29 sep. 2017

Grave Politiek verbindt plannen van GBB en Graafse Scheepswerf. Prachtige beeldspraak: laat de EMAB-locatie varen.!





De gemeente kan van haar nood een deugd maken

Laat de Emab-locatie varen en kies gedrieën voor de GBB en de werflocatie  
Onze gemeente, het Grond- en Bouw Bureau (GBB) en Robert van Kessel van de scheepswerf. Een trio van tot elkaar veroordeeld lijkende grootheden die afzonderlijk en gezamenlijk verwikkeld zijn in een kluwen van gehannes en ergernis. Bij alle drie gaat het erom iets goeds tot stand te brengen voor Grave, haar inwoners en voor de toeristen die van harte uitgenodigd worden ons stadje te bezoeken. GBB heeft een plan voor de Emab-locatie.*1). Dat is een prestigieus plan. Het wringt echter waar het gaat om de plek. In de uiterwaarden maar dat is niet het grootste probleem als Rijkswaterstaat akkoord gaat. Probleem is vooral dat de geplande nieuwbouw een belemmering gaat worden voor het uitzicht vanuit de vesting en in het verlengde daarvan dus ook voor de beleving van Grave door inwoner en toerist. Omgekeerd zal het ook averechts gaan werken; het zicht op de stad wordt er ook door gehavend. De intuïtie zou moeten zijn: nooit aan beginnen.
Krachtige impuls
Tweede draad in de kluwen is het plan van Robert van Kessel. Een mooi plan maar daar wordt verschillend over gedacht. Het gaat echter wel om iets wat de gemeente en de inwoners hoog op hun verlanglijstje hebben staan, het verdwijnen van het bedrijf dat helemaal niet bij of in de vesting past. Dit plan zou ook de droom kunnen realiseren dat we helemaal rond de stad kunnen lopen op een zwoele zomeravond. Samen met de wat verwaterde droom, de Maasboulevard, zou het een krachtige impuls kunnen worden voor de beleving van de stad.
De derde draad van de wirwar is onze gemeente. Die doet alsof ze warmloopt voor het plan op de Emab-locatie maar lijkt niet te slagen om voor voldoende voortgang te zorgen. Kennelijk speelt hier de huiver parten, dat het plan straks een misrekening zal blijken te zijn. Je proeft de aarzeling bij onze bestuurders die zich, zij het niet van harte, gecommitteerd hebben aan de GBB en haar plannen. De onderlinge verstandhouding is die van een verstandshuwelijk; ‘we zijn nou eenmaal getrouwd; dus blijven we bij elkaar!’
Slik oud zeer weg
Zou het niet mogelijk zijn om hier van de nood een deugd te maken; een win-win-winsituatie waarin ieder aan zijn trekken komt en waarin de drie partijen elkaar vinden door creatief zaken te doen met elkaar in plaats van te blijven hangen in onbeweeglijke patstellingen.*2)   Zo’n creatieve oplossing zou, bij voldoende goede wil en medewerking van alle drie, wel eens veel simpeler kunnen zijn dan je zou verwachten. De gemeente en de GBB zijn contractueel aan elkaar vastgeklonken. Het zou wel eens een heel elegante uitweg kunnen worden om de claim van GBB netjes te compenseren met een andere, veel beter bij de vesting Grave passende, oplossing. Daar komt het plan van Robert van Kessel in beeld. Slik (wederzijds) wat oud zeer weg, wat rancune en (ver-)geldingsdrang, breng de GBB en Van Kessel met elkaar in contact en bekijk wat beide partijen voor elkaar zouden kunnen betekenen. De inzet zou dan kunnen zijn om het voor de GBB aantrekkelijk te maken het Emab-plan te laten varen en voor Van Kessel om zijn plan over te dragen aan GBB. Dat zal best een ingewikkeld verhaal worden maar waarschijnlijk niet eens ingewikkelder dan het realiseren van de plannen, zoals ze er nu liggen.
Waar een wil is, is een weg
Het voordeel van deze optie zou wel eens heel groot kunnen zijn. De uitvoering van het plan Van Kessel, zoals het er ligt of zoals men het graag zou zien, zou een kolfje kunnen zijn naar de hand van de GBB, zeker als de gemeente in goed overleg echt haar regierol neemt en samen met (eventueel beide) ontwikkelaars-investeerders kijkt wat op die plek haalbaar en wenselijk is. Bouwen in een vesting is een precaire aangelegenheid en vraagt veel inpassings- en aanpassingsvermogen van bestuurders, planners en bouwers maar als men er in slaagt een gezamenlijk doel te definiëren, komt de lust vanzelf, omdat men dan samen aan hetzelfde eind van het touw gaat trekken. Voor de burger is het doel een passende afronding van de stad aan de Maaszijde en de bestuurder zal er alles aan gelegen zijn om dat te realiseren. Het is dan wel zaak de hakken uit het zand te trekken en de voeten in de startblokken te plaatsen. Waar een wil is, is een weg…
Losse eindjes aan elkaar
Het hele plan zou nog flink wat extra allure en aantrekkingskracht kunnen krijgen door het samen te brengen met het al bestaande plan voor een Maasboulevard. Het zo ontstane geheel zou ook een mooie planologische inpassing kunnen opleveren, een integratie van verschillende door de geschiedenis ontstane losse eindjes die aan elkaar geknoopt kunnen worden.
Het beoogde resultaat zou een vestingstad kunnen worden waar wij omheen kunnen flaneren, een boulevard die begint bij de Oude Haven en via deze ‘Kop van Bekaf’ naar de Nieuwe Haven leidt. Om de toer rond te maken, flaneren onze gasten daarna als vanzelf de vesting binnen. Gasten van het nieuwe hotel zullen zich uitgenodigd voelen om met ons mee te genieten. Op deze manier is het mogelijk een authentiek Graafse beleving te bieden, gastvrij, warm en midden onder ons. Wanneer de betrokken partijen elkaar zouden vinden en onze gemeente haar toeristische ambities serieus genoeg neemt, zou dit plan wel eens het compromis kunnen worden waar uiteindelijk iedereen op heeft zitten wachten en niet in het minst de Gravenaar wiens vestingstad zijn alles is. Het plan zou overigens een welkome opsteker kunnen zijn voor onze politieke partijen bij de verkiezingen. Dan zou het daar ook nog eens kunnen zorgen voor nieuw elan en herwonnen geloofwaardigheid. ’Aan de slag!’ dus; we kunnen er alleen maar beter op worden.
Ben Bongaards

Geen opmerkingen: