2 apr. 2014

Vragen aan het college: Is de Graafse WMO raad lid van de landelijke koepel? Heeft de burgerparticipatieraad ook een advies gegeven op het concept beleidsplan “Transformatie AWBZ naar Wmo” deel II ?

Deze vraag wordt aan de griffier voorgelegd.

Onderstaand is een deel uit het officiële stuk waar op gereageerd kan worden. Via de gemeentelijke website te lezen.

2.8 Actiepunten college van burgemeester en wethouders 

 De regionale visie op welzijn is de basis voor afspraken met de lokale welzijnsorganisaties over het faciliteren en coachen van vrijwilligersorganisaties en algemene instellingen gericht op een bredere toegankelijkheid van hun aanbod. 
 Gemeenten, vrijwilligersorganisaties en (sport)verenigingen maken samen afspraken met professionele organisaties over de ondersteuning van vrijwilligers. 
 We maken afspraken met de zorgverzekeraar over hoe we samenwerken in de wijk. Alleen zo zijn goed afgestemde en integrale arrangementen te maken. 
 Met de zorgprofessionals uit de tweede lijn maken we afspraken over de ondersteuning van de aanbieders van dagbesteding nieuwe stijl in de eerste en tweede lijn. Bijvoorbeeld deskundigheidsbevordering, consultatie en crisisinterventie. 
 Met de huidige AWBZ-aanbieders maken we afspraken om in de overgangsperiode te gaan werken volgens de Wmo-systematiek. 
 Gesubsidieerde instellingen krijgen de opdracht om ruimte te bieden aan mensen met een beperking, waar nodig krijgen zij daarbij ondersteuning. 
 Integrale aanpak vanuit Wmo en Participatiewet is nodig om het voor de burger mogelijk te maken om in een continue lijn door te ontwikkelen. Variëteit in vormen van (arbeidsmatige) dagbesteding is belangrijk. 
Draagvlak creëren bij wijk- en dorpsraden, verenigingsleven, vrijwilligersorganisaties en andere maatschappelijke organisaties voor de nieuwe rol en taak die op hen afkomt. 
 Draagvlak creëren bij professionele organisaties die veel met vrijwilligers werken, (bibliotheek, culturele centra) om ook vrijwilligers met een beperking in te zetten. Die organisaties daarvoor de ondersteuning bieden die nodig is. 
 Zorgvuldig beoordelen welke vervoersbewegingen gecombineerd kunnen worden, dus rekening houden met beperkingen en mogelijkheden van de gebruikers van het vervoermiddel. 
 Samen met welzijnsorganisaties kijken naar de mogelijkheden om vrijwilligersvervoer mogelijk te maken. 
 We verbeteren regionaal de informatie overdracht tussen Regiotaxi en consulenten, zodat we maatwerk leveren en bovenmatig gebruik van de Wmopas voorkomen. 
 We onderzoeken binnen de GR KCV8de rol en functie van de Regiotaxi als aanvulling op het reguliere OV en zo meer maatwerk mogelijk te maken. 
Herindiceren van alle gebruikers van de vervoersvoorzieningen (inclusief Wmo-pashouders) op basis van de nieuwe uitgangspunten. 

Geen opmerkingen: