11 feb. 2017

Quote van de dag 13.: Als het uit de wind houden van bewindspersonen of wethouders dan ook nog de hidden agenda is geworden, leidt dit gemakkelijk tot verkeerde verwachtingen en misleiding van burgers.

Anja Henisch heeft als "patrones" "beschermheilige"  Astrid Floor.
De laatste vergadering reageerde ze steeds als er vragen kwamen over de portefeuille van haar LPG wethouder.


Ben Peters is de "patroon", "beschermheilige" van CDA wethouder van buiten Eric Daandels



Kim Putters helpt in benarde tijden

Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, hield deze week een uiterst actuele Machiavelli-lezing. Hij doet middelen aan de hand waarmee burgers, politici, journalisten en anderen die het goed menen met de democratie zich staande kunnen houden in tijden van waarheidsgeweld.

De Burgerdictatuur
Doorgeprikte Haagse bubbels of staatloos populisme?
Machiavelli-lezing 2017 door Kim Putters (Sociaal en Cultureel Planbureau)

Dames en heren!
Machiavelli was er van overtuigd dat alleen een sterke staat zijn burgers bestaanszekerheid en veiligheid biedt. De systemen in onze politiek, economie en samenleving zitten ons daarbij echter in het huidige tijdsgewricht steeds vaker in de weg. Aangezien we in Nederland in grote welvaart en relatieve veiligheid leven, en gelukkig zijn, is er veel te verliezen. Dat maakt Nederlanders onzeker. Het leidt ertoe dat mensen zich sneller in eigen werelden terugtrekken. Kan er dan nog een goede dialoog over onze gezamenlijke toekomst ontstaan? In een verkiezingsjaar is dat geen onbelangrijke vraag.

Ik neem u mee in mijn kijk daarop, maar ik geef u een ’disclaimer’ vooraf. Mijn verhaal is gebaseerd op feiten, die je verschillend kunt duiden, maar alternatieve feiten bestaan niet. Bij het Sociaal en Cultureel Planbureau brengen we de harde cijfers over ons dagelijks leven in kaart, zoals over werkloosheid, onderwijsprestaties en zorggebruik, maar ook over de vraag hoe Nederlanders zich daarbij voelen. Beide soorten gegevens bepalen ons vertrouwen in instituties en in de toekomst. Ik beschouw het als een dure plicht om u die feiten als spiegel voor te houden.

Onze verwarde wereld
De wereld is namelijk in verwarring. We bevinden ons in de overgang naar een ander type samenleving. Zoals bij de overgang van de boerenmaatschappij, waarin iedereen zelfvoorzienend was, naar de Industriële Revolutie waarin grote bedrijven ook sociale functies op zich namen. Of van de industriële samenleving naar de dienstenmaatschappij, waarin overheden een grote rol op zich namen om kwesties zoals armoede en sociale ongelijkheid aan te pakken. Op dit moment zitten we in de overgang van die dienstenmaatschappij naar een informatiesamenleving, waarin burgers hoger opgeleid zijn en langer leven, maar waarin ook een verwachting bestaat van oneindig veel zelfregie. Dergelijke fundamentele veranderingen gaan zelden zonder conflict gepaard, omdat ze voor velen ook onzekerheid over werk, inkomen en veiligheid aanjagen. Dat speelt ook nu.

Internationaal staan de verhoudingen tussen de Verenigde Staten, Rusland, de Europese Unie en China op scherp. IS brengt terreur. Natuurrampen en oorlogen veroorzaken enorme migratiestromen. De bankencrisis in het financieel-economische systeem is nog niet voorbij. De verschillen in onderwijskansen en werkloosheid tussen hoog- en laagopgeleiden worden niet kleiner. De achterstand van niet-westerse migranten wordt zelfs groter. Dit werkt door in een meer open of gesloten houding naar de samenleving en de wereld bij respectievelijk de winnaars en verliezers van de globalisering. De steun voor de EU, open grenzen, handelsverdragen en immigratie is namelijk veel groter onder hoogopgeleiden dan onder laagopgeleiden. Alhoewel de EU en handel voor brood op de plank belangrijk zijn, worden vrijhandelsverdragen weggestemd omdat ze te weinig zekerheid bieden. Het lijkt in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk inmiddels tot een tegenovergestelde politiek van protectionisme te gaan leiden.

Het populisme in de politiek wordt sterker en leidt bovendien steeds vaker tot het zich afzetten tegen de bestaande democratische rechtsstaat: the rigged system met neprechters en nep-politici. Bij ons krijgt niemand de absolute macht, geen partij haalt de meerderheid van stemmen, maar juist het afzwakken van verkiezingsbeloftes en het regeren via compromissen met politieke tegenstanders leidt tot verzet. Laagopgeleiden voelen zich aan de kant gezet door een hoogopgeleide bestuurlijke elite, die zij op hun beurt vaker via referenda opzij zouden willen schuiven. In hun huidige vorm lijken de referenda echter vooralsnog niet de oplossing te brengen. Ze brengen ons coalitieland, dat met de uitslag ervan geen raad weet, in de kramp.

Kortom: ingrijpende gebeurtenissen buiten en binnen onze landsgrenzen leiden tot verwarring. Als het de staat niet lukt om daarop echte antwoorden te bieden ontmoeten we verwijdering waar we zochten naar verbinding.
Zijn de verschillen tussen groepen nog wel overbrugbaar?
Steeds meer mensen kijken en luisteren naar media die hun eigen opvattingen en zorgen bevestigen, al bereiken het NOS journaal en RTL nieuws nog wel de verschillende lagen in de bevolking. 

In de VS is dat al lang niet meer het geval. Sociale media versterken door dominante algoritmes de eigen nieuwsgaring nog meer, waardoor de gescheiden werelden nog verder uit elkaar drijven. Hoog en laag opgeleid kijkt naar verschillende TV-programma’s, leest verschillende kranten en heeft verschillende politieke voorkeuren. Mensen die aangeven VVD, D66 of GroenLinks te willen gaan stemmen lezen vaker NRC en kijken vaker naar Buitenhof en Pauw dan de stemmers op bijvoorbeeld PVV, SP en 50Plus. Zij consumeren vaker de Telegraaf, Hart van Nederland en Editie NL.

Velen zitten daar tussenin, wat het ook allemaal weer enigszins relativeert, maar er bestaan gescheiden werelden. Onder Turkse en Marokkaanse jongeren heerst zelfs een fors wantrouwen naar Nederlandse media, onder andere vanwege het verschil in aandacht tussen aanslagen in Istanbul of Brussel. Dat voedt zelfs complot denken. Zij zoeken geheel eigen kanalen, zoals Arabische zenders en eigen sociale media.

We hebben zo steeds meer contacten in steeds minder tijd en vooral met gelijkgestemden. Geavanceerdere selectiemogelijkheden maken het mogelijk om die gelijkgestemden te vinden buiten de eigen kring. Dat wordt dus versterkt door het gebruik van sociale media, maar ook door bijvoorbeeld de flexibilisering op de arbeidsmarkt en in het onderwijs. Dit beeld is voor sommigen het paradijs op aarde: meer zelf kiezen, met behulp van technologie de regie over je leven houden en combinaties kunnen maken van werken, leren, zorgen, de liefde bedrijven, entertainment aanklikken en goede doelen steunen. Je moet het alleen wel kunnen bijbenen, je weg er in kunnen vinden, de vaardigheden ervoor hebben en tegen stress en onzekerheid bestand zijn.

Waar de maatschappelijke scheidslijnen lange tijd vooral gingen over de have en have nots in onze samenleving, dus tussen diegenen met een hoge versus een lage opleiding, een hoog versus laag inkomen of diegenen met veel of weinig politieke macht, gaat het naar de toekomst veel meer over de can en cannots. Dat wil zeggen: kun je met je werk of opleiding je weg nog vinden in de snel veranderende samenleving? Ben je ermee geholpen? Heb je toegang tot de juiste netwerken en media? Voor de steeds hoger opgeleide, gezonde en vitale Nederlander geen probleem, maar voor iemand met een lager IQ, die eenzaam is, een kleine beurs heeft, op etnische achtergrond wordt gediscrimineerd of die een gezondheidsbeperking heeft, toch een stuk lastiger. Het verschil wordt minder overbrugd en spanningen nemen toe.

Samenvattend: gescheiden werelden zijn niet altijd zichtbaar en wie zich erin bevindt, klimt daar niet snel weer uit. Tijdelijke verwijdering kan leiden tot permanente isolatie, met alle individuele en maatschappelijke gevolgen van dien. Een toename in informatie gaat niet voor iedereen gepaard met een toename in kansen. Hoe gaan we om met die sterker gescheiden werelden of ‘bubbles’? Ik stel mij een vier-stappenplan voor: herken de bubble, ontrafel hem, stel hem ter discussie en ga weer met elkaar in gesprek.

Stap 1: herken de bubble
Het begint ermee de bubbles te herkennen. Pas dan kun je er begrip voor ontwikkelen of ze doorprikken. Door de zojuist geschetste gescheiden werelden van hoog en laagopgeleiden, maar ook tussen mensen met en zonder een migratie-achtergrond, vindt er afzondering plaats. De achterblijvers zijn herkenbaar aan een slechtere positie op de arbeidsmarkt, meer pessimisme, ander mediagebruik en andere stemvoorkeuren. Deze gescheiden werelden vertalen zich ook naar bubbles in de politiek, het beleid en de media.
Politieke bubbles richten zich in toenemende mate op één groep of deelbelang, zoals de ouderen, de moslims, de jongeren of de ondernemers. Alles wordt geframed vanuit het belang van die groep, wat gemakkelijk populisme aanwakkert. Bij herhaling worden achterstelling en de ’verkeerde kant van de scheidslijn’ benadrukt. Dat er na verkiezingen belangen moeten worden gedeeld blijft achterwege, wat het wantrouwen voedt als de beloften aan die ene groep niet waargemaakt kunnen worden.

Beleidsbubbles ontstaan als college- en regeerakkoorden leiden tot tunnelvisies en het beperkt open staan voor nieuwe inzichten of voor hoe mensen beleid ervaren. Als het uit de wind houden van bewindspersonen of wethouders dan ook nog de hidden agenda is geworden, leidt dit gemakkelijk tot verkeerde verwachtingen en misleiding van burgers. Wat zijn immers nog de echte bedoelingen van het beleid?

Daarnaast zijn er de vele deskundigen en opiniemakers die onze meningen sturen. De deskundigen-bubbles veroorzaken regelmatig papegaaigedrag. Hun verhalen zingen rond in TV- programma’s, kranten en de politiek, soms zonder fact-check. Nieuws genereert steeds sneller hetzelfde nieuws. Dat heeft weinig met ideologie of wetenschap te maken, eerder met aandacht en commercie.
Hype-bubbles in de media zijn vooral gebaseerd op sentimenten en beelden. Deze zijn vaak negatief getint, waardoor alles wat er goed gaat irrelevant wordt.

De ‘boze witte man’ is er zo een. Het is een frame dat niet geheel met de werkelijkheid overeenkomt. Met Make America Great Again bood Donald Trump veel Amerikanen ook een perspectief op betere tijden. Het electoraat in Nederland loopt ook niet massaal boos over straat, maar heeft wel behoefte aan zekerheid. Het beeld van de boze witte mannen verscherpt de polarisatie.
Deze bubbles kunnen stuk voor stuk leiden tot ondermijning van de wetenschap, van het algemeen belang, van de controle van de macht en van de democratische rechtsstaat.

Stap 2: ontrafel de bubbles
In navolging van Alex Brenninkmeijer, onder meer in zijn Multatulilezing, probeer ik te ontrafelen hoe de bubbles de gescheiden werelden versterken.
Ten eerste is er de neiging tot het opdelen van de werkelijkheid, bijvoorbeeld door sommige feiten te belichten en andere niet. Noem het cherry picking. De claims op beleidssuccesjes door bewindslieden zijn er vaak een voorbeeld van. De oppositie doet exact het tegenovergestelde. Zo is de daling van werkloosheid een succes, maar het verschil tussen hoog- en laagopgeleiden wordt niet kleiner. De armoedecijfers lijken iets te dalen, maar als je het over een langere periode bekijkt dan zie je dat ongeveer 600.000 duizend mensen langdurig in armoede zitten. Het is maar welk cijfer je benadrukt. Het is mede aan de wetenschap en de journalistiek om de feiten in evenwicht en door de tijd heen te laten zien. De dagelijkse werkelijkheid wordt door burgers namelijk vaak heel anders ervaren dan politici en bestuurders doen voorkomen.

Ten tweede is er framing, bijvoorbeeld via tweets en social media, waar een gecompliceerde werkelijkheid een korte slogan wordt. Politici maken steeds meer gebruik van Twitter en Facebook. Niet alleen de Amerikaanse President, maar ook Nederlandse politici zoals Rutte, Timmermans, Wilders en Baudet. Het kan de polarisatie aanzetten. Neprechters, kwade elementen die ons land binnenstromen, de oorlog die uitbreekt als we niet voor het lidmaatschap van de EU zouden zijn, en pleur toch lekker op. Er zijn vele voorbeelden. Mensen praten erover, omdat er herkenning ontstaat vanwege bijvoorbeeld dreigend ontslag, discriminatie of gevoelens van onveiligheid.

In de Nederlandse verkiezingscampagnes hadden we frames zoals ʻU draait en u liegt’ in de strijd tussen Jan Peter Balkenende en Wouter Bos en ʻHet eerlijke verhaal’ van Diederik Samsom. Ook de uitspraak ʻDoe eens normaal man’ van Geert Wilders en de reactie van Mark Rutte vormden sterke frames.

Een variant is de zogenaamde storytelling. De ‘Puinhopen van acht jaar Paars’ was zo’n verhaal. Ook het combineren van ongelijksoortige feiten, zoals het tegenover elkaar zetten van meer investeringen in ouderenzorg aan de ene kant en uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking aan de andere kant leidt tot een frame, namelijk dat met het geld voor ontwikkelingssamenwerking de problemen in de zorg opgelost zouden kunnen worden. Dat is feitelijk onjuist, omdat in ontwikkelingssamenwerking veel minder geld omgaat, maar het verhaal zingt rond en kan leiden tot electoraal gewin en een handige boosheid tegen de heersende elite.

Ten derde worden boodschappen veelvuldig herhaald. De kracht van de herhaling is niet te onderschatten. Ze kunnen een self-fullfilling prophecy worden (denk aan nepnieuws en leugens) of een beeld versterken. In de Amerikaanse presidentsverkiezingen kwam dit veelvuldig voorbij, zowel vanuit het kamp van de Democraten als bij de Republikeinen. Grab ‘em by the pussy en Lock her up zijn krachtige verhalen gebleken die bleven rondzingen over Donald Trump en Hillary Clinton.

Hetzelfde geldt voor de herhaalde boodschap dat we in een generatieoorlog terechtkomen. Uit onderzoek naar culturele veranderingen in ons land blijkt dat veel ouderen hebben begrip voor jongeren die nauwelijks pensioen opbouwen door al hun flex werk, maar ook dat jongeren begrijpen dat ouderen verwachtingen hadden over hun oude dag en bevreesd zijn over hun oplopende zorgkosten. Dat wederzijdse begrip is eerder de basis voor een dialoog tussen generaties over de vormgeving van pensioen, zorg en studie dan voor een oorlog. Polarisatie levert echter meer electoraal succes op, maar drijft ons intussen weg van toekomstbestendige oplossingen.

Ten vierde zien we het selectief gebruik van wetenschappelijke kennis. Als je het wilt hebben over welvaart en welbevinden, dan verdienen de economische modellen aanvulling met sociologische inzichten en disciplines die ons completer doen begrijpen hoe mensen hun kwaliteit van leven ervaren. Zo is het effect van de introductie van leerrechten op de baankansen van lageropgeleiden wel door te rekenen, maar niet goed te doorgronden zonder te begrijpen dat informeel leren op de werkvloer voor hen belangrijker is dan terug naar de schoolbankjes te gaan. Als het scholingsaanbod zich daar niet op aanpast slaat het doorgerekende beleid de plank mis. Mono- disciplinariteit kan dus een keurslijf worden. Als politici hun keuzes vervolgens op modellen gaan richten, dan kan dat ʻwegdrijven van de werkelijkheid’ tot gevolg hebben.
Kortom, we reduceren de complexe werkelijkheid tot iets behapbaars, maar wie breekt daarbij nog door bubbles heen en houdt het algemeen belang in de gaten?

Stap 3: stel je eigen bubble ter discussie
Noblesse oblige. We moeten ons in de media, de politiek, het beleid en de wetenschap veel meer openen voor anderen. Niet door ons te verschuilen achter instituties, maar door zelf over schuttingen te kijken. We moeten meer doen om elkaar te helpen begrijpen hoe de wereld werkt.

Wetenschappers kunnen meer middenin de samenleving gaan staan. Een kenniscoalitie deed een goede poging met de Nationale Wetenschapsagenda en onlangs pleitten José van Dijck en Wim van Saarloos van KNAW en NWO voor onafhankelijke maar ook meer maatschappelijk betrokken wetenschap. Dat vraagt om methodologische innovaties, waardoor ervaringskennis van burgers beter tot zijn recht komt, maar ook om over de grenzen van de eigen discipline heen te kijken. Wetenschappelijk gezag vraagt om openheid over de manieren waarop wetenschappers hun inzichten verwerven en om dialoog met de samenleving. Ook de planbureaus werken hieraan, door hun perspectieven vaker bij elkaar te leggen. Ze zouden ook vaker aan fact checking richting het beleid en media kunnen doen. Noem het knowledge management.

Journalisten zouden hun vakmanschap moeten versterken: hoor- en wederhoor weer zichtbaar maken, on- en offline. Ik zie de onafhankelijke media als pijler van onze democratie. Dat vraagt om een aanwezige pers, ook lokaal. Het vraagt daarnaast om bijvoorbeeld het invoeren van een bias-check, zoals Jeannet Vaessen van Women Inc dit onlangs in de Volkskrant bepleitte.

Onafhankelijkheid moet je immers steeds opnieuw bewijzen door ervaringen van mensen te checken en niet enkel op incidenten of geluiden van politici te reageren. Laat andersdenkenden vaker aan het woord. Gebruik meer inzichten vanuit bijvoorbeeld de wetenschap, om nepnieuws te ontkrachten. Ik juich een serie als ʻDe Kloof, die EenVandaag met het CBS maakt over de gescheiden werelden in ons land dan ook toe.

Politici en beleidsmakers hebben meer tegenwicht nodig in de besluitvorming. 

Ze kunnen nieuwe combinaties - beter doordacht dan de referenda van nu - van representatieve en participatieve politieke democratie mogelijk maken. Ook in de maatschappelijke democratie kunnen samenwerkingsverbanden, zoals coöperaties en vormen van inspraak, bijdragen aan kritische tegenmacht.

Gelukkig zien we dat sociale partners en andere maatschappelijke organisaties met toekomstvisies komen, bijvoorbeeld over de onderkant van de arbeidsmarkt of de ouderenzorg. Niet alles is politiek, maar de politiek gaat over alles.

Leiders van maatschappelijke organisaties kwamen lange tijd met politici samen in ons poldermodel, waarbij nu eens de een en dan weer de ander wat meer binnenhaalde, volgens het principe van verdelende rechtvaardigheid. Dit is steeds lastiger binnen de bestaande instituties. Hoeveel vertrouwen kun je er immers in hebben dat jouw belangen meetellen als je buiten een CAO, zorgverlofregeling of leerrecht valt en je je niet vertegenwoordigd voelt? 

Daarom moeten ook jongeren, ZZP-ers of mantelzorgers worden betrokken. Zij vormen een steeds groter deel van onze economie en samenleving, maar hebben nog te weinig spreekrecht binnen de instituties.
Een instituut als de Sociaal-Economische Raad betrekt hen inmiddels wel en organiseert vaker van binnenuit de dialoog. Daarnaast zien we bijvoorbeeld de regionale pacten die Doekle Terpstra tussen werkgevers, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties probeert te smeden. 

Of het project dat Marco Pastors leidt op Rotterdam Zuid, waar op wijk- en buurtniveau de kokers worden doorbroken om de echte problemen van mensen aan te pakken. Of het manifest van Hugo Borst en Carin Gaemers om de kokers in de ouderenzorg te doorbreken. Komend weekend vindt er op Nyenrode een hackathon plaats met vijftig jonge denkers die zich 24 uur lang over een nieuwe, creatieve aanpak van sociale kwesties buigen. Het wordt tijd!

Stap 4: naar nieuwe sociale dialoog
Er zijn namelijk nieuwe wegen. Arnon Grunberg schreef zaterdag 28 januari jl. in de Volkskrant: ‘Als agenten en rechters het onderscheid tussen waarheid en leugens niet maken, functioneert het rechtssysteem niet. Als kiezers dat onderscheid niet maken dan functioneert de democratie niet. Journalisten en intellectuelen zouden juist nu burgers moeten leren om leugens van waarheid te onderscheiden.’ Ik ben het met Grunberg eens dat journalisten en wetenschappers de samenleving handvatten moeten aanreiken om weer te leren feiten te controleren, waarheden te zoeken en eigen opvattingen ter discussie te stellen. En om groepen te blijven zien die zelf niet vooraan staan.

We moeten dus de bestaande checks and balances in media, wetenschap, politiek, beleid en samenleving beter benutten en nieuwe zien te vinden om verschillen tussen groepen te overbruggen. Het begint al bij ouders en docenten die kinderen de vaardigheid leren om naar de waarheid op zoek te gaan, daarbij verschillende bronnen te gebruiken en zo een eigen mening te vormen. Ze moeten bijvoorbeeld de Facebook-bubbles leren doorprikken.

Nieuwe leiders moeten bovendien opstaan om hierin het voorbeeld te geven. Dat geldt op het wereldtoneel, maar ook nationaal en lokaal. Rob de Wijk schrijft in zijn nieuwe boek De nieuwe revolutionaire golf: waarom burgers zich van hun leiders afkeren dat de kernvraag voor huidige en toekomstige leiders is hoe het sociale contract voor gedeelde welvaart, veiligheid en identiteit te herstellen. De instituties kunnen niet meer zonder leiders die dat zelf uitdragen en die de belangen van de winnaars en verliezers van onze huidige tijd weten te verbinden.

Ik begon deze lezing niet voor niets met Machiavelli, die stelde dat een sterke staat zijn burgers bestaanszekerheid biedt. Dat lukt steeds minder, mede omdat media, politiek, beleid en wetenschap soms vastgeroest lijken in hun frames. Dit vormt een groter gevaar voor een vrije samenleving dan de verkiezing van populisten. 

Als het niet lukt om te komen tot een nieuw sociaal contract, ontstaat het risico van staatloos populisme, dat wil zeggen de ʻwil van het volk’ die geen pluralisme en tegenspraak duldt en die onafhankelijk onderzoek, vrije journalistiek en rechtspraak betwist. 

Bij democratie hoort een dialoog tussen meerderheden en minderheden of tussen mensen met ʻmainstream’ opvattingen en mensen met andere opvattingen. Zonder die dialoog bewegen we in de richting van een vorm van burgerdictatuur. 

Dan heeft het volk niet van de elite gewonnen, en staat het uiteindelijk met lege handen.
Ik eindig hoopvol. Onlangs zat ik in de jury van de jonge ambtenaar van het jaar. De jonge ambtenaren zoeken burgers op, verlaten de vergaderzalen, boren alternatieve kennisbronnen aan, organiseren tegenspraak en vliegen maatschappelijke vragen niet alleen binnen een politiek gestuurde koker aan. De winnaar van de jonge ambtenaar van het jaar 2017, Teun Meulenpas van de provincie Noord Brabant, maakt beleid samen met wetenschappers, burgers en politici. 

In begrijpelijke taal. Rekening houdend met ieders belangen. Gebruik makend van alle beschikbare kennis. Grote beloften die niet kunnen worden nagekomen bedreigen uiteindelijk het sociale contract onder onze samenleving. Den Haag heeft dus veel meer Teun nodig.

Geen opmerkingen: