18 feb. 2014

Nog 29 dagen: insprekers: bijdragen van onze insprekers. Deltaprogramma Rivieren en Hof van Esteren.

Leo aan het woord

Deltaprogramma Rivieren

Geachte Raad,

U gaat straks praten over het deltaprogramma rivieren. Blijkbaar leeft dit onderwerp niet erg bij u leeft. En dat is jammer. Ik heb maar vijf minuten om u er van te overtuigen dat dit onderwerp voor Grave en het hele Land van Cuijk,in zoverre het onder invloed staat van de Maas, van groot belang is. De ontwikkelingen moeten daarom nauwlettend worden gevolgd en met de bevolking worden gecommuniceerd.

Basis is dat we onze woon- en leefomgeving moeten aanpassen aan de eigenaardigheden van de Maas. Dat hebben we in Nederland verwaarloosd. We dachten met dijken de rivieren wel te kunnen temmen.

Een eskimo past zijn woon- en leefomgeving aan, aan de eigenaardigheden van zijn land. Hetzelfde doet een woestijnbewoner. Zo zouden wij dat ook moeten doen. 

De Maas speelt in onze omgeving een belangrijke rol en die voert soms weinig, maar soms ook veel en erg veel water af. Heel lang hebben wij daar wel rekening mee gehouden, maar op een gegeven moment zijn wij afgestapt van het leven met wisselende waterafvoeren en zijn overgestapt tot het verzetten tegen de gevolgen daarvan. Even kort door de bocht: dijken bouwen en weg probleem. Een van de gevolgen was dat we op onregelmatige tijden te maken kregen met dijkdoorbraken en dus een watersnoodramp. De geschiedenis kent er vele voorbeelden van. Onze oplossing was hogere en sterkere dijken. En ja, de frequentie van doorbraken en overschrijding van de beschermingshoogte nam af. Daardoor verdween op de duur het besef van de omstandigheden uit onze gedachten. 

Een sluipweg voor het water als de Beerse Maas werd opgeheven en we gingen zelfs bouwen in de uiterwaarden.

De watersnoodramp in 1953 toonde de zwakte van onze dijken aan en dat werd opgelost door verbeteren van de waterkeringen. Ook toen was al bekend dat de rivierdijken slechts beperkte bescherming boden. Er waren plannen waar veel geld voor nodig was. Maar ach zo vaak komt een overstroming niet voor, en wegen aanleggen is toch een veel leukere investering dan dijken verhogen. Zo werden de dijkverzwaringen steeds uitgesteld. Het waterbesef was volkomen weg. Tot we in 1995 bijna met de noodlottige gevolgen van dat gebrek aan besef, niet alleen bij de bestuurders, maar bij de hele bevolking, werden geconfronteerd. Het is nog net goed afgelopen, maar veel mensen moesten toch zekerheidshalve hun woning verlaten.

Pikant detail is wellicht dat de enige echte dijkdoorbraak, met als resultaat een wereldwijd verspreide foto van een windsurfer op de A2 bij ons provinciehuis, plaatsvond in  het gebied waar ik ambtelijk verantwoordelijk was. En toch is er niets fout gegaan. Bij de aanleg van de A2 is uit landschappelijke overwegingen gekozen voor een laaggelegen weg. Bekend was dat er  een kans van 1/70 was dat de combinatie waterafvoer en Maas zou veroorzaken dat de weg onder water zou gaan. En die omstandigheid deed zich voor.

Overwogen is nog de overstroming zelf in te leiden om te voorkomen dat het verkeer zou worden verrast. Omdat er tussen het begeven van de waterkering en het onder water gaan van de weg nog voldoende tijd was voor het treffen van verkeersmaatregelen werd hiervan afgezien. De kade was zo vriendelijk het tot 22:00 uur vol te houden. De verkeersmaatregelen waren voorbereid. Wel overlast maar meer ook niet. Desondanks werd toen toch bestuurlijk besloten dat dit nooit meer mocht voorkomen en dus werd de A2 van dijken voorzien. Te zijner tijd zal wel blijken of dit middel niet erger is dan de kwaal.

Daarna groeide, maar vooral bij direct betrokkenen het besef dat zich verzetten tegen de rivier niet tot een overwinning zou leiden. Het beleid werd “Ruimte voor de rivier”. Om er vaart in te krijgen en te vermijden dat het besef weer wegzakt is het project deltaprogramma onder leiding van de deltacommissaris aan de gang. De tijd is tekort om daarop in te gaan. Bovendien heeft u als raadsleden de beschikking over een schat van informatie. Ik weet niet waarom, maar kennelijk heeft u daar nauwelijks kennis van genomen. Zo blijkt ook uit antwoorden op vragen in de laatste commissievergadering. Informatiebijeenkomsten zijn niet of nauwelijks bezocht.

U hoeft vandaag geen besluit te nemen, maar bent wel in de gelegenheid aan te geven of degenen die enthousiast bezig zijn plannen te ontwikkelen, die u later wel in gemeentelijke besluiten moet verwerken, op de goede weg zijn en welke aanbevelingen en aandachtspunten u daarbij heeft. 

Geruststellend daarbij is dat u eigenlijk geen verkeerde opmerkingen kunt maken. Waarom ik dan toch hier sta is omdat er te weinig aandacht is voor het meenemen van de burger in deze ontwikkeling. De reden daarvoor is dat men daarmee wil wachten tot er concrete informatie is te geven over hetgeen er moet gebeuren. En dat is niet slim.  Er zijn al veel voorbeelden van projecten waartegen grote weerstand bij de bevolking en dus bij de gemeentebesturen was tegen de voorgestelde maatregelen. Een voorname reden daarbij is dat men de noodzaak van de maatregelen niet inziet. En dat zeker als de voordelen niet rechtstreeks voelbaar zijn. Betuwelijn,  HSL en verschillende wegenprojecten zijn daarvan duidelijke voorbeelden.

In de Gelderlander van donderdag 13 februari stond een ingezonden stuk dat dit illustreert. Het ging over de Betuwelijn waar, volgens de inzender, de verwachte aantallen treinen nog steeds niet worden gehaald. Hij vond dus dat de beslissing om de lijn aan te leggen op verkeerde uitgangspunten berustte. Vervolgens noemde hij een aantal andere projecten waarbij zich hetzelfde verschijnsel voordeed. In dat rijtje kwam ook de hoogwateraanpak voor.

Hetzelfde is nu al merkbaar, ook in de commissievergadering. Daar was duidelijk weerstand tegen de retentiegebieden voelbaar.

Wat ik van u vraag is om in uw opmerkingen mee te nemen dat zo spoedig mogelijk wordt begonnen met een actief informatieprogramma voor het publiek waarbij vooral de aandacht wordt gevestigd op de feitelijke situatie. Als daarmee wordt bereikt dat er bij de bevolking, waarbij u dan voorop gaat, voldoende besef is van de opgave waarvoor we staan; dan zal het begrip voor de te nemen maatregelen ook veel sneller groeien.

Onlangs is in dat kader al een televisieserie “Nederland in zeven overstromingen” te zien geweest. Heeft u die gezien?
In de tijd die mij rest nog enkele aspecten van het leven aan de Maas, die wij zo vaak liefdevol bezingen.

Allereerst is absolute veiligheid niet realistisch. Met zijn allen verhuizen naar hogere gebieden zou dat wel zijn maar is onbetaalbaar. Wettelijk zijn daarom veiligheidsnormen vastgesteld.

In het economisch centrum van ons land, de randstad, geldt een veiligheidsnorm van 1:10.000. Dat is niet hetzelfde alséénmaal in de 10.000 jaar. Je kunt het vergelijken met een loterij. Aangezien we gemiddeld 80 jaar worden betekent het dat iedere Randstedeling deelneemt aan een loterij met 125 loten.

Voor het rivierengebied wordt een veiligheidsnorm van 1:1250 voldoende geacht. Iedereen heeft dus een kans van 1 op 16 dit in zijn of haar leven mee te maken. Toch wel de moeite waard daar rekening me te houden. Daarbij moet ook worden bedacht dat twee keer achter elkaar ook een mogelijkheid is. De winters van 93/94 en 94/95 hebben dat wel duidelijk gemaakt.
In de eerder genoemde televisieserie werd opgemerkt dat als ons hoogwatersysteem in de randstad het begeeft Nederland kapot is Rampenplannen zijn daar niet tegen opgewassen.

Er zijn drie grondbeginselen van watermanagement waar we niets tegen kunnen doen.
Water loopt van boven naar beneden;
Water moet ergens blijven;
Water kiest de weg van de minste weerstand;
Deskundigen hebben fraaie methodes ontwikkeld om deze grondbeginselen om te zetten in plannen om zowel de Maas als onszelf voldoende leefruimte te bieden.
Voor bestuurders die op grond van de door deskundigen op basis van de grondbeginselen gevonden aanpak besluiten moeten nemen geldt nog een vierde criterium

De Maas trekt zich niets aan van democratisch genomen besluiten.
Ook in het verleden had men kennis van deze grondbeginselen. Een land omdijken betekende dat het water daar niet terecht kon. Aangezien iedereen zijn grondgebied ging omdijken kon de rivier het water dus nergens kwijt en ging naar de minste weerstand zoeken. De mens hielp daarbij door de dijken bij de buren door te steken om op die manier de rivier aan de nodige ruimte te helpen. Wij doen dat beschaafder en hebben de opdracht gegeven naar de optimale oplossing te zoeken. Als de Maas dan toch ruimte nodig heeft laat ons die dan aanwijzen op grond van bovenstaande beginselen en zodanig inrichten dat de schade minimaal is en er geen slachtoffers vallen.

Omdat we weten dat water ergens moet blijven is het beter dat we de Maas zodanig manipuleren dat het water naar een door ons bepaalde plek gaat. Dat zijn de retentiegebieden. Daar is een hoop over te vragen en te beantwoorden. Laat ik het zo samenvatten. Als ik zou wonen in een gebied dat onder invloed staat van de Maas dan zou ik het liefst in een retentiegebied zitten. Dan woon ik in ieder geval in een goed ingericht en voorbereid gebied. Want bedenk wel: er is een kans van 1/16 dat degenen die niet in een retentiegebied wonen toch minstens eenmaal in hun leven, en dan bij verrassing, door het water worden getroffen.

Tot slot. Ook buiten het directe watermanagement zijn er mogelijkheden rekening te houden met de Maas en zijn nukken. In de eerder genoemde TV-serie kwam ook aan de orde dat evacuatie geen echt soelaas biedt en zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Dat begint dus met vanaf nu alle woningen in het Maasgebeid, en niet alleen in de retentiegebieden hoogwaterbestendig te bouwen. Ziekenhuizen en zorgcentra zijn natuurlijk lastige evacuatieprojecten. Zoek daarvoor een plek waarbij evacuatie niet nodig is of bouw zodanig dat men daar kan blijven. Misschien is daarom nog niet eens zo slecht dat Catharinahof 70 cm hoger staat dan de bedoeling was.

Er bestaat een Vereniging van Nederlandse Riviergemeenten. Grave heeft als medeoprichter in die VNR een belangrijke rol gespeeld. Een resultaat daarvan was dat Grave kon deelnemen aan een experiment om toch in het winterbed bouwactiviteiten te ontwikkelen; de zogenaamde EMAB. Inmiddels is er een nieuwe beleidslijn op grond waarvan wordt bepaald of een project wel of niet kan worden gerealiseerd. Het experimentele is er vanaf. Aangezien er geen absoluut verbod geldt zal Rijkswaterstaat nooit beginnen met af te wijzen. Kom maar met een voorstel zal het antwoord zijn. 

Toch durf ik te wedden dat we eerder te maken krijgen met een overstroming dan dat er vergunning voor woningbouw, waarvoor een markt is, ter plekke wordt gegeven.

Afgelopen vrijdag is er in Wijchen een bijeenkomst geweest van de taakgroep Maas van de VNR. Daar stond ook het onderwerp van vanavond op de agenda. De stukken voor die vergadering bevatten daarover nog interessante informatie. Beschikt u daarover? Overigens heb ik geconstateerd dat de gemeente de laatste twee jaar zich heeft beperkt tot het sturen van bericht van verhindering.

Grave 18 februari 2014

Leo de Vreede

Bestemmingsplan Hof van Esteren

Geachte raadsleden,

De afgelopen weken zijn wij, Esterse bewoners, vier keer op dit stadhuis geweest. Wij spraken telkens onze zorgen over het plan “Hof van Esteren” uit.


We hebben u op o.a. de negatieve migratiecijfers en de woningmarktonderzoeken gewezen. Grave en dus ook Escharen ligt in een krimpregio. Hoe vervelend dat dan ook is, het is wel de werkelijkheid. Krimp ontstaat zeker niet door te weinig woningbouw. Nee, de krimp ontstaat omdat er hier gebrek aan werkgelegenheid is en geen hogere en universitair onderwijs wordt aangeboden.

Voor mijn werk kom ik regelmatig in Zuid-Limburg. Ook dat is een krimpregio Daar staan in veel huizen leeg. Leeg met planken voor de ramen en gas afgesloten. Je zult er tegenaan wonen. Schimmel duimdik op je muren. En niet kunnen verhuizen omdat je jouw huis aan de straatstenen niet kwijt kunt.

Daar verpauperen hele woonwijken. Terwijl er zo’n 15 jaar geleden nog gebouwd werd. Daar zal toen ook beweerd zijn dat er niet voor leegstand gebouwd zal worden. Feitelijk is dat ook juist. Die nieuwe wijken zijn allemaal bewoond. De leegstand treft altijd de gedateerde wijken.
Daar heeft men verzuimd om “nieuw voor oud” te gaan ontwikkelen en heeft men voor “uitbreiding” i.p.v. “inbreiding” gekozen.  In Zuid-Limburg is het nu zo erg dat er maar liefst 5000 woningen afgebroken moeten worden.

Plan “HvE” is een plan uit 2002, waar de gemeente in 2004 haar medewerking aan heeft toegezegd. Een plan, ouder dan 10 jaar, was met de kennis van toen en met de toenmalige situatie geen slecht idee.
Maar nu wij met zijn allen meer weten,
·      weten dat we een krimpregio zijn.
·      weten dat we later een overschot aan woningen zullen hebben.
·      weten dat er nu vooral vraag is naar slechts enkele starterswoningen.
·      weten dat er vooral moet worden ingebreid i.p.v. uitgebreid.

Zou een gemeenteraad plannen ook moeten durven te herzien of zelfs durven tegen te houden.
Alle onderzoeken wijzen uit: “Dit plan is ver over de THT datum heen”.

Volgens het college zou er een “lokale” vraag bestaan, naar voornamelijk starterswoningen en bouwkavels die men zelf mag ontwikkelen.
Deze lokale behoefte is volgens het college de enige motivatie om HvE te ontwikkelen. Wij hebben u, de wethouder naar garanties, horen vragen.
  • Kunt u garanderen dat 50% van de te bouwen woningen starterswoningen zullen zijn?
  • Kunt u toezeggen dat een X aantal bouwkavels beschikbaar komt voor de lokale “eigen bouwer”?
  • Kunt u de periode dat er gebouwd gaat worden beperken?

De antwoorden van de wethouder waren even onthutsend als alleszeggend.
“Nee, deze garanties kan ik niet geven, want als er geen vraag is zit de projectontwikkelaar met geoormerkte bouwgrond die hij niet kan ontwikkelen en met woningen die hij niet kan verkopen”

Was er nu wel of geen lokale vraag naar dit grootschalig bouwplan in het buitengebied dat nota bene als groenblauwe mantel extra beschermd dient te zijn?

De wethouder zelf lijkt niet overtuigd. Anders zou het afgeven van de door u gevraagde garanties geen enkel probleem zijn!

De wethouder biedt, als het aan de wethouder ligt, de projectontwikkelaar ALLE vrijheid aan om zijn project voor de ontwikkelaar rendabel te krijgen.

Daarmee wordt de projectontwikkelaar rechtstreeks een concurrent op de woningmarkt van de lokale woningbezitters. Een concurrent met een zeer bevoordeelde uitgangspositie. Want hij kan vanaf het nulpunt precies bouwen wat zijn klant wenst.

·        Type woning
Prijs
·        Moment van bouwen
·       Hoeveelheid woningen
·       Duur van de bouwactiviteiten.

Alles zal door de projectontwikkelaar bepaald worden. Die garantie kan de wethouder u wel geven. Ook dit project zal niet voor leegstand gebouwd worden. Nee, ook hier zal het risico bij de burger komen te liggen. 

45 woningen in fase 1 en nog eens 30 in fase 2. Dat is het plan waarover u vanavond moet beslissen. Escharen moet in het buitengebied met meer dan 70 woningen, op de huidige woningvoorraad van 420 woningen, worden uitgebreid. Dat is dus een uitbreiding van 17%. En dat in een krimpregio.

Wij hebben eerder al aangegeven dat er op dit moment in Escharen 28 woningen te koop staan. Dat lijkt ons erg veel, maar het is belangrijker te weten hoe dat cijfer zich tot de rest van de gemeente verhoudt.

Kern
Aantal Huizen
Te koop
%
Grave (alle kernen)
3705
151
4 %
Velp
795
26
3 %
Gassel
460
13
3 %
Escharen
420
28
7 %

In Escharen staan verhoudingsgewijs dus ruim dan 2 maal zoveel woningen te koop dan in de rest van de gemeente grave. 

In onze zienswijze hebben wij aangegeven dat de Esterse IDOP in 2013 nog, heeft gesteld dat HvE niet wenselijk is. Dat er naar andere, kleinschalige inbreidingprojecten gezocht moet worden. Het IDOP wees ook enkele mogelijke locaties aan.Het college gaf in hun reactie op onze zienswijzen aan, dat het IDOP niet van belang was, dat het college meer waarde aan het overleg met het EZV hecht.Daar snappen wij dus helemaal niks van.
De gemeente is juist met de IDOPs gestart om de betrokkenheid van de burger m.b.t de leefbaarheid in de kernen te verhogen.

Nu de IDOP een uitgesproken standpunt heeft ingenomen, veegt uw college dit standpunt zomaar van tafel en grijpt het college terug naar een toezegging uit 2004.
Volgens ons is het niet het college dat beslist. Volgens ons beslist u vanavond. U heeft nu de kans om een historische fout te voorkomen.

Dank u voor uw aandacht

Geen opmerkingen: