Brief marmerkwestie Stadskantoor.

                                                                                          Grave 17-01-2011
Geachte leden van de Raad,
Geacht College,
Medio 2007 uitte dhr. IR. L. de Vreede kritiek in de Gelderlander op het gebruik van marmer als bekleding van de gevel van het nieuwe stadskantoor. Dat was voor mij aanleiding om me te verdiepen in het verloop van het bouwproces. Het werd me al snel duidelijk dat de Vreede een sterk punt aandroeg. Ik stelde echter eveneens vast dat de opdrachtgever Mooiland en de aannemer – laten we dat netjes maar in negatieve zin zeggen- creatief is omgegaan met het gegeven dat het Bouwtoezicht van Grave niet de vereiste competenties in huis had om door middel van toepassing van de wet- en bouwregelgeving een adequate controlerende en handhavende rol te spelen. Daardoor kon het overheidstoezicht bij dit bouwproject van grotere omvang niet beantwoorden aan wat daar publiekrechterlijk van verwacht moest worden. Dit gebrek aan competent toezicht is eerder gebleken bij de gang van zaken rond het gemeenschapshuis in Velp en is in een zeer kritisch rapport van de Rekenkamercommissie vastgelegd.
In de periode van de afbouw van het stadskantoor was ik raadslid met een kritische kijk op de gang van zaken rond de afbouwfase van de gevel. Deze kritische houding werd ingegeven door bezorgdheid over de laconieke wijze waarop de gemeente, opdrachtgever Mooiland (toen nog Maasland) en de aannemer met de bouwregelgeving omgingen. Als raadslid (volksvertegenwoordiger) ging mij dat rechtstreeks ter harte. Bouwtoezicht is door de rijksoverheid aan de gemeente als kerntaak toebedeeld. De inzet is daarbij om een wettelijk kwaliteitsniveau te garanderen. Het gaat dan om veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energieverbruik en milieu. De bouwregelgeving en de handhaving er van horen de gebruikers en de gemeenschap de garantie te bieden dat gebouwen deugdelijk en veilig zijn. Als ik mag vertrouwen op mijn eigen waarneming, zijn zowel de gemeente, Mooiland en de aannemer bij de uitvoering van de gevelconstructie uiterst soepel met de bouwregelgeving omgegaan en is Bouwtoezicht in haar controlerende en handhavende taak tekort geschoten. Rechtstreeks gevolg daarvan zijn kwaliteitsverlies en risico’s die uitgesloten hadden moeten worden. Maar even kwalijk is de rechtsongelijkheid die ontstond. In voorkomende gevallen, bij relatief kleine bouwwerken, wordt de burger/ondernemer vaak tot in details bestookt door scherpslijpende toezichthouders van Bouw en Woningtoezicht. Waar het ging om een ingewikkeld gebouw, met gecompliceerde constructieve details, wordt de norm en handhaving terzijde gelegd omdat de toepassing ervan de toezichthouders boven de pet ging. Dat is, in mijn opinie, meten met twee maten en in strijd met de beginselen van behoorlijk en integer openbaar bestuur.
Momenteel staat de marmergevel weer in de belangstelling. Vooral het scheuren van de tegels zal voor de Raad en het College een punt van zorg moeten zijn. Onafhankelijk onderzoek zal  uit moeten wijzen wat er precies aan de hand is. Het zou onacceptabel zijn als wederom gepoogd gaat worden om de problemen toe te dekken en de Graafse goegemeente een rad voor ogen te draaien. Het is nu onontkoombaar geworden dat er een transparante discussie gevoerd moet worden over de kwaliteit van de gevel met als aandachtspunten:
  • de draagconstructie in combinatie met de aluminium damwand waarop de gevelplaten zijn gelijmd.
  • de kwaliteit van het marmer in alle aspecten
  • de kwaliteit van het vakmanschap (KOMO-procescertificaat) waarmee de gevelplaten zijn aangebracht, zoals dat is verordend in de bouwvergunning
  • de garantieverklaring van de fabrikant dat de lijm voldoet aan de 50 jaar referentie zoals dat is verordend in het bouwbesluit.
  • het planmatig opzetten van een controle- en onderhoudssysteem zoals dat door de Raad voor de Veiligheid en de VROM-inspectie voor gelijmde tegels, zonder een tweede draagweg, wordt aanbevolen.
Alleen door een transparante en eerlijke discussie kan bewerkstelligd worden dat de burger begrip krijgt voor een eventueel falen en zal ook het wantrouwen wegnemen.
Het bouwbesluit zegt: een bouwwerk waarvoor een bouwvergunning is verleend, dient ook na voltooiing aan het bouwbesluit te voldoen.
Indien er gebouwd word/is in afwijking van de bouwregelgeving behoort het tot de taken van de gemeente om bij gebleken tekortkomingen of bij afwijkingen van hetgeen gesteld is in het bouwbesluit of de bouwvergunning de in gebreke blijvende partijen aan te schrijven en te eisen dat alsnog aan de eisen van bouwregelgeving wordt voldaan. Waar het gaat om ondernemers en andere burgers gaan dergelijke eisen al heel gauw vergezeld van dwangmaatregelen en dreiging met financiële consequenties. Mogen we er van uitgaan dat dat ook gaat gelden als onafhankelijk onderzoek uitwijst dat bij de bouw van het stadskantoor is  afgeweken van de wettelijke normen?

M.v.g. Wil Baaijens

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: