7 feb. 2014

Nog 41 dagen: Mariken Leurs, plv. Directeur Sport bij VWS over sport, gezondheid en ouderen.

P.S. Keerpunt 2010 wil graag het initiatief nemen om in Grave sport en senioren met elkaar in contact te brengen. We zullen oud-Gravenaar Mariken Leurs dan haar visie vragen!

De vraag van… Jeroen Straathof, oud-voorzitter Atletencommissie NOC*NSF, oud-topschaatser

Aan… Mariken Leurs, plv. directeur Sport van het Ministerie van VWS
De vraag
Vanaf medio 2013 ben je werkzaam als plaatsvervangend directeur bij de directie Sport van het Ministerie van VWS. Daarvoor was je hoofd van het RIVM Centrum Gezond Leven (CGL). Hoe kijk jij na ruim een half jaar in je nieuwe functie bij VWS aan tegen de wereld van de sport? Op welke terrein winnen we veel met sport?






Het antwoord


Beste Jeroen,

Wat leuk dat je dit vraagt! De wereld van de sport is niet helemaal nieuw voor mij. Mijn professionele carrière ben ik ooit gestart als campagnemedewerker sport & bewegen bij NOC*NSF. Zes jaar lang heb ik vanuit Papendal meegewerkt aan sport- en bewegingsstimulering in eerste instantie gericht op 55–plussers. De introductie van 'Sportief Wandelen in Nederland' en het tv-programma 'Nederland in Beweging!' dateren van die periode. Samenwerking in PPS-constructies met bedrijven en fondsen verbreedde mijn wereld. Echter, landelijk kun je van alles bedenken, lokaal werkt het erg verschillend ontdekte ik toen. Daar wilde ik meer van weten.

Toen ik NOC*NSF verruilde voor een promotietraject bij de GGD Zuid-Limburg (begin 2002) was de focus van NOC*NSF primair gericht op de ondersteuning van haar leden, de sportbonden. Het NISB was net opgericht en had de bewegingsstimuleringsrol van NOC*NSF overgenomen. Aandacht voor gezondheid en de maatschappelijke waarde van sport en bewegen leek ver weg bij NOC*NSF.

Waarom deze terugblik zul je misschien denken als je me vraagt naar het heden? Toen ik afgelopen voorjaar nog vanuit mijn vorige functie aanschoof bij de slotsessie van Olympisch Vuur vond ik het erg bijzonder om van de voorzitter van NOC*NSF te horen dat sport ook bijdraagt aan een betere gezondheid. Dat leek vijftien jaar geleden nog vloeken in de kerk op Papendal. Ik ben dan ook aangenaam verrast over de ontwikkeling die de wereld van de sport het laatste decennium heeft doorgemaakt.

Terwijl ambtenaren sport zowel lokaal als landelijk in het verleden nog op een soort eilandje leken te opereren, is het tegenwoordig vrijwel ondenkbaar dat sportbeleid geen rol speelt in het lokale gezondheids- en welzijnsbeleid. Ook bij onderwijs, ruimtelijke ordening en economie staan sport en bewegen steeds vaker op de agenda. Van de investeringen samen met gemeenten in buurtsportcoaches en gezonde scholen verwacht ik veel winst!

Sport en bewegen is voor velen leuk om te doen, het levert veel op en ook met weinig middelen is veel mogelijk. Dit sluit aan bij een andere aangename verrassing: op het landelijke budget voor (top)sport en bewegen was in tegenstelling tot veel andere beleidsterreinen niet bezuinigd. Sterker nog, ten opzichte van vijftien jaar geleden is het budget zelfs ontzettend toegenomen! (ziehier).

Maar hoe je sport en bewegen dan effectief en efficiënt kunt inzetten in de diverse beleidsterreinen, daar verschillen de meningen nog wel eens over. Goed daarom om te zien dat ook in de sportwereld de aandacht voor ‘weten wat werkt’ toeneemt. Hierin loopt de sportwereld nog wel wat achter op bijvoorbeeld de wereld van de jeugdzorg.

Voordeel van achterlopen is dat je zelf niet alle wielen opnieuw hoeft uit te vinden en een aantal valkuilen kunt vermijden. Tenminste als je wilt leren van andere domeinen. Als hoofd van het RIVM Centrum Gezond Leven was ik daarom blij dat ook het NISB aansluiting zocht bij het erkenningstraject interventies. Dit traject is afkomstig uit de jeugdzorg en later verbreed naar de jeugdgezondheidszorg en de gezondheidsbevordering.

Omdat publieke middelen de laatste jaren steeds schaarser zijn geworden is het in toenemende mate van belang om de gelden zo in te kunnen zetten dat ze ook daadwerkelijk effect (kunnen) hebben. Het is niet altijd gemakkelijk om ‘hard’ aan te tonen dat het effect van dit ene project is dat meer mensen daadwerkelijk (meer) zijn gaan sporten én gezonder zijn geworden. Je komt in de sport nu eenmaal niet veel laboratoriumsituaties tegen waarin een-op-een advisering en begeleiding plaatsvindt. Kennis over menselijk gedrag en beïnvloedende factoren is daarom van belang om beter te snappen of een bepaalde aanpak effect kan hebben en onder welke omstandigheden.

Wellicht wat technisch, maar voor mij gaaf om te zien dat dit denken en de kennis hierover ook in de sportwereld toeneemt. En dan niet alleen op het vlak van sportparticipatie, blessurepreventie en bewegingsstimulering maar ook in de topsport via bijvoorbeeld de Innosportlabs en Topsport Topics. Ja, ik hebben inmiddels ook weer veel nieuwe mensen en ontwikkelingen in de sport leren kennen. Inspirerend!

‘Op welke terreinen winnen we veel met sport?’ was je tweede vraag. Het brandt op m’n lippen om die vraag aan (para)lympisch kanshebbers als Sven Kramer, Ireen Wüst en Bibian Mentel te stellen, zouden zij kunnen vertellen wat zeventien miljoen mensen kunnen winnen met sport en bewegen? Ik gun ze echter hun focus van harte en hoop samen met velen dat hun missie in Sochi een groot succes wordt!

Ook op het ministerie van VWS volgen we de prestaties van de Nederlandse topsporters met veel belangstelling zoals je wellicht hebt gemerkt uit onze tweets. Daarnaast hebben we veel oog voor die miljoenen mensen die nooit een olympische medaille halen maar ook veel met sport & bewegen kunnen winnen. Juist in de (lokale) samenwerking zit de kracht. Ik ben dan ook erg benieuwd welke nieuwe verbindingen en krachten het Nationaal Programma Preventie ‘Alles is Gezondheid…’ los gaat maken. Mooi om te zien dat ook diverse sportorganisaties waaronder NOC*NSF, NISB en de VSG hier goed op inhaken.

Een doelgroep die ik het laatste half jaar sinds mijn ‘terugkeer’ in de sportwereld echter nog niet veel tegen ben gekomen zijn de senioren. Gezond het pensioen halen en daarna ook lang zelfredzaam en actief blijven. Als ik kijk naar mijn eigen ouders, beiden 70+, dan beleven zij nog altijd veel plezier aan sportief bewegen. Ook al ben ik allang uitgevlogen, zij zijn nog steeds met veel plezier actief als vrijwilliger bij de vereniging waar ik mijn eerste wedstrijdervaring opdeed: AV Cialfo in Epe. Ik leer daarom graag meer hoe anno 2014 ook deze groep kan (blijven) winnen met sport & bewegen. Mijn vraag is daarom voor oud-topschaatser Carl Verheijen. Hij is na zijn studie geneeskunde directeur geworden van een groot gezondheidscentrum in Nijkerk. Juist vanuit zijn huidige ervaringen in de lokale gezondheidszorg, ben ik extra benieuwd naar zijn boodschap aan de sportwereld.



Geen opmerkingen: