10 jan. 2014

Actuele politiek in Grave: gesprek met gedeputeerde de Boer over bestemmingsplan buitengebied.

Definitieve eindstreep gezet onder plannen Prinses Margriet?

Geachte raadsleden,

Zoals u weet heeft de raad vorig jaar juni een amendement aangenomen in het kader van het intrekken van het beroep tegen de door de provincie gegeven reactieve aanwijzing met betrekking tot het bestemmingsplan buitengebied.

Afgelopen maandag heeft de delegatie uit de raad ter uitvoering van dit amendement een bezoek gebracht aan gedeputeerde De Boer. Het resultaat van dit bezoek treft u aan in onderstaand aan de raad gericht memo.

Vriendelijke groet,

Lex Roolvink
Burgemeester Grave


Memo ten behoeve van de raad.

De raad van de gemeente Grave heeft tijdens de vergadering van 25 juni 2013 een amendement aangenomen in het kader van de intrekking van het beroep tegen de door de provincie gegeven reactieve aanwijzing met betrekking tot het bestemmingsplan buitengebied.

Ter uitvoering van dit amendement is door de vertegenwoordiging vanuit de raad (de raadsleden mevrouw Henisch en de heer Reijnen) onder voorzitterschap van de voorzitter van uw raad en in aanwezigheid van wethouder Daandels allereerst een bezoek gebracht aan de vier belanghebbenden waarop de reactieve aanwijzing zich richt. 

Mevrouw Schuts liet zich bij deze bezoeken door andere verplichtingen verontschuldigen. Tijdens deze bezoeken heeft de delegatie nader kennis gemaakt met de locaties (met uitzondering van de locatie van de Ark aangezien deze inmiddels was verplaatst). De eigenaren zijn uitgenodigd aanvullende informatie te verschaffen die kunnen dienen als onderbouwing voor de verzoeken. Deze aanvullende informatie is na ontvangst doorgestuurd naar de provincie met het verzoek deze te betrekken bij de definitieve beoordeling van het dossier.

Op 6 januari 2014 heeft de voltallige delegatie gesproken met gedeputeerde De Boer. Voorafgaand aan deze bespreking was bij de provincie aangedrongen op duidelijkheid ten aanzien van de vier deeldossiers.

Overeenkomstig dit amendement doet de delegatie u bij deze verslag van de bevindingen.

1. Ark Prinses Margriet.

De provincie deelt mee geen mogelijkheden te zien tot het verlenen van medewerking. Er is namelijk niet alleen strijdigheid met de Verordening Ruimte 2012 maar ook met de in ontwikkeling zijnde Verordening Ruimte 2014. Vroeger was het streekplan en de paraplunota overigens van toepassing. Daarnaast ligt de locatie binnen de Ecologische Hoofdstructuur, zoals water en wateroevers altijd in de EHS liggen.

Verder betreft het een nieuwvestiging aangezien de Ark nimmer een gelegaliseerde status heeft gehad. Weliswaar heeft de Ark wellicht een meerwaarde vanuit gemeentelijk perspectief, waaronder de toeristische ontwikkeling, maar het betreft geen meerwaarde zoals door de provincie is bedoeld in de provinciale regelgeving. Dan gaat het om gebiedsontwikkeling met meerdere belangen waar per saldo een meerwaarde kan ontstaan. Voor een nadere duiding wordt naar de toelichting op de regelgeving gewezen.

De provincie deelt niet de mening dat de grenzen wat betreft de EHS verkeerd zijn gelegd dan wel cartografisch verkeerd zijn ingetekend.
De gemeente kan overigens een wijziging van de EHS-begrenzing vragen. De kans op succes is gering vanwege de benadering dat water en wateroevers standaard EHS zijn, dus de gehele Maas.

Als een dergelijk verzoek al succes zou hebben schiet de gemeente er naar de mening van de provincie trouwens niets mee op want het blijft een nieuwvestiging en dat is ter plaatse niet toegestaan op basis van de provinciale regelgeving.

2. Van de Lockant.

Door belanghebbende is beroep aangetekend waardoor de provincie een gereserveerde reactie geeft. De zaak is immers onder de rechter. Vanwege het specifieke verzoek van de gemeente om duidelijkheid gaat de provincie met inachtneming hiervan wel in op deze kwestie.

Door de bestemming Glastuinbouw (aanduiding "G" op de kaart) aan de betreffende locatie te koppelen zou sprake zijn van nieuwvestiging met een doorgroeimogelijkheid. Dit wordt als niet wenselijk en mogelijk beschouwd, nog los van het gegeven dat de locatie zo dicht bij bestaande bebouwing is gelegen en verdubbeling van het glasoppervlak zou betekenen.
Slechts op specifieke projectlocaties (vestigingsgebieden en doorgroeigebieden) zouden er mogelijkheden zijn. Gassel behoort daar zeker niet toe.

Enige optie zou zijn een vorm van bedrijfsvoering te kiezen die wel passend is. Geadviseerd wordt dan ook met de ondernemer naar andere wel passende bedrijfsfuncties te kijken zoals bijvoorbeeld een opzet als tuincentrum.
Weliswaar wil ZLTO meer mogelijkheden zoals thans gevraagd maar bijvoorbeeld Milieudefensie is hier juist weer faliekant tegen. Het door belanghebbende en gemeente aangedragen argument dat de ondernemer wellicht failliet gaat als geen medewerking wordt verleend is geen passend stedenbouwkundig-ruimtelijk argument in het kader van provinciale regelgeving.
Ook voor een beperkte uitbreiding, bijvoorbeeld tot 10.000 m2, ziet de provincie geen kans. Wel kan maatwerk aan de orde zijn; we hebben het dan over maximaal correcties van enige vierkante meters. Tegenwoordig wordt er al uitgegaan van 6 ha voor een volwaardig bedrijf, daar waar vroeger 3 ha toereikend werd geacht. Een verdubbeling van de kasruimte zoals nu gevraagd zou daarnaast ook nog weinig duurzaam/levensvatbaar zijn.

Tot slot deelt de provincie mee dat de gemeente vroeger zelf heeft bepaald dat er geen doorgroeimogelijk zou moeten zijn voor glastuinbouw ter plaatse (Bestemmingsplan uit 1998).

3. Manege.

De provincie heeft geconstateerd dat met een meer efficiënte inrichting van het hoofdterrein het probleem oplosbaar is. Onderzocht kan dan ook worden of een en ander op het hoofdterrein gerealiseerd kan worden. De inrichting van de locatie aan de overkant van de weg voor het aangegeven doel past niet binnen de provinciale regelgeving.

4. Litjens.

Ook door deze belanghebbende is beroep aangetekend waardoor de provincie een gereserveerde reactie geeft. Ook deze zaak ligt onder de rechter. Vanwege het specifieke verzoek van de gemeente om duidelijkheid gaat de provincie ook op deze kwestie in.

De provincie verklaart dat er geen probleem bestaat tegen een vormverandering van het bouwvlak. De aan de noordzijde van de weg in gebruik genomen gronden, die thans ook als zodanig bestemd zijn tot bedrijfsterrein, kunnen onder deze vormverandering vallen. De provincie verklaart geen medewerking te zullen verlenen aan een vormverandering voor zover deze betrekking heeft op de gronden die niet als zodanig bestemd zijn. Slechts de gronden die daartoe al bestemd waren kunnen derhalve onder de vormverandering vallen.

Uiteraard is de vertegenwoordiging vanuit de raad bereid om, indien gewenst, nadere toelichting te geven.

Grave, 6 januari 2014

Mevrouw Henisch
Mevrouw Schuts
De heer Reijnen
De heer Daandels
De heer Roolvink

Geen opmerkingen: