29 jan. 2017

Grave Politiek. Harry Daudt schrijft al in 2015 over fietsenchaos bij Stadhuis.

Fietsenstalling………mij een zorg

Ooit wel eens gefietst? Die vraag is aan geen dovemans oren gericht. Wij Nederlanders zijn een fietsend volkje; we hebben er vaak - klinkt ongelooflijk - meer dan éém..
Nut en gezondheid gaan, met zo’n vehikel, hand in hand. Ja toch? Fietsenwinkels en fietsbrochures staan vol met fietsen; in allerlei kleuren, soorten en maten en voor allerlei doelen: een stadsfiets, boodschappenfiets, kindervervoerfiets, kinderfiets, snorfiets, ligfiets, ATB-fiets en racefiets. De uitvinder van de fiets zou - van pure blijdschap - uit zijn graf opstaan, misschien zelfs springen, omdat zijn ‘uitvindsel’ (eind 1770) niet alleen zo’n grote vlucht heeft genomen, maar ook omdat het rijwiel nu in zoveel materialen (zelfs hout) wordt uitgevoerd en er zoveel technische snufjes - in de loop der tijden - aan zijn toegevoegd.
Fietsen was toentertijd bijna lopen; loopfiets de benaming. Alleen de ‘hogere stand’ kon zich zo’n vélocipède, bicyclette veroorloven; er kwam heel wat vindingrijkheid, handwerk en materiaalkennis bij kijken. Ook nu blijkt de fiets een kostbare aankoop; zelfs de fiets ‘voor dagelijks gebruik’. Blikt u maar eens door de spiegelruit van onze Graafse fietsverkopers; een paar honderd euro is niets. Maar of we er nu zo zuinig mee omspringen? Of we de waarde uit het oog verliezen met het vorderen van de leeftijd van ons karretje?
Nu stalde ik mijn fiets - noodgedwongen - enkele malen bij de plaats waar ooit het busstation de toegang tot ‘Oud-Grave’ sierde. Alle roestvrijstalen beugels die onze ‘stalen rossen’ – voor enige (school/kantoor)tijd – moeten ondersteunen waren aan weerszijden: bezet. Ik schrok van de vaak verroeste en soms afgeragde staat waarin de rijwielen zich bevonden; het zal je fiets of die van je dochter of zoon maar zijn? Ook trof ik slechts een wiel, vastgeklonken aan een beugel.
Tot mijn verbazing was er een overdekte stalling, die me half lege rekken toonde en gele borden, die me over de openingstijd vertelden; waarheidsgetrouw? Architectonisch paste die stalling wonderwel bij het gebouw, dat behalve huisvesting biedt aan ons ambtenarencorps, de Woningstichting en ook het BHIC, waar je je (Brabantse) afkomst kunt zoeken en soms vinden. Bij een nadere inspectie van deze stalling, moet ik toch wel opmerken, dat het er daar - in het aanzicht van onze burgervader - mistroostig uitziet.

Een klein kantoortje, links van de ingang, moest schijnbaar ‘een stop voor buschauffeurs’ voorstellen; schots en scheef stonden er wat stoelen, desolaat. Een klein peertje bracht nog wat kunstlicht in de duisternis. Is het geen voorstel deze overdekte fietsenstalling ‘in ere te herstellen’? Misschien ook een zinnig brok(je) werkgelegenheid? Betaald toezicht? Werk(plaats)ervaring voor jongeren?
Harry Daudt

Geen opmerkingen: