27 mrt. 2014

Fractieoverleg KEERPUNT 2010: Geen duidingsdebat en geen nieuw soort bestuursakkoord!



Anja Henisch trekt nu aan de touwtjes!

Hoogstwaarschijnlijk krijgt de meerderheid van de Graafse stemmers die kozen voor het CDA, VPGrave en Keerpunt 2010 en dus voor herindeling niet het college dat daar voor gaat. 

De gesprekken in de befaamde achterkamertjes sturen aan op voortzetting van het huidige college van winnaar LPG en verliezers CDA en VVD. Wel in een andere samenstelling van wethouders. Anja en Eva?

A.s. maandag gaan we binnen Keerpunt 2010 wel een duidingsdebat voeren en praten over onderstaand voorstel. In gesprekken met collega's willen we dit inbrengen. 

Misschien weten we dan ook meer over de voortgang van de "onderhandelingen". We hadden graag mee geregeerd maar we verwachten dat we  weer gedwongen worden oppositie te voeren. 

Gehoord in Grave tijdens de Graveon Algemene Ledenvergadering: "Ze dronken een plas en alles bleef zoals het was".  "De coalitie is dood, lang leve de coalitie".

Prof. Bogers schreef:

Het is tijd voor een nieuw soort bestuursakkoord, waarin behalve de coalitiepartijen ook de plaatselijke samenleving wordt betrokken.


De verkiezingsuitslag geeft straks geen expliciet mandaat voor de nieuwe colleges. De helft van de kiezers is niet komen stemmen en de andere helft heeft zich vooral laten leiden door landelijke politieke overwegingen. Het bestuursakkoord kan daarom nauwelijks de directe vertaling zijn van wat kiezers voor hun gemeente belangrijk vinden. Bovendien zijn de partijprogramma’s die de basis vormen voor zo’n bestuursakkoord, opgesteld door een handjevol actieve leden van een politieke partij. 

Gebruikelijk neemt de winnende partij na de verkiezingen het initiatief voor de collegeonderhandelingen. Er volgen uitvoerige informatie- en consultatierondes. De partijen die met elkaar de meeste van hun programma­punten kunnen realiseren, gaan aan de slag met een coalitie- of bestuursakkoord, meestal met ondersteuning van enkele strategische adviseurs uit de ambtelijke organisatie.

De politieke logica is hierbij leidend: over onderwerpen waarover politieke onenigheid bestaat, worden heldere afspraken gemaakt. Of er wordt met een uitruil van programmapunten een lijst van beleidsdoelstellingen gemaakt waarin elke partij zich uiteindelijk kan herkennen. Hoe meer coalitiepartijen, des te abstracter de doelstellingen en des te groter de afstand tot de inwoners.
‘Hoe meer coalitiepartijen, des te groter de afstand tot de inwoners’
Niet alleen heeft de lokale politiek een kleiner anker in de bevolking, ook heeft de lokale democratie te maken met andere soorten partijen. Het bestuurs­akkoord anno 2014 valt alleen te realiseren met medewerking van inwoners, instellingen, bedrijven en organisaties. Zeker omdat de gemeente voor haar nieuwe taken zal appelleren aan de ‘samenredzaamheid’  van inwoners.

Nagenoeg elk bestuursakkoord zal straks een beroep doen op de inzet van vrijwilligersorganisaties, sportclubs of bedrijven. Maar als dat gebeurt op de traditionele manier, zijn die maatschappelijke partners op geen enkele manier betrokken geweest bij het opstellen van de beleidsvoornemens.

De totstandkoming en inhoud van bestuursakkoorden doen dan weinig recht aan de veranderde politieke en maatschappelijke verhoudingen.

Het is tijd voor een nieuw soort bestuursakkoord, waarin behalve de coalitiepartijen ook de plaatselijke samenleving betrokken wordt.

De uitdaging voor de politiek is om de maatschappelijke partners de bestuurlijke agenda mee te laten bepalen en met hen afspraken te maken over de uitvoering. in het model dat wij voor dit proces voorstellen, wordt het bestuursakkoord - beter: een stads- of gemeenteakkoord - in drie ronden opgesteld. 

De eerste ronde is een brede maatschappelijke conferentie waarin de deelnemers de belangrijkste thema's bepalen. Welke onderwerpen vergen afspraken en wat zijn de opvattingen hierover inde samenleving?

De raad bepaalt welke organisaties hiervoor worden uitgenodigd, zoals belangengroepen van wijk- en dorpsbewoners, ondernemers, zorgbehoevenden, mantelzorgers, sportverenigingen en maatschappelijke instellingen.

De variatie is denkbaar dat individuele inwoners de agenda van de toekomst helpen opstellen.

In de tweede ronde geven de coalitiepartners hun partijpolitieke inkleuring aan de belangrijkste gemeentelijke opgaven.

De laatste ronde omvat de afspraken met de maatschappelijke partners over hun bijdragen, rollen en taken.

Vervolgens komt er een contract met de samenleving.

Bron: Marcel Boogers en Roel Wever (BMC)

Geen opmerkingen: