Broederstrijd nekt samenwerking.

Tijdens de Beeldenstorm presentatie schoven de fractievoorzitter van het CDA Boxmeer en de fractievoorzitter van Keerpunt 2010 bij elkaar aan tafel om de wonden te likken.

Cuijk had bij de samenwerkings- poging in het land van Cuijk grote moeite met de leidende rol van Boxmeer. Daardoor liep het spaak.

Boxmeer en Mill hebben er alles aan gedaan om de ambtelijke samenwerking in het land van Cuijk op de rit te krijgen, zei burgemeester Hans Verheijen van de gemeente Mill deze week. Boxmeer en Mill toonden volgens hem veel inzet, Grave, Snt Anthonis en Cuijk bleven achter.

Misschien heeft Boxmeer, achteraf gezien, wel een beetje te veel zijn best gedaan. De gemeente wierp zich op als de grote leider aan wiens hand de andere gemeenten het pad der samenwerking op mochten. Er moest en zou samengewerkt worden op het gebied van onder meer sociale dienst, personeelszaken en ict, met dat ene grote doel: kostenbesparing voor iedereen.

De uitkomst is inmiddels bekend. Burgemeester en wethouders van de gemeente Boxmeer trokken op het laatste moment de stekker uit de samenwerking, alhoewel ze het zelf nog steeds liever omschrijven als “een pas op de plaats maken”.

Bij de eerste de beste samenwerking (sociale zaken) bleek namelijk dat Boxmeer wel erg veel geld moest bijleggen. De grote vraag rees of dat bij de samenwerking op de andere onderdelen wel kon worden terugverdiend. Dat lijkt een goed argument. Het Boxmeerse college moet tenslotte eerst opkomen voor de belangen van de eigen inwoners. Die mogen niet de dupe worden van een samenwerkingverband dat alleen maar geld kost. Toch speelde er op de achtergrond iets anders: de oude broederstrijd tussen de twee grootste plaatsen in het land van Cuijk, Cuijk en Boxmeer, laaide weer eens op.

Boxmeer doet veel, erg veel om de samenwerking in goede banen te leiden. Te veel, vindt Cuijk. De prominente rol die de gemeente Boxmeer zich (in de figuur van de gemeentesecretaris) heeft toebedeeld, heeft zelfs, zo wordt in Cuijk gesteld, een “negatief psychologisch” effect tot gevolg bij Cuijk. Het is reden om de taken anders te verdelen, maar het kwaad is geschied. Het komt nooit meer goed tussen de beide rivaliserende grootmachten, met als gevolg dat de samenwerking afketst.

De politieke partijen in Boxmeer vragen zich nu af hoe dat kon gebeuren. Hoe kon de dominantie van Boxmeer ontstaan? Waarom stelde Boxmeer zich als de grote leider van het proces op? En vooral, had dat nou niet anders gekund? Volgens burgemeester Karel van Soest hadden, terugkijkend, dingen anders gemoeten. Hij noemt de samenwerkingspoging nu een moeizaam proces: “Ingewikkelder dan we dachten”. Hij erkent dat “de aansturing die door Boxmeer werd ingevuld, niet door iedereen werd geaccepteerd”. Cuijk en Boxmeer groeiden niet naar elkaar toe. Bijna staan ze weer met de rug naar elkaar toe.

Als het aan de Boxmeerse politieke partijen ligt, gaat dat niet gebeuren. Die willen dat de samenwerking toch weer opgepakt wordt. “Het liefst nog met een voorzichtig “sorry” aan het adres van Cuijk.

Van dat laatste komt het als het aan Van Soest ligt waarschijnlijk niet. “Boxmeer was misschien dominant, maar er zat wel vooruitgang in het proces. Als iemand in staat is meer te doen dan een ander, moet je dat accepteren.” Dat is duidelijke taal.

Bron: de Gelderlander

CDA Boxmeer: Analyse van de samenwerking Land van Cuijk.

In 2004 is een aanzet gemaakt met de ambtelijke samenwerking binnen het Land van Cuijk zoals deze nu onderwerp van discussie is. Sindsdien is er veel gebeurd, met name in het laatste jaar. Gedurende het traject hebben de betrokken gemeenten gekozen voor de zwaarste vorm van samenwerking nl. samenwerking op basis van de WGR (Wet Gemeenschappelijke Regeling).

Belangrijke elementen in deze samenwerking waren:
Geen vrijblijvende samenwerking
Duidelijke structuur in overleg en medezeggenschap
Alles onderbrengen in een organisatie
Samenwerken beschouwen als organisatieverandering waardoor medezeggenschap i.h.k.v. de Wet op de Ondernemersraden van toepassing is.

Dit alles resulteerde uiteindelijk in een Gemeenschappelijke Regeling Land van Cuijk welke in mei aan de raad van Boxmeer werd voorgelegd ter instemming. Tijdens de voorbereiding op deze raadsvergadering bleek dat de onderliggende stukken voor de WGR niet allemaal de juiste versies waren. Met name in de organisatiestructuur zaten de afwijkingen en opmerkingen van raden van de andere gemeente zouden nog verwerkt worden in de definitieve stukken.

Door de Boxmeers gemeenteraad werd uitdrukkelijk aangegeven dat de start van de WGR op een verantwoorde manier diende te gebeuren met een goede financiële paragraaf en een goede bedrijfsvoering paragraaf. Naast dit alles waren er bij een aantal fracties twijfels over de beleidsvrijheid van de gemeenten op het terrein van de ISD.

Op basis van een amendement ingediend door de CDA-fractie heeft de gemeenteraad van Boxmeer destijds een voorlopige goedkeuring gegeven aan het College om door te gaan.

De definitieve versie van de WGR met bijbehorende onderbouwing diende alsnog op een later moment definitief te worden geaccordeerd door de gemeenteraad van Boxmeer. Op 16 juni heeft het College de Boxmeerse gemeenteraad via een brief geïnformeerd dat het zij een besluit heeft genomen om even “pas op de plaats” te maken t.a.v. de ISD. De grondslag voor dit besluit was o.a. dat de bedrijfsvoering paragraaf en de financiële paragraaf nog niet duidelijk waren en dat de raad van Boxmeer nog eerst de definitieve Gemeenschappelijke Regeling met de onderliggende onderbouwing diende te accorderen.

En alhoewel dit niet duidelijk uit de brief van het College van Boxmeer blijkt, speelt ook het verschil van inzicht wie de aansturing van het totale proces moest doen een rol.

Tot enige tijd geleden werd deze taak – met succes – vervuld door de gemeentesecretaris van Boxmeer. Uit de vergaderstukken blijkt dat de Burgemeester van de gemeente Cuijk bevestigt dat Boxmeer feitelijk veel doet, maar van mening was dat die prominente rol een (negatief) psychologisch effect heeft bij Cuijk. Het probleem van Cuijk gaf aanleiding voor een herverdeling van taken wat op zich een goede beslissing was. Alleen een onderdeel heeft met niet goed ingevuld: Er was geen eenduidige aansturing geregeld op het totale proces.

Volgens onze analyse was dit het moment dat ronde wielen onder het proces vervangen werd door vierkante wielen.

De vaart ging er uit en er was geen overkoepelende processturing meer. En al was het besluit om een “pas op de plaatst te maken” zoals verwoord in de brief van 16 juni een verrassing voor ons, het was en is – zo concludeert de CDA-fractie – het beste besluit wat het College op dat moment kon nemen. De raad heeft namelijk als randvoorwaarde gesteld dat de bedrijfsvoering paragraaf en de financiële paragraaf duidelijk dienden te zijn alvorens groen licht werd gegeven. Dit om problemen te voorkomen bij de controle en evaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling (Advies VNG).

Waar moet je o.a. op letten volgens de VNG:

Het bepalen van het doel en het toekennen van bevoegdheden aan de gemeenschappelijke regeling is van groot belang. Als het doel van de gemeenschappelijke regeling niet duidelijk omschreven is, kan dit leiden tot problemen bij controle en evaluatie. Het is niet altijd makkelijk om in de gemeenschappelijke regeling duidelijke en achteraf controleerbare prestatie afspraken te maken. Deze afspraken kunnen echter wel in de verplichte financiële paragraaf verbonden partijen van de gemeente worden vastgelegd (zie art. 15 van het Besluit begroting en verantwoording).

Wij betreuren het dat andere gemeenten de “pas op de plaats” van Boxmeer hebben uitgelegd als “de stekker er uit trekken”. Bestuurders in het Land van Cuijk – en dan bedoelen wij de colleges van alle 5 de gemeenten – hadden op dat moment de handen in elkaar moeten slaan. Dit blijkt niet gebeurd te zijn. Ieder is zijn eigen weg gegaan en de gemeentes hebben zich schijnbaar hergegroepeerd (Boxmeer/Sint Anthonis versus Grave/Cuijk/Mill-St.Hubert). Deze conclusie hebben we getrokken na diverse perspublicaties en stukken die we hebben ontvangen. Door de keuze van Grave, Cuijk en Mill-St.Hubert om met zijn drieën verder te gaan met de ISD en P&O is de ambtelijke samenwerking binnen het Land van Cuijk weer terug bij af.

Het gevolg hiervan is dat Sint Anthonis aansluiting zoekt bij Boxmeer. Op dit moment lijkt het ons niet opportuun om te verwachten dat op korte termijn een Gemeenschappelijke Regeling voor ambtelijke samenwerking van 5 gemeenten in het Land van Cuijk tot stand komt. Een gemiste kans, maar het is op dit moment niet anders. Wij doen een uitdrukkelijk beroep op het College om ervoor te zorgen dat de samenwerking tussen de 5 gemeenten in het Land van Cuijk – voor zover die buiten de ambtelijke samenwerking valt – door te laten gaan.

Dit is onmisbaar en cruciaal voor de strategische profilering van het Land van Cuijk.

Met name op economisch vlak mogen we de boot niet missen.

Met betrekking tot de ambtelijke samenwerking vragen wij te kijken waar mogelijkheden liggen om daar waar het kan de draad weer op te pakken. Graag vernemen wij van het college wat hun visie is op de nabije toekomst.

P.S. De werkgroep van raadsleden uit het Land van Cuijk, die nadenken over een bijeenkomst van alle raadsleden uit het hele Land van Cuijk, moet na het zomerreces snel bij elkaar komen en samen met de griffiers de draad weer oppakken die de colleges laten liggen.

Bij de behandeling van de kadernota zal ik bepleiten om een referendum -verordening in te voeren en de burgers in het Land van Cuijk zich via een referendum uit te laten spreken hoe verder in het Land van Cuijk:

  1. ieder voor zich
  2. samen en toch apart
  3. herindelen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

%d bloggers liken dit: