Terugblik van de Gelderlander.

Bij de Hampoort is deze gang onder beheer van de Cloveniers. Meer foto’s in het fotoarchief.

En toch is ‘t een vluchtgang, al moest het een w.c. lijken.

september

Frank Houtappels

Dat de Graafse stratenkaart een onderaardse gelijke kent, vermoeden de liefhebbers al langer. Maar hoe het labyrint precies loopt, weet niemand zeker. Amateurarcheoloog Jo de Wit ontdekte half september min of meer toevallig een stukje van de puzzel. Onder de Hoofdwagt vond hij, jawel een vluchtgang. Of was het toch een wc? Hoe dan ook. Het begon dus met het opknappen van de Hoofdwagt, de historische militaire commandopost naast de Sint-Elisabethkerk. De Wit voelde de grond onder zijn voeten onvast worden en begon te graven. En legde zo een gang bloot, opgebouwd uit de klinkers die je zoveel ziet in Grave.

Tot zover de feiten.

Nu de interpretaties. Dit, zei de Wit, is een vluchtgang. Gemaakt om een belegerde vestingstad in tijd van oorlog te kunnen ontvluchten. Welnee, zei De Wits vroegere metgezel Martien Koolen, het was een riool. En vluchtgangen hebben we niet in Grave, wel bevoorradingsgangen. En die zijn ooit bedoeld om de soldaten op de ravelijnen van kruit te voorzien.

Ook nu, zo’n drie maanden verder, is De Wit daar niet van overtuigd. Hij is nog altijd aanhanger van de vluchtgangentheorie. “En dat de gang bij de Hoofdwagt een wc was, geloof ik ook niet. Als er dag en nacht gepoept is, kun je dat zien. Ook nu nog. Dan waren de stenen zwart geweest. Nee, het was een vluchtgang, zeg ik gevoelsmatig. Misschien was-ie vermomd als wc. Je kon er in geval van een overval de stad door uitvluchten.”

Er waren ook vervelende reacties na de vondst in de Hoogdwagt. Mensen die twijfelden aan zijn integriteit. Daar wil hij niet te veel over kwijt. “Het heeft met jaloezie en afgunst te maken”.

Er waren ook vrolijke reacties. Politici die ervoor pleiten om de onderaardse binnenstad van Grave toegankelijk te maken voor toeristen. Binnenstadbewoners die de Wit belden, Of hij geen tijd had de rommelige kelder onder hun historische oand op te ruimen? Zo geschiedde. “Een of twee keer in de week ben ik bezig in Grave. In vier kelders. Een mooi begin.” Nee, dan dat idee van een raadslid om de archeoloog te belonen voor de ontdekking. De Wit weet nog dat hij gebeld werd. Of hij op het stadhuis kon komen? Vooruit, zei hij, en dacht een lintje te krijgen. Het liep net iets anders. “Ze vroegen of ik mijn vondst wel gemeld had. Dat heb ik. Maar daar zijn ze volgens mij nog steeds niet achter.”

9 gedachten over “Terugblik van de Gelderlander.

  • 3 januari 2010 om 20:49
    Permalink

    Wie wil dit nu weten, laat mij het weten, dit wordt geschiedenis in Grave.

    DAT EEN VLUCHTGANG EEN EN ANDER TEWEEG KAN BRENGEN.
    En dat het de bedoeling niet kan zijn dat ik steeds moet vluchten door een riool, dit dan graag door een vluchtgang, zelfs dit kan uitdraaien naar politieke conferenties.

    TWEE HOBBYISTEN.
    Ik lees steeds, vroegere metgezel, journalist snoept ook van twee……………..
    Allereerst wil ik meedelen dat we voorheen veel, heel veel archeologisch en historische activiteiten in en omgeving van Grave hebben verricht, deze activiteiten gingen zo ver buiten grave, dat ook Cuijk onder ons onderzoeks gebied viel. Wel te verstaan, we waren meestal met twee personen, we hebben veel gezien, gefotografeerd, ingetekend, vastgelegd, en genoteerd en niet te vergeten, verzameld.
    Angstvallig sleepte we de vondsten ieder voor zich mee naar huis, omdat hierna verdere samenwerking ( uitwerking van de vondsten ) te wensen overliet.
    Ik deed als volgt wel steeds onze vondst meldingen doorgeven, dat nog steeds aan de orde van de dag is, nu voor mijzelf alleen als ik een vondst doe, dit doe ik vervolgens altijd bij de Provinciaal Archeoloog van Noord Brabant, Hertogenbosch.
    Tenslotte werd mij ook steeds verweten dat ik alles in doosjes liet zitten, maar samenwerking met een groep dat steeds verhuisde, was niet mogelijk.
    En dat personen mij nog steeds aan de kaak stellen, waarom publiceer jij nooit, waar ik steeds teleurstellend op moest reageren, mijn inbreng reikte niet verder als dat ik gewoon mee mocht doen, voor vele leuke andere activiteiten was ik overbodig.

    Beantwoorden
  • 3 januari 2010 om 20:54
    Permalink

    IEDEREEN DOET VOOR ZICHZELF.
    Nu zijn we op onze eigen manier deze hobby aan het beoefenen, ieder gaat nu voorzichtig zijn gang, de een in de tuin van Frans, de andere in het pand van Henk, de een legt zijn collectie in bruikleen, de ander tentoonstelt het in zijn huis, dan heb ik het hier alleen over de amateur archeologie, zo hebben we ook historicus en amateurs historicus onder ons die eigen collectie bezitten dat regelmatig in bruikleen wordt gegeven voor tentoonstellingen, deze collecties worden later ook weer teruggegeven, dat daarna weer terug naar huis in de kast of op zolder wordt gelegd.
    Natuurlijk is dit gebouw een pracht gebouw om tentoonstellingen te organiseren, maar dan moet wel alles over een kant geschoren worden, en niet doen of er niet meer personen zijn die collecties hebben of een hobby beoefenen, iets willen laten zien wat in onze regio ontdekt is, wat niet meer weg te denken is. Nee ik schrijf dit niet uit frustratie, het ligt voor de hand dat we onze kennis over gaan geven aan onze kinderen anders wel aan de kleinkinderen. Met een beetje pech heb ik nog 20 jaar te gaan, en deze volgende jaren wil ik toch nog meer aan mijn hobby gaan doen.
    Zelfs, nu draait het er toch op uit dat er steeds meerdere publicaties verschijnen, van de zelfde terreinen, en de toekomst bied als volgt wie er het eerst was zal steeds achtervolgt worden door de ander. Niet teleurgesteld, kan de een of de ander het verbeteren of aanvullen. De toekomst zal veel aan het licht brengen, veel dat nog gaat komen, archeologisch en historisch zal 2010 veel vruchtbare achterstallige activiteiten kunnen afwerpen. Ook zal er in de Politiek zware strijd losbarsten wat wel en wat niet geoorloofd is. De een wel – de ander niet, er nu personen zijn die vinden dat er een alleenrecht gerealiseerd moet worden in deze hobby die meerdere mensen beoefenen, of onze kinderen anders kleinkinderen willen graag beoefenen. Het mag niet de bedoeling zijn dat zij naar hun poppen moeten dansen, dat hoef ik nu ook niet omdat dat niet nodig is, deze hobby mag beoefend worden. Misschien is de tijd gekomen voor enkele personen, in tijd van economische recessie een baan aan te bieden in deze welvarende werkgelegenheid in de archeologie ( bij deze stel ik mij kandidaat ). Omdat honderd duizenden euro's in een gebouw of in een fundering te steken niet altijd een vooruitgang is, zeker niet als de funderingen nog onder de grond zitten en waar geen grond verstoring plaats hoeft te vinden. De tijd veranderd en ook zij hebben niet het eeuwige leven. En met deze zinnen zullen we moeten leren leven, omdat hier niets mis mee is, niets meer onder de tafel hoeven te schuiven, op een stoel na, elektronisch zal ook veel verbeteringen en aanvullingen kunnen brengen, het is wel concurrerend, en dat mag, anders wordt het zo saai.

    Beantwoorden
  • 3 januari 2010 om 20:57
    Permalink

    NIET IEDEREEN KAN HIER MEE EENS ZIJN.
    Maar nu terug gekomen, om vrij duidelijk te zijn probeer ik hier weer te geven hoe ik tegen deze gang aankijk die naast de Hoofdwacht ligt, mocht een ander van mening verschillen kan hij of zij op deze wijze het toch kenbaar maken, ik ben voor discussie vatbaar en zal niet weglopen voor de feiten. En ik mag aannemen dat hier camouflage is geweest dat het hier op een houten toilet moest lijken als de deur opengeslagen werd.

    KOMISCHE ERVARING.
    Hoe ik deze ontdekking heb mogen ervaren, tussen de schoonmaak werkzaamheden door in dit hok, (schuurtje ). Dat tussen het pand “de Hoofdwacht” en de St. Elisabeth's kerkmuur ligt. Veel, niet meer te gebruiken materiaal lag, hout, plastic, kapotte dakpannen, keramische tegels in alle kleuren, zelf een groot plakkaat met een affiche van het CDA erop, deze had ik nog aangeboden aan een voorbijganger voor hergebruik, maar zag af van dit aanbod, hij stapte op zijn fiets en mompelde iets over Keerpunt en reed weg, hierna heb ik dit materiaal direct gerecycled.
    Tijdens het schoon vegen en opscheppen van vuil, viel plotseling een gat in de bodem
    dat met stenen was belegt in een vierkant.

    Beantwoorden
  • 3 januari 2010 om 21:10
    Permalink

    DE VLUCHTGANG.
    Omdat ik gehoord had van de vorige bewoners, dat dit schuurtje als fietsenhok en als kolenhok in gebruik was geweest, ging ik als eerste instantie er van uit, dan zal hier de kolenbak wel hebben gelegen. Vijf minuten later viel deze theorie geheel in het niet, tijdens het schoonmaken van dit bijna vierkant gemetseld gat van 70 bij 50 cm dat 90 cm diep is, dat een gemetselde gewelf heeft, dat vanaf de stenen vloer tot gewelf 70 cm bedraagt dat richting de Markt loopt, en sterk schuin de bodem in verdwijnt. Zoals je naar binnen kijkt doet het denken aan een glijbaan, en dat mag.
    Omdat je je dan beter en vlugger naar binnen kunt begeven en na gelang dat je verder naar binnen schuift zal ook het gewelf hoger komen te liggen, dat zie je eigenlijk al als je naar binnen kijkt, het verschil op zo'n korte afstand ongeveer 6 meter is niet veel, maar zal toch 5 a 10 cm zijn.
    Dus hoe verder de gang in, hoe hoger het gewelf zal komen te liggen, van gehurkt, en grote personen zullen echt op hun achterste moeten schuiven tot ze bijna rechtop lopend naar binnen kunnen gaan tot dat men overstapt in een normale hogere loop bare onderaardse gang.

    Beantwoorden
  • 3 januari 2010 om 21:12
    Permalink

    MILITAIRE COMMANDOPOST.
    Omdat gezien de Historie van het pand, aan een militaire commandopost toebehoorde. Getuige inscriptie' s, ingekerfde tekst dat ingekerfd is op een van de draag balken van het plafon, dat achter in het pand tevoorschijn kwam tijdens het verwijderen van hardboard platen, dat tegen het plafon getimmerd zat.
    Hier staat FAHNER 1826 KLUNEN
    VOOR 14 DAAGEN KORPORAAL.14.
    Hier mag spraken zijn van een persoon die op deze militaire commandopost in 1826 14 dagen als korporaal gediend heeft.
    Ook andere personen hebben hier hun inscriptie' ( visite kaartje ) achtergelaten, onder andere iemand die HIB 1824 en een persoon dat de tekst AVDK achtergelaten heeft.

    TE PROFESIONEEL.
    Al om al wat deze vluchtgang betreft, die zal zeker toebehoord hebben aan de militaire commandopost, maar ook aangenomen mag worden dat ook de graafsche burgerij hier gebruik van heeft gemaakt in woelige tijden, speculeren waar deze vluchtgang naartoe loopt zal ik voorlopig maar voor mezelf houden, omdat verder onderzoek en het uitgraven van deze gang, kan helaas niet onder mijn naam gerealiseerd worden.

    Beantwoorden
  • 3 januari 2010 om 21:30
    Permalink

    VERSCHILLENDE SOORTEN GANGEN.
    Zoals ik mij heb laten vertellen, op hoogte van café Eigenwijs, zou hier een normale onderaardse gang moeten lopen ( ongeveer meter breed ) naar de overzijde waar nu café de Grenadier gehuisvest is. Ook, en die heb ik zelf aangetroffen, onder de stoep voor het pand op de Markt dat de naam op het houten kozijn draagt, van Haren Project support, loopt de onderaardse gang naar café de Gouden Leeuw, voorheen heb ik hier al eens onderzoek in het pand verricht, en hier komt de gang onder de ingang van het pand uit op de kelder, hier in deze kelder is nog duidelijk een restant van de gang terug te vinden. Deze gang onder de Markt is 180 hoog en 2 meter breed, hierin zit puin afval tot op een hoogte van 150 cm, de gang is niet geheel tot aan het gewelf dicht gestort.
    Een onder de Gasthuisstraat, richting Hamstraat, ben ik zelf in geweest, maar ook onder de prinsenstal richting Oliestraat loopt een gang, ben ik in geweest, en onder het visserschstraatje richting Maasstraat, ook hier ben ik in geweest. En vanaf de Infermerie richting nieuwe haven, deze is helaas in september 2000 weg gesloopt, over deze gang wordt ook getwist, dit zou ook een riool zijn, omdat hij op een oude kaart als privé aangegeven staat, maar ik zeg u dit is geen riool. Als je een zwak militair strategie punt hebt dat op een of ander bekend is geworden bij de vijand zal iets ondernomen moeten worden, ook toen liepen ze iet graag door stront.
    Heb deze gang onderzocht op metaal en heb hier over de hele lengte van ongeveer 20 meter, deze, ook een smalle gang op de vloer tussen de voegen van gelegde klinkers, munten en loden musket kogeltjes gevonden. deze voorwerpen zijn verloren, omdat mensen door deze gang hebben gelopen, ze kunnen zelfs gehold hebben, zelfs geschoten, anders hadden niet deze loden kogels hier kunnen liggen.
    Onder de St. Elisabeth straat richting Gasthuisstraat hoogte Ardiaans, en natuurlijk onder de Hampoort richting het Arsenaal.
    Zo zien we, een heel labyrint van een gangen complex onder ons stadje.

    Beantwoorden
  • 3 januari 2010 om 21:34
    Permalink

    TEGENHANGERS, LEUNERS.
    Voorheen hadden verschillende personen geen oog voor een oude stadsmuur, een oud pand, een kazemat, ik was een oude put aan het uitdiepen hoor ik hem nog zeggen, wat moet je toch met die oude rommel. Laat de dragline het toch verwijderen, die scherven zijn toch niets waard. Datering riep ik hem toe, hij begreep het niet. En nog steeds niet, omdat de mond overloopt van jaloezie. Volgens hem wordt ik de hand boven mijn hoofd gehouden, een doorn in het oog.
    Ik vraag mij dan af, zijn dit de personen die ons cultuur hoog in het vaandel moeten houden, dit alleen om hun prachtige stropdas te tonen, hun uiterlijk op te frissen en om vervolgens hun stekje voor in te nemen, de zaak schoonmaken of puinruimen, hieraan zullen ze zich niet vergrijpen, en mocht iemand bij toeval een ontdekking doen die voor hun een vreemde is of er niet bij hoort, worden direct de stropdassen gestreken en omgehangen zodat er meteen een claim gelegd kan worden op de vondst.

    HET RECHTSSYSTEEM.
    Anders wel, de Rijksdienst van Oudheden wordt in kennis gesteld door personen die niet willen opvallen, dat weer teweeg brengt dat er vragen opgeroepen worden bij het Gemeentebestuur die zich weer afvragen wat is onze burger weer aan het doen, die weer op zijn beurt zich moet verantwoorden tegenover de Burgemeesteres die het toch al zo druk heeft met de graafsche belangen, die op haar beurt weer instemt als de vragen beantwoord zijn, de zaak weer moet seponeren omdat er misverstanden zijn.

    Beantwoorden
  • 3 januari 2010 om 21:49
    Permalink

    HIER DRAAIT HET OM.
    Toch vraag ik mij dan af, hebben deze personen nu echt niets te doen, dan alleen de gemeenschap lastig te vallen in plaats van me te helpen in die oude kelders van Grave, als ze echt belang hebben in Cultuur zouden ze me positief op de voet moeten volgen of mee doen, hier zijn twee belangen mee gediend, de eigenaar van het pand heeft het puin geruimd, en wij hebben genoten van de prachtige onderaardse omgeving daar ik nu alleen van mag genieten. Hier maak je het mee, hier zie je pas hoe rijk ons stadje is aan Cultureel Erfgoed, je proeft in een kelder echt de vochtigheid, maar ook ruik je de muffige omgeving en je ziet de stof door de ruimte trekken van honderden jaren oude achtergebleven opruimwerkzaamheden dat nu herleeft in het stadje Grave. De licht en donkergrijze stoffige wolken vliegen nu regelmatig door de smalle straten van Grave, Jan en Mieke Moel zullen het van bovenaf waarderen en ervan genieten als hun huiselijke stof herleeft en naar boven trekt.

    DE WERKLIJKHEID.
    Maar terug gekomen op de vluchtgang naast de voormalige militaire commandopost op de Markt, dit zou volgens mijn leermeester geen onderaardse vluchtgang zijn, maar een riool ( beerput ) , integendeel, hij zou moeten weten dat ik best de kennis in huis heb, dit anders te moeten weten.
    Reden zou kunnen zijn, dat ik een goede leermeester heb gehad, 25 jaar kennis heb opgedaan met hem, en deze kennis ga ik uitwisselen aan meerdere geïnteresseerden, zelfs aan mijn leermeester als hij hier beroep op zou doen, Tenslotte hebben we samen veel van onze speurtochten opgestoken en geprofiteerd.

    BEER – RIOOL – WATERPUT.
    Ik omschrijf eerst even kort wat een beerput en een waterput is, een beerput geeft zuren, een verrottings proces is hierin bezig, organisch materiaal dat op de bodem of aan de wand afzet door ontlasting van mens en dier, geeft sporen, dit kan bruin of zwart zijn, en dan praten we over een beerput, kan een vierkant, rechthoek, ovaal of ronde gemetselde put die wel vijf meter diep kan zijn. Het komt ook voor dat de stenen van de put wit uitgeslagen zijn van kalkaanslag, dan praten we over een waterput, deze zijn ook gebouwd uit stenen en kunnen zelf elf meter diep zijn, sommige hebben een loden pijp die weer naar een koperen zwengelpomp loopt hieruit werd water gezogen, zo kwamen onze burgers in Grave aan hun watervoorziening, en sommige burgers moesten zich tevreden stellen met touw met een houten emmer eraan. In sommige steden kennen we wel aanvoer van water, maar afvoer, ja nu, aangelegd sinds eind 18e begin 19e eeuw, inderdaad we noemen dit een riool. En enkele van deze riool buizen hebben we gevonden aan achterzijde van de infermerie dat door onze opgraving bekend staat als woontoren klooster Maria Graf, hier hebben we riool buizen van geglazuurd rood aardewerk gevonden, deze buizen hebben een diameter van 25 cm en gemiddeld 55 cm lang zijn.

    Beantwoorden
  • 3 januari 2010 om 21:53
    Permalink

    REALITEIT.
    Maar naast de Hoofdwacht is geen sprake van een riool, deze gang die 70 cm breed is, heeft een schone bodem, zelfs de voegen zijn schoon.

    TENSLOTTE.
    Nu gaan we het over aan en afvoer bevoorradingsgangen hebben, en ik probeer met je mee te leven in je fantasie uit Historische tijden van deze smalle vlucht gangen, wat hebben we allemaal in ons arsenaal liggen. Kanonnen, kanonskogels, musket geweren, kisten met loden kogels in kilogrammen, kisten, rieten manden, teveel om op te noemen als je iemand moet bevoorraden, bij zo'n activiteit komt nogal wat op je af, en gebeurd niet door een persoon, hier zullen meerdere personen hun diensten moeten bewijzen.
    Nu komt het er op neer, ze hebben munitie nodig, je hebt haast in een smalle vluchtgang, je zou je een geweer mee kunnen nemen met een zakje vol loden kogeltjes, moet je voorzichtig zijn, voordat je het weet is je geweer gebroken, omdat hij zo lang is, de loden kogeltjes rollen onder je door, wel pijnlijk aan je achterste.
    De grenadier achter je zit in je rug te steken met zijn bajonet omdat je niet hard genoeg afdaalt in de gang, ook geen pretje met zo'n iemand achter je.
    Niet te spreken om een kanon mee te willen nemen, kan niet door het spring gat, kanonskogels los vervoeren, niet te hanteren omdat je niet aan het knikkeren bent, haalt ook niets uit. Grote kisten en manden kunnen ook niet door het gat, oké een klein mandje in ieders hand, een met 5 appels en een met 2 kg kersen en een paar pruimen er in. Ik denk dat ze hier niet op stonden te wachten in tijd van oorlog, deze theorie haalt dus ook niets uit.

    VOOR ONS KLEINKINDEREN.
    Nu over op de realiteit, Ik zal niet ontkennen dat er bevoorradingsgangen zijn, dat zijn de bredere gangen, die van twee meter of die zelf zo groot zijn dat je daar met paard en kar of met een kanon doorheen kon rijden.
    Onder de St. Elisabeth straat, hoogte Adriaans zit er een, rond de vier meter breed.
    Ook op andere locaties zullen ze aanwezig zijn, de bredere bevoorradingsgangen, onder de Markt die rond de twee meter bedragen kan zo'n gang zijn.
    Maar aangenomen mag worden dat deze gangen ongeveer tussen de twee en vier meter breed zijn geweest en waar je je ruim in kon bewegen.
    Deze gangen zullen ook ergens van buitenaf een intree of uitgang hebben gehad, maar die moeten eerst nog ontdekt worden, en dan denk ik aan een schuine helling belegt met klinkers naar beneden of hoe je het bekijkt, naar boven.
    Waar zou ik die kunnen vinden ? Op de Bomvrije, zijde nu aftrap voetbal veldje, tegen de helling aan, of onder aan de oude haven, zou hier ergens een poort opening gezeten kunnen hebben, mogelijk, gezien de hoogte van de muur.
    We weten anders nog maar weinig af van het terrein Bekaf waar nu de scheepswerf ligt, wie weet kunnen we daar nog eens woningen neerzetten.
    Ook mogen we aan Wisselveld denken, laag gebied, kan zomaar tijdens graafwerkzaamheden op een gewelf gestoten worden, getuige de laatste ontdekking, een deel van het Oranje bastion.
    Aan zijde van de Arnoud van Gelderweg, hoogte bibliotheek ook mogelijk, laag gelegen terrein. Maar tegen de tijd dat hier ontdekkingen gedaan worden, zitten we een eeuw verder dan wel in de 21e eeuw en zal weer de geschiedenis herschreven worden.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: