31 aug. 2017

Reactie van een vaste Graafse bezoeker van raadsconferenties.


Gemeenteraden Land van Cuijk neigen naar een herindeling


Gisteravond hebben de gemeenteraadsleden in Cuijk voorlopig voor het laatst gezamenlijk met elkaar van gedachten kunnen wisselen over een duurzame samenwerkingsvorm. Het onderzoeksrapport van adviesbureau Berenschot en het advies van de procesbegeleider Peter van der Velden is heel duidelijk: herindelen voor 1 januari 2023. Een meerderheid van de aanwezige raadsleden voelt op zichzelf wel iets voor een herindeling.

Maar er zijn ook kritische noten gekraakt. Astrid Bannink (LPG) nam daarbij het voortouw door aan het begin van de avond heel duidelijk een ander geluid te laten. Ze vroeg aan de opstellers van het rapport waarom niet beter en meer is gekeken naar minder verregaande vormen van samenwerking; iets wat haar partijgenoot Rick Joosten bij de vorige raadsconferentie ook hardop had afgevraagd. De reactie van de procesbegeleider was onverbiddelijk:  “U heeft ons gevraagd om met een duurzame vorm van samenwerking te komen en dus is dit het resultaat.”





Voorafgaand aan deze laatste raadsconferentie was het opnieuw duidelijk dat de leden van de verschillende colleges van burgemeester en wethouders geen rol zouden hebben. Alleen daar leek het Graafse college toch anders over na te denken. Tijdens de zomervakantie is er een rapport opgevraagd bij adviesbureau Partners+Pröpper, met als hoofdvraag: wat vindt u van het rapport van adviesbureau Berenschot?

Eerder heeft Partners+Pröpper een bestuurskrachtmeting gedaan voor de gemeente Grave. Daaruit zou blijken, een beetje afhankelijk van wie je het vraagt, dat Grave uitstekend in staat is om zelfstandig haar bestuurlijke boontjes doppen. Het adviesbureau Berenschot komt tot een iets ander beeld over de bestuurskracht, maar het heeft wel de hoofdconclusies van Partners+Pröpper overgenomen.










Het is een hele boeiende vraag waarom het Graafs college van burgemeester en wethouders het noodzakelijk heeft gevonden om uitgerekend adviesbureau Partners+Pröpper om een expertoordeel te vragen over het rapport van Berenschot. Het spreekt voor zich dat Partners+Pröpper achter haar eigen werk staat en dat het daarmee dus niet eens is met de andere beelden zoals Berenschot die verwoord heeft. Deze uitkomst van het expertoordeel was dus ook zeer zeker te verwachten. Wat was dan wel het doel ? “Het college van de gemeente Grave wil de scan benutten ter voorbereiding op de discussie over de toekomst van de regio en ter bevordering van de kwaliteit van besluitvorming door de gemeenteraad.”

Juist dit is een bijzonder raar gegeven. De gemeenteraad van Grave heeft hiertoe geen enkele opdracht verstrekt aan het college. Er is geen motie aangenomen die een dergelijke opdracht geeft en er is ook geen besluit genomen dat het college hiertoe verplicht heeft. Het is een eigen actie van het college. Blijkbaar voelde het college de noodzaak om zich te bemoeien met de discussie die gaande was onder de raadsleden in de regio. Blijkbaar is er iets dat Berenschot vergeet maar dat zo essentieel is dat het Graafse college dit via het rapport van Partners+Pröpper wil duidelijk maken. Maar wat dan?
Het rapport van Partners+Pröpper is flinterdun (8 pagina’s), in tegenstelling tot het boekwerk van Berenschot (128 pagina’s, zonder bijlagen). De centrale argumentatie van Partners+Pröpper is dat Berenschot niet voldoende invulling heeft gegeven aan het succesvol realiseren. Zelf stelt Partners+Pröpper voor om een time-out te nemen en nadrukkelijk nu niet te kiezen tussen wel of niet herindelen. Tijdens deze laatste radenconferentie bleek dat een meerderheid de aanwezige raadsleden wel een voorwaarde koppelde aan een herindeling: het uitwerken van kerkendemocratie.





Kernendemocratie wordt door Berenschot een belangrijke factor van het wel of niet slagen van een herindeling genoemd. Bij de kernendemocratie gaat de nieuwe gemeenteraad (van de grote gemeente Land van Cuijk) zich vooral bezighouden maken zaken van regionaal belang, zoals bijvoorbeeld werkgelegenheid en toerisme. Elke kern, dat kan een dorp of wijk zijn, krijgt vervolgens zelf meer zeggenschap over de eigen omgeving. Bijvoorbeeld over hoe de wegen en openbaar groen ingericht moet worden, over het (subsidie)beleid van vrije tijdsverenigingen, enzovoorts. Daarmee blijft de gemeente dichtbij voor de zaken die voor dichtbij van belang zijn, maar is de gemeente tegelijkertijd ook groot genoeg om complexere zaken aan te pakken di e in een regionaal, provinciaal of zelfs euregionaal verband van belang zijn.
Partners+Pröpper stelt dat dit veel beter uitgewerkt had moeten worden voordat er een keuze gemaakt kan worden. Dat is vooral een academische discussie - of je eerst de kernendemocratie helemaal op zet en vervolgens pas het officiële herindelingsbesluit neemt om te gaan herindelen; of dat je besluit te gaan herindelen met als ontbindende voorwaarde dat er op een bepaald moment wel een werkende kernendemocratie moet zijn - het resultaat is hetzelfde. In die zin kan het argument van Partners+Pröpper dan ook meer gezien worden als een gelegenheidsargument om van uitstel afstel te maken.

Het is niet ondenkbaar dat op 20 september 2017 alle gemeenteraden met uitzondering van de raad van Grave besluiten om richting een herindeling te gaan, waarbij het daadwerkelijke herindelingsbesluit wellicht pas later formeel genomen wordt omdat men eerst de kernendemocratie wil uitwerken. Als de Graafse raad het advies van Partners+Pröpper zou opvolgen dan maakt Grave geen deel uit van die herindeling. En dat heeft ook gevolgen.





De belangrijkste gevolgen zijn te merken in de gemeenschappelijke regelingen over de veiligheid (brandweer, politie), jeugdzorg en het sociale domein. In een gemeenschappelijke regeling werken meerdere gemeenten samen om een specifieke (wettelijke) taak uit te voeren. Voor sommige zaken is het zelfs verplicht om in een gemeenschappelijke regeling te hebben. Deze gemeenschappelijke regelingen ‘verbruiken’ voor ongeveer 80% het budget dat beschikbaar is vanuit Den Haag. Wil je de eigenheid vasthouden dan is het van cruciaal belang dat je een zwaarwegende stem hebt in zo’n gemeenschappelijke regeling. De stemverhoudingen in een gemeenschappelijke regeling is bijna altijd vastgelegd naar ratio van het aantal inwoners of landoppervlakte.

Stel dat Grave daadwerkelijk zelfstandig blijft. Bij de gemeenschappelijke regelingen die het meeste geld kost werkt de gemeente Grave samen met de andere gemeenten in het Land van Cuijk, Boekel, Uden, Meijerstad (weide omgeving van Veghel en Veghel zelf), Oss en ’s-Hertogenbosch. Uit de wet volgt dat de kleinste zeggenschap in een gemeenschappelijke regeling altijd één stem / een zetel is. Hoe ziet de zetelverdeling er in zo’n gemeenschappelijke regeling er dan uit wanneer Grave niet meer zou doen aan herindelen maar de overige gemeenten in het Land van Cuijk wel? Grave en Boekel zouden dan beide de kleinste zijn met allebei één stem, Uden 3 stemmen, de overige gemeente Land van Cuijk 5 stemmen, Oss 7 stemmen en ’s-Hertogenbosch 12 stemmen. In een gemeenschappelijke regeling bestaat geen veto-recht. Met andere woorden: de invloed Grave (en Boekel) op de regionale politiek. die wel voor het grootste gedeelte het budget opmaakt wat vanuit Den Haag deze kant op komt, wordt marginaal klein.

Waar Partners+Pröpper Berenschot verwijt dat deze niet voldoende concreet is over gevolgen van het opvolgen van het advies, zou ook gezegd kunnen worden dat Partners+Pröpper dat zelf ook niet doet. Overigens, het voorbeeld over de zeggenschap in de gemeenschappelijke regelingen is wél opgenomen in het rapport van Berenschot; alleen heeft Berenschot dit niet uitgewerkt in getallen maar met woorden.

Het regieteam dat de samenwerking in het Land van Cuijk begeleid was niet zo onder de indruk van het rapport van Partners+Pröpper. Uit de bewoordingen uitgesproken door Peter van der Velde bleek dat het regieteam dat rapport voor kennisgeving heeft aangenomen en verder volkomen negeert. Het was dus niet de beoogde kwaliteitsimpuls die het college van burgemeester en wethouders in Grave voor ogen had.

Wat het onderzoek van Partners+Pröpper wel duidelijk heeft gemaakt dat er na jaren van praten er nu een keuze gemaakt moet worden. Ben je tegen een herindeling dan moet je ook voor lief nemen dat het gevolg is dat 80% (en meer) van het beleid je opgelegd kan worden via de gemeenschappelijke regelingen waar je zelf nauwelijks invloed op hebt. Ben je op zichzelf niet tegen een herindeling maar vind je het wel van belang dat er voldoende lokale aandacht blijft, maak je dan sterk dat de kernendemocratie eerst wordt opgezet voordat het herindelingsbesluit genomen wordt. Ben je voor een herindeling vergeet dan niet dat ik wel mijn paspoort en rijbewijs gewoon hier om de hoek wil kunnen ophalen; en niet ergens in Cuijk of Boxmeer.

Joël Hendriks, vaste bezoeker van de radenconferenties


Geen opmerkingen: