Stichting Menno van Coehoorn reageert op plannen Loswal.

Geachte fractievoorzitters,

Volgende week zal de gemeenteraad een besluit nemen over het raadsvoorstel over de Loswal als onderdeel van het stedenbouwkundige visie van het ingenieursbureau Van Maurik.

De gemeente Grave heeft het beleid vastgesteld dat de vestingwerken van Grave waar mogelijk geaccentueerd dan wel hersteld moeten worden om daarmee de historische vestingstad toeristisch te promoten. Omdat het plan van Van Maurik een aantal historische onjuistheden bevat, heb ik als vertegenwoordiger van de Stichting Menno van Coehoorn gemeend u hierop te attenderen.

Met vriendelijke groet,

Jan Timmermans

Plan Maasfront / Loswal

Algemeen.

Ondergetekende is verbonden aan de Stichting Menno van Coehoorn, een nationale stichting die zich beijvert om de vestingwerken in Nederland te behouden en vanuit die hoedanigheid schrijf ik deze brief.

Een dezer dagen heb ik kennis genomen van het raadsvoorstel over de herinrichting van de Loswal, dat op 17 december a.s. zal worden behandeld.

Voor mij is het uitgangspunt bij de beoordeling van dergelijke plannen het door de gemeente gevoerde beleid, zoals dat in vele documenten is vastgelegd.

Zo is de ‘Nota ruimtelijk toetsingskader’ duidelijk over de toekomstvisie van Grave: de gemeente moet zich toeristisch ontwikkelen, gebaseerd op 3 pijlers:

Waterrecreatie op de Maas;
Recreëren in het groene gebied rondom Grave;
De binnenstad van Grave als historische vestingstad.


Om dat laatste aspect te realiseren, moeten de (restanten van de) vestingwerken waar mogelijk worden geprofileerd dan wel worden teruggebracht, aldus is te lezen in de beleidsstukken.
Je mag er dan ook van uitgaan dat bij dergelijke plannen als een kapstok wordt teruggegrepen op beleidsstukken, zoals die door de gemeenteraad zijn geaccordeerd.

Het Bekaf en de Kat zijn overduidelijke voorbeelden, hoe slecht de gemeente erin slaagt om haar beleidsvoornemens om te zetten in concrete plannen, laat staan de uitvoering ervan. Hoe lang is men al bezig met het Bekaf en de Kat en hoe bedroevend zijn de laatste ontwikkelingen hieromtrent? De wethouder wil een plan voor het Bekaf gaan uitvoeren, terwijl de gemeenteraad het plan niet eens heeft gezien. De reacties van de gemeenteraad hierop zijn niet altijd adequaat.

2. Maasfront / Loswal, zoals gepresenteerd door Van Maurik.

Ik heb de stellige indruk dat het gemeentebestuur van Grave onder (tijds)druk van de gemeenteraad een plan voor het Maasfront / Loswal heeft laten maken door het ingenieursbureau Van Maurik. Het is mij niet bekend (gesteld) wat de randvoorwaarden zijn geweest, die de gemeente Grave heeft meegegeven aan het bureau Van Maurik.

Als ik vanuit vestinghistorisch oogpunt kritisch naar het gepresenteerde plan kijk, kan ik mij niet onttrekken aan de indruk dat het bureau te weinig voorbereidingstijd heeft gehad. Dat blijkt overduidelijk uit de presentatie voor de gemeenteraad door de heer Vermeulen van genoemd bureau, die begon met de opmerking dat de vesting Grave in 1600 begint. Van het bureau noch van de gemeente Grave zijn initiatieven uitgegaan contact op te nemen met de Stichting Menno van Coehoorn om historisch relevante gegevens van de vesting Grave te verkrijgen.

Daarnaast presteerde de heer Vermeulen nog enkele vestinghistorische enormiteiten, die mij ervan overtuigden dat óf het bureau te weinig voorbereidingstijd heeft gekend, óf de historische context van minder belang achtte óf een combinatie van beide.

Als de gemeenteraad uiteindelijk toch akkoord gaat met het uiteindelijke totale plan, zoals gepresenteerd door de gemeente, zal het vestinghistorisch aanzicht van Grave vanaf de Maas en vanaf de Gelderse oever voor de komende decennia onverantwoord zwaar zijn aangetast. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt dan toch bij diezelfde gemeenteraad.

Het voorliggende raadsvoorstel gaat weliswaar alleen uit van de verharding van de Loswal, maar ik zie dit onderdeel als een onlosmakelijk deel van het gehele plan van het Maasfront. Het voorstel spreekt ook over de steiger en de verlengde Maasmuur in enge relatie tot de verharding van de Loswal, terwijl het stadpunt van Rijkswaterstaat t.a.v. de steiger nog niet bekend is.
De zinsnede in het raadsvoorstel (blz. 2 onder het kopje ‘Waarom naar de Raad?’): ‘U heeft dit DO besproken en wil dit vrijgeven voor uitvoering’ doet mij het ergste vrezen. Heeft de raad zich uitgesproken voor een gefaseerde uitvoering van het gehele plan van het Maasfront, zoals dat in zijn laatste vorm is gepresenteerd? Dan heeft het weinig zin om over de andere aspecten nog woorden vuil te maken.

3. Enkele punten van kritiek op het totale plan Maasfront.

Van Maurik stelt dat de vestingwal aan de Maas is ‘onderbroken’. Dit uitgangspunt kan niet overeind blijven c.q. is te onduidelijk:

De huidige vestingmuur stopt ter hoogte van de eerste huizen van de Maaskade / afrit naar Loswal. Daar hield vroeger de Maasmuur op en vormde de toegang tot Grave vanaf de aanlegplaats van de veerpont. Schuin daarachter begon de wal/muur van het halfbastion Bekaf, dat vanaf de Maaszijde geheel aan het zicht wordt onttrokken door de woningen op de Maaskade en de scheepswerf.

Een belangrijk punt – en dat heb ik zowel in de presentatie als in het plan sterk gemist – is het aantrekkelijk maken van het aanzien van de oude vestingstad vanaf het water, met name voor de pleziervaart, maar ook vanaf de Gelderse oever.

Het totale waterfront, zoals aangegeven in de tekening, behoeft nogal wat commentaar (enkel toegespitst op vestingbouw):

De ‘nieuwe kademuur’, zoals aangegeven, heeft nooit deel uitgemaakt van de vesting. Wel is mogelijk de buitenste wal of muur van het halfbastion Bekaf terug te brengen, maar dan wel op de plaats van de vroegere wal/muur. Op die manier komt het Bekaf weer volop in zicht, waardoor het aanzien vanaf de Maas aanzienlijk versterkt wordt. Deze wal/muur staat nu te ver naar voren, richting Maas en is historisch volledig onjuist.

Het plannen van nieuwe woningen in het verlengde van de huidige woningen aan de Maaskade, ontneemt grotendeels het zicht op het vrijgekomen Bekaf en staat dus lijnrecht tegenover de beleidsuitgangspunten uit de diverse stukken om de vestingwerken te profileren. Ik kan me dan ook niet aan de indruk onttrekken dat financiële overwegingen zwaarder wegen dan de historische juistheid en context.

Het geplande horecagebouw mag het zicht niet ontnemen op het Bekaf (identiek aan problematiek nieuw clubhuis De Stuw). Het aanzicht van het alom geprezen Maasfront wordt daarmee onverantwoord geweld aangedaan.

Het uiterlijk van de geplande horeca op de plaats waar nu de scheepswerf staat, dient een aangepaste bouwstijl te hebben. Het argument van de architecten dat dit gebouw buiten de vesting staat, gaat totaal niet op. De Vesting Grave omvatte voorheen de stad Grave en het kroonwerk Coehoorn aan de noordzijde van de Maas. Het terrein voor de Maasmuur en Loswal behoort daarom wel degelijk tot de vesting.
Het geplande terras ten westen van de horecafaciliteit is oneigenlijk en valt buiten de contouren van de vroegere vesting.
Indien het streven erop gericht is het vroegere waterfront van Grave zo veel mogelijk te herstellen, zal ook de aangeslibde grond voor het halfbastion Blauwkop verwijderd moeten worden, zodat het water weer tegen de monumentale muren van dat bastion stroomt. Oude foto’s tonen aan dat deze situatie voorheen wel degelijk bestond. Daarmee wordt dat bastion sterkt geprofileerd. Dit stuk is nog opgebouwd met zware natuurstenen elementen en is daarmee het enige originele deel van het halfbastion Blauwkop!
De geplande groenstrook ten oosten van de geplande nieuwe Loswal langs de kanonnen naar het Havenbrugje moet volgens de architect groen blijven:
Is een aanzet tot de uiterwaarden; hoort niet meer bij de vesting.

De gehele ruimte langs de vestingmuren behoorde in het verleden tot de vesting en was van groot belang. Een groenvoorziening hoort daar derhalve niet thuis.
De rechte steiger kwam vroeger niet voor bij vestingen. Dergelijke bouwwerken in de rivier werden vroeger gebruikt als vluchthaven en volgden veelal een geknikte vorm van de daarachter liggende vestingmuren.

Duidelijk is te zien op de afbeeldingen van de presentatie dat de geplande nieuwe woningen (geel blok) voor een deel zijn geprojecteerd op het halfbastion Bekaf. Los van het feit dat deze huizen daar in het geheel niet moeten komen, kunnen huizen of andere bouwwerken nooit op een deel van het historische bastion gebouwd worden.

Achteraan bij de saillant van het bastion is een opgang getekend naar het bastion om langs deze oprit een rondwandeling voort te zetten. Op deze plek bevindt zich de begraafplaats van de Paters v.d. H. Familie. Deze begraafplaats moet onaangetast blijven.

Ik heb gemeend de fractievoorzitters van de politieke partijen de bovenstaande overwegingen aan te bieden, die eventueel behulpzaam kunnen zijn bij het nemen van een weloverwogen besluit op 17 december a.s.

Met vriendelijke groet,

Jan Timmermans
Correspondent Stichting Menno van Coehoorn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: