelingen blijven alleen goed als in het begin precies afgepeld is welke taken en bevoegdheden móeten worden overgedragen (terughoudendheid gewenst, cafetariamodel kan helpen) en goed is nagedacht over de eindigheid van de regeling. (Bij wet) verplichte samenwerking staat haaks op dit uitgangspunt;
10. Zorg ervoor dat het karakter van ‘verlengd lokaal bestuur’ niet ontaardt in ‘we letten alleen op wat voor onze gemeente van belang is’. Borg het regionale belang. (…)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: