Mevrouw de voorzitter

Terugblik op vergadering 5 januari 2010

Eind goed al goed en Na ons de zondvloed

Je kunt het resultaat van de afgelopen raadsvergadering in deze 2 zinnen samenvatten.

Waarom “Eind goed al goed” ?

Bij diverse punten was nogal wat gekrakeel, waardoor de laatste vergadering van 2009 zelfs doorliep naar 2010. Uiteindelijk kwam alles nog op zijn pootjes terecht. De Intergemeentelijke Sociale Dienst (ISD) kan nu met Grave verder; het museum kan worden uitgebreid de voorbereiding van de verharding van de loswal kan, mag en moet doorgaan zonder dat de raad er nu een uitspraak over heeft gedaan en de moties die Jacques Leurs had aangekondigd en nu indiende werden alle verworpen en toch was Jacques blij omdat de stadsdichter er komt als het college tenminste het potje vindt, maar daar zijn ze goed in.

Ook de motie om een visie op archeologiebeleid te ontwikkelen werd verworpen. Ik vind dat wat merkwaardig. De burgemeester en voorzitter van de raad heeft zowel bij de begrotingsbehandeling als in haar nieuwjaarstoespraak aangekondigd dat zij dit onderwerp wil aanpakken. Je zou dus nog wel kunnen zeggen dat de motie in deze vorm overbodig was. Toch zou het ook van de burgemeester slim zijn geweest om voor haar initiatief ook een uitgesproken ondersteuning van de raad te hebben verkregen. Nu bleef het bij instemmende woorden die niet in besluitenlijsten worden opgenomen. Is dat belangrijk? Je weet het maar nooit en een duidelijke ondersteuning van de raad is nooit weg, ook al omdat er niet door iedereen hetzelfde wordt gedacht over de wijze waarop de archeologie in Grave moet worden beoefend om het maar voorzichtig uit te drukken. Het afwijzen van de motie kan nu worden gezien als een afwijzing van het initiatief. Het college had de motie kunnen overnemen, waardoor het initiatief van de burgemeester zou zijn “verheven” tot een opdracht van de raad of de motie had kunnen worden geredigeerd in een vorm als “de raad ondersteunt het initiatief van de burgemeester en geeft haar alle vrijheid zaken te organiseren”.

De reden waarom discussies in de raad van Grave zo vaak uitlopen op verwarring heb ik al dikwijls aangegeven. De voorstellen zijn onvolledig en er is te weinig tijd voor een goede voorbereiding, zodat in de besluitvormende vergadering nog allerlei informatie –en dan vaak nog half- moet worden verstrekt. Dat gaat irriteren, ook op de publieke tribune. De bezoekers worden netjes welkom geheten en ook na afloop bedankt, maar verder wordt er geen rekening gehouden met de aanwezigheid van publiek. Naar zeggen wordt daar toch wel belang aan gehecht. Een voorbeeld was de (non)discussie over de loswal. Iedereen dacht dat het onderwerp naar de volgende cyclus was doorgeschoven, maar plotseling kwam het onderwerp weer ter sprake op basis van een informatie die kennelijk de vorige avond aan de raadsleden was verzonden. Als je publiek bij een vergadering van wezenlijk belang vindt moet je er voor zorgen dat de aanwezigen over dezelfde informatie kunnen beschikken als de raadsleden. Dat nu zelfs de voorzitter de fractieleiders bijeen moest roepen om orde in de chaos te krijgen was een triest hoogtepunt, maar gelukkig wel effectief.

Bij monde van de CDA-woordvoerder heeft de raad lering getrokken uit het verloop van de ISD-besluitvorming. Dat is dan rijkelijk laat. Het is niet de eerste keer dat in Nederland en ook in Grave meer gemeenteraden tegelijk eenzelfde besluit moeten nemen. En dan weet iedereen dat de discussie tussen die gemeenteraden en dientengevolge ook in die gemeenteraden moet zijn afgesloten alvorens over het voorstel wordt besloten. Zo’n voorstel kan dan niet meer worden gewijzigd. Dat is algemeen bekend, maar voor de raad van Grave was dat geen belemmering alsnog tot een wijziging te besluiten. Nu is natuurlijk weer het argument dat haast was geboden, maar ook hier geldt dat te laat komen in 99% van de gevallen wordt veroorzaakt door te laat weggaan.

Waarom “Na ons de zondvloed” ?

Bij de begroting was al aangegeven dat donkere financiële wolken boven Grave hangen. Komend jaar moet er drastisch worden bezuinigd. Een terughoudende houding tegenover nieuwe uitgaven was dus dringend gewenst. Jammer voor de verlanglijst. Desondanks besloot de raad de verlanglijst volledig te honoreren door de voorzieningen en reserves drastisch op te schonen. De zaken die nu alsnog kunnen worden gerealiseerd zijn op zich allemaal zinvol en voor een deel ook verplicht omdat er al raadsuitspraken aan ten grondslag liggen. De wijze waarop deze voorzieningen worden gefinancierd was voor mij de aanleiding ze te bestempelen als “na ons de zondvloed”.

Dat een actuele stand van zaken van voorzieningen en reserves deel had moeten uitmaken van de begroting is al besproken, daar kom ik dus niet meer op terug. Nu had men natuurlijk de positievere vermogenspositie van de gemeente moeten inbrengen bij de komende bezuinigingsdiscussie. Dat zou die discussie een stuk makkelijker maken. Nu loop je nog een eindje door terwijl je al weet dat je op de verkeerde weg bent. Een tweetal details:

Een flinke bijdrage levert het schrappen van de reserve voor een nieuw stadhuis. Volgens de begrotingsstukken zou die verplicht zijn. Uit de nadere informatie blijkt dat die reservering maar één van de mogelijkheden is. Uitgangspunt is dat aan een stadhuis in financieel opzicht een levensduur van 40 jaar wordt toegekend. Vanuit de raad werd de vraag gesteld of de gemeente Grave, en daarmee de noodzaak van een stadhuis, over 40 jaar nog wel zou bestaan. Ik benader het positiever: ik ben er van overtuigd dat dit gebouw, afgezien van de gevel, veel langer blijft bestaan. Wacht dan ook maar een 20-tal jaren met reserveren. Alleszins verantwoord dus deze investering te schrappen ook als de gemeente Grave nog heel lang blijft bestaan. Wel is het natuurlijk nodig dat het gebouw goed wordt onderhouden. Dat geldt ook voor andere gebouwen, wegen en groen. En dan ben ik bij een tweede greep in de reserves en voorzieningen waar ik helemaal niet gelukkig ben.

Terwijl al is uitgegaan van een aanzienlijke bezuiniging op beheersplannen (en dus op onderhoud) wordt nu al een deel van de voorzieningen afgeroomd. En waarom? Het blijkt dat werkzaamheden van de beheersplannen –en dus opdrachten van de raad- niet zijn uitgevoerd en er dus geld in de pot is blijven zitten. In plaats van een inhaalslag te organiseren haalt het college dit geld uit de voorziening; en de raad stemt hiermee in. Nieuw beleid wordt gefinancierd door raadsbesluiten niet uit te voeren. Daar kun je lang mee doorgaan. Door deze handelwijze wordt wel weer een zware claim gelegd op de herziening van de beheersplannen.

De PvdA had met deze opmerking groot gelijk. Het vervelende is dat de kwalijke gevolgen van bezuinigen op onderhoud meestal pas na een aantal jaren zichtbaar worden

Maar wie dan leeft, wie dan zorgt is in dit kader een mooie afsluiting van dit commentaar

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: