13 apr. 2017

Arena: 50 jaar getrouwd!

Wim en Marie-Thérèse van Delden–van Kempen vijftig jaar getrouwd met loco-burgemeester Anja Henisch

'Ze staan altijd voor ons klaar



GRAVE - Het is keigezellig aan de Lovendaalsingel. Wim en Marie-Thérèse van Delden zijn vijftig jaar getrouwd en de kinderen en kleinkinderen zorgen ervoor dat ze dat zullen weten ook. Je merkt de ongedwongen sfeer, de hartelijkheid, de vrolijke lach die de kamer, met het prachtige uitzicht op het water en het stadje, opvullen. De liefde voor elkaar overheerst. Alles overdekt met een laag humor. Kortom, een gesprek met alles erop en eraan. Loco-burgemeester Anja Henisch komt met bloemen, felicitaties en een cadeau met emotionele waarde. Marie-Thérèse: “Kijk hier. De handtekening van mijn moeder. Wat had ze een prachtig handschrift, hè?” De replica van de huwelijksakte valt zeer in de smaak.
Marie-Thérèse van Kempen

Marie-Thérèse is geboren in Nijmegen. Haar vader was slager: “Na de huishoudschool ging ik meteen in de winkel helpen. Mijn vader was ziek en dan wist je gewoon dat je moest helpen. Het gezin van Kempen telde, naast vader en moeder, zes zussen en één broer. Ik was de middelste. Het was best hard werken. Van maandagochtend tot en met zaterdagmiddag. Vooral de apparatuur zoals de snijmachine moest telkens schoongemaakt worden. Na het sluiten van de winkel. Dus het was ook nog lang werken. En toch was het een fijne jeugd, die helaas overschaduwd werd door het dodelijk ongeluk dat mijn zusje overkwam. Ik was erbij. Zag het. Die beelden zitten nog steeds in mijn hoofd. Maar we moesten wel door. Uitgaan was er in die tijd niet bij. Op zondag werd er soms een eindje gefietst. Met twee fietsen voor acht personen was dat dus niet vaak. Dus werd er gerikt en koffie gedronken. Soms met mijn broer en zijn vriend op de motor rijden. Dat wilde ik ook graag leren, maar mama knikte van “nee”. Waar ze “ja” op knikte waren balletlessen. Ik had er wat van gevolgd en de juffrouw kwam met mijn moeder praten. Ze zei dat ik talent had en het aantal lessen per week stond al snel op iedere dag. Jenny Veldhuis was mijn lerares. Ik heb nog in de Vereeniging en in de Schouwburg gedanst. Het Zwanenmeer herinner ik me nog goed. Boven heb ik nog spitzen liggen. En toen ontmoette ik Wim. Het dansen was voorbij”.

Wim van Delden

Wim schiet keihard in de lach, als ik hem, enigszins beschuldigend toevoeg: “Zozo, Wim. Breker van een carrière”. “Ja, de liefde, hè”.
Wim is ook in Nijmegen geboren. Hij is naar Bemmel naar de Ulo gegaan. Naar Bemmel? “Ja, ik had alle Ulo’s in Nijmegen al uitgeprobeerd. Ik was schijnbaar niet de leerling die ze zochten. Dus ben ik maar naar Bemmel gegaan”. Wim kan er alweer hartelijk om lachen: “Ik had niet zoveel met leren. Dus Bemmel duurde ook wat langer dan ik gedacht had”. Na Bemmel ging Wim bij van Weeghel werken, een bedrijf van caravans, motorboten en aanhangwagens. “In 1961 moest ik in dienst. Na een speciale opleiding vertrok ik naar Nieuw-Guinea. In november 1962 kwam ik terug. Drie jongens in ons peloton zijn er gesneuveld. Van enige nazorg was geen sprake. Ik heb er ook geen last van gehad. Integendeel. De ontstane vriendschappen duren levenslang. Vóór Nieuw-Guinea had ik Marie-Thérèse leren kennen. Op een feestje bij een vriend. Ik was 17 en zij was 15. Het was liefde op het eerste gezicht. Ik heb haar een eindje naar huis gebracht. Dat eindigde met een voorzichtig kusje”. Marie-Thérèse knikt. Met een lieve glimlach.

Naar Grave
Op 11 april 1967 trouwde het paar in Nijmegen. Omdat van Weeghel verhuisde naar Grave, op de plaats waar nu Harrie de Greef zit, besloten Wim en Marie-Thérèse ook naar Grave te verhuizen. Ze kwamen in de Habsburgsestraat te wonen. Marie-Thérèse ging nog iedere dag naar de winkel in Nijmegen: “Om te helpen. En ook door heimwee”. Het paar kreeg drie kinderen. Patrick, Michael en Joëlle. Na 12,5 jaar verhuisden ze naar de Zaalheuvelweg in Velp. Weer 12,5 jaar later namen ze een optie op het huis aan de Lovendaalsingel, waar ze nu nog steeds wonen. Een schitterende plek om te wonen.

Ze maakten zich beiden zeer verdienstelijk in het Graafse leven. Wim: “Ik heb vrijwilligerswerk op de Binckhof en bij Papyrus gedaan. In de Hemelvaartkerk en in de Elisabeth heb ik in het koor gezongen. Ik heb een lange tijd in de zaal gevoetbald bij F.C. De Snip. Ben ook scheidsrechter geweest. In 2006 ben ik Prins Tita XXVIII van Pothuusburg geweest. Natuurlijk heb ik ook de Vierdaagse gelopen. Elf keer. Samen met Marie-Thérèse rijden we voor Tafeltje Dekje”. Marie-Thérèse, door de familie vanwege haar 1.71m “Hupje” genoemd, zorgde dat het de kinderen aan niets ontbrak: “Op maandag was het zwemmen. Ik heb ook volleybal en tennis gedaan. Tafeltje Dekje doe ik al ruim 30 jaar. Verder tuinier ik graag, heb voor de bloemen in de kerk gezorgd en ook in beide kerken in het koor gezongen”.

Prachtige mensen zijn het. Dat vinden ook hun kinderen. Joëlle: “Ik zou me geen andere ouders wensen. Betere zijn er niet”. Patrick: “Ze zijn open en vrij. Vooral ook bezorgd en meelevend”. Michael: “Ze staan altijd voor ons klaar. Als we rond etenstijd komen heeft ons mam gekookt. Ons pap kun je dag en nacht bellen”.

Zoon Patrick is inmiddels opa. Dus Wim en Marie-Thérèse zijn al een tijdje overgrootouders: “Prachtig, hè”, zegt Wim.

Geen opmerkingen: